vrijdag, januari 11, 2013

Bromelia en duurzaamheid


Samenwerking tussen Corn. Bak en Afvalzorg
Bromelia’s bloeien op door gas van stortlocatie

Sinds april 2012 verwarmt veredelings- en vermeerderingsbedrijf Corn. Bak uit Assendelft haar kassen met hoogwaardige warmte, afkomstig van Afvalzorg. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten. Afvalzorg vindt zo een goede bestemming voor onttrokken gas van haar stortplaats, verduurzaamt haar energievoorziening en Bak verduurzaamt het eigen productieproces.

Een dubbele transportleiding over een afstand van 1.700 meter dwars door een weiland en een dijklichaam verbindt de 80 ha grote locatie Nauerna van Afvalzorg met het 42.000 m2 grote bedrijf van Con. Bak. Door deze leiding stroomt warm water met een temperatuur van 90ºC, afkomstig van de verwarmingsinstallatie van de afvalverwerker, naar een warmtewisselaar in het ketelhuis van het veredelingsbedrijf. Dit is het resultaat van vier jaar plannen maken, onderhandelen, rekenen en uiteindelijk realiseren.
Hans Fenger, die de technische zaken doet bij het veredelingsbedrijf en Léon Lankester van Agro AdviesBuro hebben samen met de afvalverwerker een mooi project afgerond. Een project dat heel wat voeten in aarde had.

Stortgas
De locatie nabij Assendelft is lang gebruikt als stortplaats van huisvuil, zowel organisch als anorganisch materiaal. Vandaag de dag wordt op de locatie alleen nog bedrijfsafval gestort dat niet op een andere manier kan worden verwerkt. Daarnaast herbergt en recyclet de locatie verschillende afvalstromen. Over de stortplaats ligt een laag grond, die de resten uit het verleden afsluit. Door deze berg loopt een leidingstelsel dat momenteel per uur 250 m3 stortgas (CO2 en methaan) opvangt.
Met een deel van dit gas wordt het multifunctionele hoofdkantoor ‘De Vouw’ verwarmd en door middel van een absorptiekoelmachine gekoeld en de eigen waterzuivering verwarmd. Tot voor kort werd het teveel (60%) aan gas afgefakkeld. Fenger vond dat verspilling. Hij zocht daarom contact met de afvalverwerker om een mogelijke samenwerking tot stand te brengen. Deze had daar wel oren naar. Met de inkomsten van het gas kan de afvalverwerker weer investeren in technieken om meer stortgas op te vangen. Er ontsnapt namelijk nog steeds een deel naar de buitenlucht.

Warm water vervoeren
Adviseur Lankester is vanaf het begin betrokken bij dit project. “Wij gaven hier op dit bedrijf al energieadvies en hebben ook van de afvalverwerker het vertrouwen gekregen om het warmtenet te ontwerpen, de vergunningen te regelen en de projectbegeleiding te doen.”
Aanvankelijk was het plan om het stortgas door een leiding naar Bak te transporteren. Het gas zou dan naar een aparte WKK gaan. “Methaan uit het stortgas heeft een verbrandingswaarde van circa 55 procent ten opzichte van aardgas”, legt hij uit. “Bovendien bevat het veel water.”
Bij het passeren van de dijk zou de leiding, zoals een zwanenhals, een waterslot krijgen en de te overbruggen afstand zou condensatie van waterdamp in de hand werken. Het gas zou dus voor transport eerst moeten worden gedroogd.
De afvalverwerker had al ketels staan die zijn ingericht voor het verbranden van methaangas en deze hadden voldoende capaciteit om de totale hoeveelheid stortgas te verbranden. Alles bij elkaar opgeteld bleek het dus interessanter om warm water over een lange afstand te vervoeren.

Vergunningen
Het aanvragen van de benodigde vergunningen bleek de grootste uitdaging. Zo was het belangrijk om voor gemeente en provincie de sterkteberekening om de (veen)dijk te passeren volledig te onderbouwen. Uiteindelijk gingen zij akkoord met het voorstel om twee kleiproppen aan te brengen aan beide kanten van de dijk, rond de uiteinden van de leiding. Deze proppen moeten een eventuele lekkage voorkomen.
Voordat het project kon beginnen, bleek ook een archeologisch onderzoek nodig te zijn. Zo zijn er sleuven gegraven en grondmonsters genomen. Uiteindelijk bleek dat er geen reden was om het project nog langer op te houden. Fenger kijkt daar positief op terug: “Er zat veel tijd en energie in een goede lobby, maar het project had vanwege het duurzame aspect de sympathie van bestuurders. De bereidheid om mee te werken was groot.”

