Posts tonen met het label sla. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sla. Alle posts tonen

woensdag, januari 27, 2016

LED licht


Eerste resultaten onderzoek in klimaatcel
Zonder daglicht toch zware sla met laag nitraatgehalte

Het restaurant van de High Tech Campus in Eindhoven serveert slasoorten die het daglicht nog niet eerder hebben gezien. Ze zijn knapperig en smaakvol en kunnen de concurrentie met kassla volledig aan. Honderd meter verder teelt onderzoeker Stefan van de Voort sla en kruiden in de uitsluitend met LED verlichte klimaatcellen van de nieuwste onderzoeksfaciliteit in de Brabantse lichtstad.

Met de opening van BrightBox Venlo en GrowWise in Eindhoven heeft Nederland er twee onderzoeksfaciliteiten bij voor ‘cityfarming’. Dit nog redelijk nieuwe begrip staat voor het telen van volwaardige gewassen, uitsluitend met kunstlicht.
BrightBox is ingericht om onderzoek te doen voor derden. Het is in een samenwerkingsverband tussen Philips, Botany en HAS Hogeschool. De faciliteit in Eindhoven is een eigen onderzoeksruimte van Philips Horticultural LED Solutions waar het bedrijf toegepast teeltonderzoek doet en lichtrecepten ontwikkelt. Inmiddels zijn in Eindhoven de eerste gewassen geoogst en het resultaat is veelbelovend. Plantspecialist Stefan van der Voort deelt de eerste bevindingen.

Zware sla
Een teeltronde sla bij GrowWise duurt ongeveer acht weken, van zaad tot krop (één plant per pot). Voor de opkweek worden de zaden rechtstreeks op een steenwolplug gezaaid en in een aparte kiemcel gezet. Tijdens de teelt staan ze op steenwolblokken op een eb-vloed systeem, eerst strak tegen elkaar en vervolgens in drie stappen naar de definitieve eindafstand (22 planten per m2). De cel heeft vier teeltlagen. Boven de containers hangt LED-verlichting in verschillende kleuren (wit, blauw, rood en verrood). Van de Voort kan vervolgens verschillende lichtrecepten uitproberen.

zaterdag, november 24, 2012

Kluitsla



Zoektocht naar een goed concept voor kluitsla
Zoeken naar een voordeel voor zowel teler als retailer

Het mobiele teeltsysteem van Boer en Den Hoedt leent zich prima voor de teelt van een bijzondere loot binnen het sla-assortiment; sla met een kluit. Samen met Fresh Retail heeft het bedrijf een bijzonder concept neergezet voor de retail. Ruim een jaar is nu ervaring opgedaan, onder andere bij de Makro.

Een blik in de kassen van Boer en den Hoedt toont een keur aan slasoorten, van gewone kropsla, Lollo Rosso en zusje Lollo Bionda, Frisee en Eikenbladsla tot Salanova en Tricolor.
Het imposante mobiele teeltsysteem op goten, het diffuse kasdek, de belichting met SON-T en LED lampen maken direct duidelijk dat deze ondernemers inzetten op een product met meerwaarde. Door de teelt los van de ondergrond is het product altijd schoon en minder gevoelig voor ziekten en plagen.
De sla van deze tuin gaat naar vele klanten, soms met kluit, maar meestal gewoon zonder. Behalve het concept Salanova van Rijk Zwaan wil het bedrijf een eigen concept ontwikkelen voor de andere slasoorten op het bedrijf. Met name dus voor sla met kluit. “Als zo’n kluitje aan de krop blijft zitten blijft het product veel langer vers en kunnen consumenten daar langer plezier van hebben”, legt Leonard Boer uit. Maar consumenten weten dat niet.

Geen duidelijk onderscheid
Boer kwam in contact met Fresh Retail dat retailconcepten ontwikkelt. Samen bogen zij zich over deze probleemstelling. Deborah Kuyvenhoven legt uit hoe haar bureau te werk is gegaan om tot een plan van aanpak te komen. “Eerst ga je natuurlijk bij verschillende supermarktketens kijken hoe het product er bij ligt. Sla met een kluit is namelijk niet nieuw, het bestaat al vele jaren.”
Het viel haar op dat op de winkelvloer niet echt duidelijk bleek waarin deze sla zich onderscheidt van andere slaconcepten. Consumenten blijken de kluitsla vaak niet eens op te merken en kiezen al snel voor een gesneden krop of voor een voorverpakte slamix. En dat terwijl de kluitsla als groot voordeel heeft dat deze lang vers blijft. “Door ook met category managers van verschillende supermarkten te praten, krijg je informatie over de ervaringen met kluitsla op dat moment en in het verleden. Nuttige informatie om te gebruiken voor de verdere ontwikkeling van het concept.”