Warmtewisselaar
In de technische ruimte van het veredelingsbedrijf is een warmtewisselaar geplaatst. Deze heeft een flow van gemiddeld 11.000 liter per uur. Elektrotechnisch zit dat toch ingewikkeld in elkaar, want de flow is niet helemaal constant en de warmtewisselaar moet dus primair en secundair in snelheid variëren.
Het leidingstelsel en de warmtewisselaar, aangelegd door Van Zaal, zijn beiden eigendom van de afvalverwerker, die op het project van € 864.000,- een subsidie van € 200.000,- ontving. De subsidie is afkomstig van Haven Amsterdam, waarmee innovatie en emissiereductie in het havengebied wordt gestimuleerd. Bak betaalt een vaste prijs voor de energie, die op ongeveer 60% ligt van aardgas. Zo is er behalve de duurzame doelstelling ook een financiële stimulans.

Zekerheid
In totaal verbruikt het bedrijf 1,5 miljoen m3 gas per jaar. De verwarming op stortgas komt overeen met 500.000 m3 aardgas en is dus eenderde van de totale energiebehoefte. Het energieplan is zo uitgerekend dat het bedrijf nog steeds in staat is om volledig zonder het stortgas te verwarmen.
“Zekerheid past binnen onze bedrijfscultuur”, vertelt Fenger. “Nog minder dan een teeltbedrijf kunnen we ons permitteren dat er iets gebeurt met de energievoorziening. De ramp zou niet te overzien zijn als het veredelingsmateriaal en de jonge planten verloren gaan door een storing. Wij zijn bijvoorbeeld in staat om zonder nutsvoorzieningen twee maal een etmaal warm te blijven en in elektra te voorzien door middel van olie gestookte aggregaten.”

Bedrijfsfilosofie
Fenger is erg tevreden over de samenwerking met het afvalverwerkingsbedrijf. Hij denkt na over een vervolg. Op dit moment is bijvoorbeeld ook in onderzoek of de capaciteit van het stortgas verder omhoog kan, zodat misschien ook huizen kunnen worden verwarmd. Hij is zich er ook van bewust dat de afvalberg slinkt en het project dus eindig is. Dat duurt echter lang genoeg om over een alternatief na te denken.
“Het past in onze bedrijfsfilosofie om in synergie met onze omgeving te blijven. Wij zijn met ons grote bedrijf best dominant aanwezig in dit kleine dorp. We hebben dus een sociale functie, althans zo voelen we dat. Dit soort samenwerkingsverbanden past bij ons.”



woensdag, november 28, 2012

Marketing violen



Peter van der Plas en Mirjan den Drijver:
‘Door dit viooltje zullen we Marlies niet vergeten’

Perkgoedteler Peter van der Plas is creatief met violen. Van de vele concepten die hij bedenkt, blijven er altijd ideeën op de plank liggen voor later. Soms vallen alle puzzelstukjes ineens op hun plaats. Zoals bij ‘Penny Marlies’. Een bijzondere viool, met een bijzonder verhaal.

“Kom eens even kijken naar de hangviolen”, wenkt Peter van der Plas. En weg is hij, de kas in. Daar hangt een zoete violengeur boven de bloeiende potten. Het is een nieuw concept met de naam ‘Cool Wave’, een selectie van kleuren in een hangpot die nu, in het najaar, al volop sierwaarde heeft. Verder loopt hij alweer, richting proeftuin.
“Het was hoog tijd om grote schoonmaak te houden”, vertelt hij. Tussen vers aangeplante perken vaste planten staan grote potten violen, die zich moeten bewijzen op hun gebruikswaarde. Tot voor kort stond daar ook een grote, helderblauwe ‘opoefiets’ in het herdenkingshoekje van Marlies. Tijdelijk is dit plekje weggehaald, maar daar komt binnenkort verandering in.

dinsdag, november 27, 2012

Honger

Nooit genoeg

Op een mooie zomeravond in Italië:

'Mam, mam, ik heb honger'

'Tuterdetuut, daar ben ik al, 't is me wat'

'Rustig aan, jongens, één voor één'

'Mam, nog meer honger...'

(foto: Henk Bouwman)

zaterdag, november 24, 2012

Cor Henkdriks Rabobank


Dit interview vond plaats voordat bekend werd dat een aantal paprikabedrijven alsnog is gestopt, waaronder de familie Van Dijk uit Harmelen. Paprikatelers die momenteel weer planten voor het nieuwe teeltseizoen hebben geen enkele garantie dat de prijsvorming komend jaar zal verbeteren ten opzichte van de laatste vier jaar. Er zijn geen structurele maatregelen genomen die een betere prijsvorming in de hand werken.

Sectormanager Tuinbouw Cor Hendriks:
‘Nederlandse tuinbouw is te duur om op kostprijs te concurreren’

“Door herstel van de prijsvorming moet de primaire productie weer een rendabele activiteit worden”, zo stelt Cor Hendriks van Rabobank Nederland. Vier opeenvolgende moeilijke jaren voor de tuinbouw eisen hun tol. Ondanks dat de marges miniem zijn weten sommige ondernemers toch winst te behalen, maar voor een aantal bedrijven is het einde oefening. Een moeilijke afweging over stoppen of doorgaan.

Het is nog even afwachten wat de staart van dit seizoen brengt, maar 2012 zou voor paprika het vierde verliesgevende jaar kunnen zijn. Sommige vruchtgroentetelers zijn in één jaar 10 tot 12 euro per m2 tekort gekomen. De paprikaprijs daarentegen laat dit jaar onvoldoende herstel zien en in deze hoek vallen klappen.
In de sierteelt is de prijsvorming voor enkele gewassen dit jaar hersteld. Chrysant heeft een aantal moeilijke jaren gehad, maar 2012 blijkt veel goed te maken. Rozentelers hebben het moeilijk. Sectormanager Tuinbouw Cor Hendriks schetst de situatie van de glastuinbouw en bespreekt de rol van de bank in dit geheel.

Kluitsla



Zoektocht naar een goed concept voor kluitsla
Zoeken naar een voordeel voor zowel teler als retailer

Het mobiele teeltsysteem van Boer en Den Hoedt leent zich prima voor de teelt van een bijzondere loot binnen het sla-assortiment; sla met een kluit. Samen met Fresh Retail heeft het bedrijf een bijzonder concept neergezet voor de retail. Ruim een jaar is nu ervaring opgedaan, onder andere bij de Makro.

Een blik in de kassen van Boer en den Hoedt toont een keur aan slasoorten, van gewone kropsla, Lollo Rosso en zusje Lollo Bionda, Frisee en Eikenbladsla tot Salanova en Tricolor.
Het imposante mobiele teeltsysteem op goten, het diffuse kasdek, de belichting met SON-T en LED lampen maken direct duidelijk dat deze ondernemers inzetten op een product met meerwaarde. Door de teelt los van de ondergrond is het product altijd schoon en minder gevoelig voor ziekten en plagen.
De sla van deze tuin gaat naar vele klanten, soms met kluit, maar meestal gewoon zonder. Behalve het concept Salanova van Rijk Zwaan wil het bedrijf een eigen concept ontwikkelen voor de andere slasoorten op het bedrijf. Met name dus voor sla met kluit. “Als zo’n kluitje aan de krop blijft zitten blijft het product veel langer vers en kunnen consumenten daar langer plezier van hebben”, legt Leonard Boer uit. Maar consumenten weten dat niet.

Geen duidelijk onderscheid
Boer kwam in contact met Fresh Retail dat retailconcepten ontwikkelt. Samen bogen zij zich over deze probleemstelling. Deborah Kuyvenhoven legt uit hoe haar bureau te werk is gegaan om tot een plan van aanpak te komen. “Eerst ga je natuurlijk bij verschillende supermarktketens kijken hoe het product er bij ligt. Sla met een kluit is namelijk niet nieuw, het bestaat al vele jaren.”
Het viel haar op dat op de winkelvloer niet echt duidelijk bleek waarin deze sla zich onderscheidt van andere slaconcepten. Consumenten blijken de kluitsla vaak niet eens op te merken en kiezen al snel voor een gesneden krop of voor een voorverpakte slamix. En dat terwijl de kluitsla als groot voordeel heeft dat deze lang vers blijft. “Door ook met category managers van verschillende supermarkten te praten, krijg je informatie over de ervaringen met kluitsla op dat moment en in het verleden. Nuttige informatie om te gebruiken voor de verdere ontwikkeling van het concept.”