Consumentenonderzoek
Vervolgens is er een consumentenonderzoek in Amsterdam gedaan met groepen van verschillende achtergrond en leeftijd. “We hebben de sla met kluitje op tafel gezet en gepeild hoe mensen daarop reageren”, gaat Kuyvenhoven door. Daar kwamen heel verschillende reacties op. Zo vond de één een dergelijk kluitje niet echt aantrekkelijk, terwijl de ander het op de vensterbank zou zetten tussen de verse kruiden. En dat was waar zij een vinger op probeerde te leggen, want sla met een kluitje hoeft dus niet altijd in de koelkast te worden bewaard. Mensen kiezen er dan voor om sla op een andere manier te gebruiken, bijvoorbeeld een paar blaadjes op een belegd broodje.
Ook riep het kluitje een nostalgisch gevoel op in een tijd dat mensen weer op zoek zijn naar de oorsprong van hun voedsel en weer belangstelling tonen om thuis of in een moestuin groenten te telen. Daarnaast deed het bureau ook een onderzoek naar de omstandigheden die een krop sla doormaakt van kas tot klant. Met speciale tags werd de temperatuur tijdens transport en opslag gemeten.

Zeker plaats voor kluitsla
De uitkomst van het rondje supermarkten opgeteld bij de bevindingen van het eigen onderzoek bracht hen tot een gezamenlijke conclusie dat er zeker plaats is voor kluitsla, mits het kluitje ook zichtbaar is op de winkelvloer. Consumenten moeten in één oogopslag zien wat de mogelijkheden zijn met zo’n product. Maar dat niet alleen. Er hoort een verhaal bij deze sla, want mensen weten niet direct wat de gebruiksmogelijkheden zijn van dat soort kroppen.
Kuyvenhoven: “Wij moeten dus heel duidelijk communiceren wat de voordelen zijn van dat kluitje, zoals het langer vers en fris blijven. Bovendien smaakt iedere slasoort anders en ook dat verdient uitleg.”

Zakken met stickers
De nieuwe vormgeving van het kluitsla-concept speelt in op het authentieke gevoel dat deze sla oproept bij consumenten. Er is intussen een blanco zak ontwikkeld die onder dicht is en boven open en waarbij het kluitje goed zichtbaar is. Ook is er een zak met klep gemaakt, die op plaatsen met bijvoorbeeld veel luchtbeweging bruikbaar is.
De informatie die het product mee krijgt staat op een sticker, voor elke slasoort één. De vormgeving is zo gekozen dat een retailer ook zijn eigen identiteit aan het product kan meegeven als er sprake is van een huismerk.

Bevindingen Makro
Inmiddels heeft het project ruim een jaar gelopen en de eerste resultaten worden zichtbaar. Boer en Den Hoedt levert de kluitsla aan de Makro. Dat zijn nog maar kleine hoeveelheden, maar tot nu toe worden ze goed verkocht. Er is nauwelijks of geen derving.
Inkoper Bert Schöttelndreier vindt dat de verkopen nog niet meevallen, maar gelooft sterk in het concept. “Ik ben van oorsprong een horecaman en zie daarom zeker mogelijkheden voor de toekomst. We moeten wel werken aan de herkenbaarheid van het product. Het moet gewoon een vaste locatie hebben binnen onze winkels, zodat het goed te vinden is.”
Makro is een organisatie die sterk aan het veranderen is, zegt Schöttelndreier. “Wij willen samenwerkingsverbanden opzetten met onze leveranciers op basis van partnership.” Verhogen van de herkenbaarheid van de kluitsla vindt hij dus zowel een taak voor zijn organisatie als voor de leverancier. “Sterk aan dit product is dat er nauwelijks sprake is van derving en dat is voor ons bedrijf erg belangrijk.”