Consumentenonderzoek
Vervolgens is er een consumentenonderzoek in Amsterdam gedaan met groepen van verschillende achtergrond en leeftijd. “We hebben de sla met kluitje op tafel gezet en gepeild hoe mensen daarop reageren”, gaat Kuyvenhoven door. Daar kwamen heel verschillende reacties op. Zo vond de één een dergelijk kluitje niet echt aantrekkelijk, terwijl de ander het op de vensterbank zou zetten tussen de verse kruiden. En dat was waar zij een vinger op probeerde te leggen, want sla met een kluitje hoeft dus niet altijd in de koelkast te worden bewaard. Mensen kiezen er dan voor om sla op een andere manier te gebruiken, bijvoorbeeld een paar blaadjes op een belegd broodje.
Ook riep het kluitje een nostalgisch gevoel op in een tijd dat mensen weer op zoek zijn naar de oorsprong van hun voedsel en weer belangstelling tonen om thuis of in een moestuin groenten te telen. Daarnaast deed het bureau ook een onderzoek naar de omstandigheden die een krop sla doormaakt van kas tot klant. Met speciale tags werd de temperatuur tijdens transport en opslag gemeten.

Zeker plaats voor kluitsla
De uitkomst van het rondje supermarkten opgeteld bij de bevindingen van het eigen onderzoek bracht hen tot een gezamenlijke conclusie dat er zeker plaats is voor kluitsla, mits het kluitje ook zichtbaar is op de winkelvloer. Consumenten moeten in één oogopslag zien wat de mogelijkheden zijn met zo’n product. Maar dat niet alleen. Er hoort een verhaal bij deze sla, want mensen weten niet direct wat de gebruiksmogelijkheden zijn van dat soort kroppen.
Kuyvenhoven: “Wij moeten dus heel duidelijk communiceren wat de voordelen zijn van dat kluitje, zoals het langer vers en fris blijven. Bovendien smaakt iedere slasoort anders en ook dat verdient uitleg.”

Zakken met stickers
De nieuwe vormgeving van het kluitsla-concept speelt in op het authentieke gevoel dat deze sla oproept bij consumenten. Er is intussen een blanco zak ontwikkeld die onder dicht is en boven open en waarbij het kluitje goed zichtbaar is. Ook is er een zak met klep gemaakt, die op plaatsen met bijvoorbeeld veel luchtbeweging bruikbaar is.
De informatie die het product mee krijgt staat op een sticker, voor elke slasoort één. De vormgeving is zo gekozen dat een retailer ook zijn eigen identiteit aan het product kan meegeven als er sprake is van een huismerk.

Bevindingen Makro
Inmiddels heeft het project ruim een jaar gelopen en de eerste resultaten worden zichtbaar. Boer en Den Hoedt levert de kluitsla aan de Makro. Dat zijn nog maar kleine hoeveelheden, maar tot nu toe worden ze goed verkocht. Er is nauwelijks of geen derving.
Inkoper Bert Schöttelndreier vindt dat de verkopen nog niet meevallen, maar gelooft sterk in het concept. “Ik ben van oorsprong een horecaman en zie daarom zeker mogelijkheden voor de toekomst. We moeten wel werken aan de herkenbaarheid van het product. Het moet gewoon een vaste locatie hebben binnen onze winkels, zodat het goed te vinden is.”
Makro is een organisatie die sterk aan het veranderen is, zegt Schöttelndreier. “Wij willen samenwerkingsverbanden opzetten met onze leveranciers op basis van partnership.” Verhogen van de herkenbaarheid van de kluitsla vindt hij dus zowel een taak voor zijn organisatie als voor de leverancier. “Sterk aan dit product is dat er nauwelijks sprake is van derving en dat is voor ons bedrijf erg belangrijk.”

Voor beide partijen
Volgens Kuyvenhoven gaat er veel tijd zitten in afstemming tussen leverancier en afnemer. Dit begint nu zijn vruchten af te werpen. “Als bureau werken wij zoveel mogelijk voor beide partijen en proberen zo pragmatisch mogelijk te werken. Als een teler een bijzonder concept wil ontwikkelen dan is dat prima, maar voor de afnemer moet het ook aantrekkelijk zijn. Je moet dus zoeken naar een samenwerkingsvorm waar beiden voordeel van hebben. Een win-win situatie, dus”, vindt Kuyvenhoven.
“Het is ook belangrijk om concepten te blijven doorontwikkelen. Vandaar dat we ook nu nog regelmatig met de retailers en Boer & Den Hoedt om tafel zitten, om over optimalisatie te spreken en de vinger aan de pols te houden.”
Slateler Boer: “Het begin is er. Er gaan momenteel jaarlijks 600.000 kroppen sla met kluit van ons bedrijf. Daar zit ook de Salanova bij. Voor ons komt dit neer op vijftien tot twintig procent van onze totale productie. We streven er naar om dit percentage omhoog te brengen.” 



donderdag, oktober 11, 2012

Over aardappelen en akkerbouw



Akkerbouwer Frank Franzen:
‘We ontkomen er niet aan dat we groeien’

Frank Franzen en zijn familie hebben een akkerbouwbedrijf op het eiland Goeree-Overflakkee. Daarnaast is hij mede-eigenaar in drie handelsbedrijven die compost, biomassa, grond en restproducten verhandelen. Hij noemt zichzelf geen boer, maar ondernemer. Een man die kansen ziet en zoekt.

De nieuwe rooimachine draait rustig zijn banen over de eindeloze akker met aardappelen. In de schuur groeit de berg Berber voor de consumptie. Het is volop oogsttijd als Frank Franzen zijn telefoon neerlegt. Druk en beweeglijk geeft hij uitleg over zijn bedrijf; een echt familiebedrijf waar zijn vader en broers nauw bij betrokken zijn. Hij is de spin in het web van een groot aantal activiteiten, maar dat is niet zonder tegenslagen gegaan.

Een engeltje
Na zijn studie werkte Frank bij een groot loonwerk- en aannemersbedrijf, waar hij heel veel ervaring opdeed zoals het aanleggen van sportvelden, watergangen, wegen en organisatie van het loonwerk. Het ondernemersbloed kriebelde en die kans kreeg hij door in het akkerbouwbedrijf van zijn vader verder te gaan. In het jaar 2000 richtten zij een maatschap op. In datzelfde jaar raakte hij ook betrokken bij een zeer ernstig bedrijfsongeval waarbij hij zijn been verbrijzelde. Het kostte hem enorm veel energie en een jaar revalidatie om zijn werk te hervatten. Frank had een engeltje op zijn schouder, zo heeft hij ervaren.
Niet stil kunnen zitten is een lastige eigenschap als je van nature veel aanpakt. Gebonden aan huis stortte hij zich ter afleiding in eerste instantie op de handel in compost. Die activiteit lukte dermate goed dat hij samen met een compagnon Comgoed bv oprichtte en zich daarbij voornamelijk richtte op compost en biomassa, grond en meststoffen. Inmiddels hebben de hieruit voortgekomen bedrijven een eigen positie in de markt verworven.

Mensen ontzorgen
Ondertussen ontsnapte het akkerbouwbedrijf niet aan de voortschrijdende schaalvergroting. Dat gebeurde op natuurlijke wijze. Zo kwam bijvoorbeeld in 2002 een buurman te koop en maakte het bedrijf daarna verschillende groeimomenten door. Franzen: “Voor de toekomst verwacht ik dat de bedrijven steeds groter zullen worden. Per jaar stopt immers vier procent van de akkerbouwers en op dit moment gaat het zelfs nog sneller.
Onze visie is mensen ontzorgen. Soms betekent dat we een bedrijf kopen, maar het kan ook zijn dat we participeren of huren. Voorop staat dat het altijd een ongedwongen manier van samenwerken moet zijn.” Dat past in onze traditie.
Vaak zoekt Frank de rust van het bewerken van zijn land en de gewassen. “Spuitwerk doe ik meestal nog zelf. Dat zijn de momenten dat ik in alle rust kan nadenken over ondernemersbeslissingen. Voor mijn gevoel versterkt dat elkaar.” De akkerbouwer voert zoveel mogelijk alle werkzaamheden in eigen beheer uit met een eigen machinepark. Met die machines wordt ook loonwerk gedaan. “We hebben een fijne club mensen, die de werkzaamheden doet, aangevuld met stagiaires”, gaat hij door. “De sfeer is goed. Er zijn altijd twee mensen die een machine kunnen bedienen. Zelf ben ik een paar dagen per week van het bedrijf en dan moet het werk gewoon doorgaan.”