Voor beide partijen
Volgens Kuyvenhoven gaat er veel tijd zitten in afstemming tussen leverancier en afnemer. Dit begint nu zijn vruchten af te werpen. “Als bureau werken wij zoveel mogelijk voor beide partijen en proberen zo pragmatisch mogelijk te werken. Als een teler een bijzonder concept wil ontwikkelen dan is dat prima, maar voor de afnemer moet het ook aantrekkelijk zijn. Je moet dus zoeken naar een samenwerkingsvorm waar beiden voordeel van hebben. Een win-win situatie, dus”, vindt Kuyvenhoven.
“Het is ook belangrijk om concepten te blijven doorontwikkelen. Vandaar dat we ook nu nog regelmatig met de retailers en Boer & Den Hoedt om tafel zitten, om over optimalisatie te spreken en de vinger aan de pols te houden.”
Slateler Boer: “Het begin is er. Er gaan momenteel jaarlijks 600.000 kroppen sla met kluit van ons bedrijf. Daar zit ook de Salanova bij. Voor ons komt dit neer op vijftien tot twintig procent van onze totale productie. We streven er naar om dit percentage omhoog te brengen.” 



zondag, april 19, 2009

Sla

Als je een kas met sla binnen loopt, dan hangt daar een speciale geur. Dat doet me terug denken aan de tijd dat ik zelf bij mijn vader sla sneed in de schoolvakanties. Een teelt die lang op de nominatie stond om volledig uit de Nederlandse kassen te verdwijnen. Gelukkig zijn er nog telers die zich daar niets van aantrekken. En eerlijk is eerlijk, die dikke krop sla die ik van Piet Reijm mee kreeg smaakte heerlijk. Boterzacht.


Automatisering op gemengd bedrijf
Transportsysteem zorgt voor rust, hygiëne en flexibiliteit

Een transportsysteem met oogstbanden voor de slateelt is een pittige investering die bij de gebroeders Reijm geen grote tijdwinst opleverde, maar wel andere voordelen had. De hygiëne op het bedrijf, de versheid van het product en de verbeterde arbeidsomstandigheden zorgen er voor dat zo’n systeem eigenlijk een must is. Zware sla telen met heteluchtverwarming is de passie van deze drie broers.

Maandagochtend om één uur sla snijden, om de volgende morgen zo vroeg mogelijk op de veiling te zijn. Onder de lampen, met een koppel jongens, oliebroek aan, op de knieën in het koude, natte land, terwijl af en toe een kachel aan slaat. Een hele generatie telers heeft dat beeld nog op het netvlies staan. Zwaar werk, versleten knieën en een altijd wisselende prijs op de veiling.
Nog steeds is het af en toe vroeg beginnen, maar niet zo extreem meer als in het verleden. Alleen aan die wisselende prijs is nog niet veel veranderd. Piet Reijm in Nieuwerkerk aan de IJssel glimlacht als hij een mooie zware krop sla omhoog houdt. “Vandaag 58 cent. Dat is niet slecht. Vorig jaar zaten we in deze week voor 20 cent te snijden.” Hij werkt gestaag door, terwijl zijn broers Jaap en Johan en twee medewerkers in de schuur de rest van het werk doen.

Prioriteit bij sla
In 1999 kregen de gebroeders Reijm de kans om nieuw te bouwen, na reconstructie van hun tuinbouwgebied. Ze bouwden 37.000 m2 Venlokas, verdeeld in 6 afdelingen. Geen buisverwarming, maar in iedere afdeling 8 hetelucht kanonnen, waarvan er 4 tegelijk branden. Alleen in de afdeling met de laagste temperatuur slaan ze alle 8 tegelijk aan. Zo worden pieken in de energievraag vermeden.
De broers telen ’s winters twee keer zware sla (Hofnar en Roderick), waarbij zij streven naar 40 kilo per 100 stuks. Af en toe zetten ze ook een vak andijvie. “Eind maart, begin april volgen een teelt tomaten en komkommers. De tomaten in de grond, de komkommers op steenwol. Het argument om dit teeltplan uit te voeren, heeft te maken met arbeidsbezetting. De drie broers werken met twee vaste medewerkers. In het zomerseizoen vangen zij de piekarbeid op met losse krachten, zoals scholieren. De slateler: “We willen ook permanent op de markt zijn. Zodra de sla weg is volgen de vruchtgroenten.”
Bovenin de kas ligt een beweegbaar energiescherm. Dit is hoofdzakelijk aangelegd voor de slateelt, om juist in de winter het gasverbruik te beperken. “Constant dicht laten liggen, kan echt niet voor het klimaat”, vertelt Reijm. “Onze prioriteit ligt bij de slateelt. Wij vinden nog steeds dat je de beste sla teelt met heteluchtverwarming in plaats van buisverwarming. Een groeibuisje zou voor onze teelten mooi zijn, maar ja, zo houd je altijd wensen.”