Dieper in de keten
“We ontkomen er dus niet aan dat we nog verder doorgroeien in de toekomst”, legt Franzen uit. Die toekomst ligt niet noodzakelijkerwijs in groei van bedrijfsomvang, maar in andere activiteiten. “Ik streef er naar om in 2015 mijn eigen aardappelen en uien verpakken. Het is voor mij een voorwaarde toch dieper de keten in te gaan. Ik besef wel dat we nog een lange weg te gaan hebben voordat het zover is.” Die daad voegt hij bij het woord, want de bouw van twee nieuwe hallen staat al op de planning, één voor bewaring en één voor verpakking van producten.
Meer nieuwe plannen staan op stapel. Frank en zijn broers Marco en Erik werken met meerdere participanten aan de ontwikkeling van een windmolenpark bij Ooltgensplaat. Dat is vooralsnog een conceptplan. Daarnaast hebben zij een aanvraag gedaan voor de bouw van een melkveebedrijf, omdat synergie tussen akkerbouw en veeteelt binnen het huidige mestbeleid een plus is. Het ondernemersbloed kruipt dus waar het niet gaan kan.

Franzen Landbouw
Franzen Landbouw is een akkerbouwbedrijf dat al 65 jaar actief is op het eiland Goeree-Overflakkee. Naast het betelen van circa 400 ha land met een breed scala aan gewassen verleent het bedrijf ook diensten als opslag van agrarische producten en loonwerk. Het bedrijf participeert ook mee in een akkerbouwbedrijf van circa 6.000 ha in de Oekraïne.
Vandaag de dag heeft Frank Franzen de leiding. Zijn vader heeft zich vorig jaar teruggetrokken, maar is op de achtergrond nog aanwezig. Ook zijn broers Marco en Erik zijn zijdelings betrokken bij bedrijfsactiviteiten. Frank heeft daarnaast samen met compagnon Floris van der Paauw handelsbedrijf Comgoed Compost bv, Comgoed Biomassa bv en Comgoed Grond en Reststoffen bv.

donderdag, september 20, 2012

Auberginepromotie



Vijfjarenplan voor betere prijs en afzet

Barbecue geeft aubergine een nieuw culinair gezicht

‘Verdraaid lekker’ vindt teler Ted van Luijk de schijfjes gemarineerde aubergine van de barbecue. Dat de van nature zo neutrale vrucht zo bijzonder van smaak zou zijn had zelfs hij niet verwacht. Deze zomer trekt een speciale truck door het land. Gevolg van de campagne ‘Ik ben ook lekker op de BBQ’.

Hoe mooi de aanblik ook is van het prachtige paars in het groenteschap, aubergines verkopen zichzelf niet. Consumenten uit zuidelijke landen weten er wel raad mee, maar Noordeuropeanen weten nog steeds niet wat ze met een aubergine moeten doen. Zo nu en dan verdwijnt een vrucht in een wokgerecht, moussaka of ratatouille, maar dat is het dan wel zo’n beetje.
Voordat Ted van Luijk in 1999 overstapte van de tomatenteelt op aubergine was hij ook niet bekend met de culinaire mogelijkheden van de paarse vruchten, maar dat is door de jaren wel veranderd. Met een paars schort voorgebonden prijst hij ze aan bij het publiek. Maar meestal is hij gewoon op de tuin te vinden, waar hij samen met zoon Dennis jaarrond aubergines teelt op 26.000 m2.

Krachten bundelen
Het areaal is door de jaren vrij stabiel gebleven, maar ook bij aubergine is de schaalvergroting doorgegaan. Op het moment dat Van Luijk overschakelde waren er nog 67 auberginetelers. Nu zijn er nog ongeveer twintig bedrijven over, gezamenlijk goed voor 100 ha. Dat staat in schril contrast met de 1.800 ha die in Spanje staat en waarvan de vruchten grotendeels op dezelfde afzetmarkt – voornamelijk Duitsland – terecht komen.
De Nederlandse telers moeten zich dus onderscheiden om op te vallen in die markt. Toen in de zomer van 2006 de organisatie A8 werd opgericht was het gezamenlijke doel om krachten te bundelen. De A8 is een samenwerkingsverband van Nederlandse auberginetelers en vertegenwoordigt 80% van het aubergineareaal. Remco van der Hoeven van Florpartners begeleidt de telers. Van Luijk is penningmeester.

Verbeterde rassen
Een belangrijke mijlpaal is het moment waarop de auberginetelers een gezamenlijk kwaliteitsprotocol hebben opgesteld. Daarin hebben zij afgesproken een aantal kwalitatief mindere rassen niet meer te telen en over te stappen op nieuwe, verbeterde rassen die stekelvrij zijn en homogene vruchten hebben. Daarmee hoopten ze op een betere prijsvorming, maar dat is tot nu toe niet echt gelukt. “Wij staan achter de nieuwe rassen, maar het nadeel is wel dat ze minder produceren en er zit meer werk in”, legt de teler uit. “En dan is die mindere prijsvorming natuurlijk een tegenvaller.”