Hoge belasting
Zeven jaar geleden besloten de broers het interne transport aan te pakken. Door het contact met Belgische telers stuitten zij op het mobiele transportsysteem van Alubo, een bedrijf uit Sint-Kathelijne-Waver. Het systeem bestaat uit een oogstband, die zestig meter diep de kap in gaat. Deze sluit aan op een transportband op het hoofdpad, bestaande uit drie delen. Deze delen overbruggen ieder een afdeling en hebben in totaal een lengte van 320 meter.
Inmiddels heeft het volledig uit aluminium bestaande systeem zijn bestendigheid kunnen bewijzen. De banden draaien continue als er sla wordt gesneden. Reijm: “De belasting is hoog en we beginnen nu wel wat slijtage te zien. Dat is een nadeel van aluminium.”
In de schuur staat een schoonmaaktafel opgesteld. Een rollenbaan brengt het gevulde fust naar de spoelplaats, waar sla in meermalig fust nog kan worden nagespoeld.



Geen snijafval
Piet Reijm zit in zijn eentje sla te snijden. Hij snijdt de kroppen af, maar maakt ze niet schoon. Hij legt ze op de oogstband, of ze nu groot, klein, mooi of een beetje vies zijn. Onder het praten snijdt hij stevig door, want in de schuur staan vier mannen op zijn productie te wachten. Dat is meteen een nadeel van het systeem. Het heeft geen buffer. Je moet door blijven gaan, anders stagneert de aanvoer.
In de kap blijft geen snijafval achter. In de schuur staan drie mannen klaar om de kroppen schoon te snijden en per twaalf stuks in kratten of dozen te leggen. Afhankelijk van de klant kan er ook een plastic zakje omheen. Dat gebeurt allemaal op de schoonmaaktafel.
Met een zwaai gaat het volle fust op een naastliggende rollenbaan, op weg naar twee broeskoppen, die het snijvlak schoon spuiten. Zo ziet de sla er schoon en fris uit. Het overtollige water dat van de kratten lekt wordt opgevangen in een goot. De vierde man weegt vervolgens het gevulde fust, zet ze op pallets en plaatst ze vervolgens in de koelcel of vrachtwagen.

Schoon en flexibel
Destijds bedroeg de investering in dit systeem ongeveer 100.000 gulden. Een pittig bedrag, voor een transportsysteem dat volgens de broers niet echt tijdwinst oplevert. De hoogte van dit bedrag hangt samen met het feit dat het systeem op maat is gemaakt voor dit bedrijf. De aanleg van oogstsystemen is maatwerk.
Aanleiding om de knoop door te hakken was hygiëne. Voorheen ging het fust mee de kas in. Aangezien de broers op een donkere veengrond telen, was de onderkant van het fust altijd smerig. “Wij willen een schoon product afleveren, dus was deze investering nodig.”

Veel arbeidsvriendelijker
Bijkomend voordeel is misschien wel veel belangrijker. Sla snijden is nu veel arbeidsvriendelijker. Vandaag zit Piet te snijden, morgen een ander. De mannen wisselen elkaar af, zodat de belasting van het steeds op je knieën zitten sterk is terug gebracht. Ook het werk in de schuur is aangenaam. Daar kan iedereen op stahoogte schoonmaken en verpakken. En dat ziet er behoorlijk relaxed uit. Maar dat kan ook komen doordat er wat minder kroppen op de band liggen. Piet was misschien toch een beetje afgeleid door het praten.
Een ander, niet te verwaarlozen voordeel is de flexibiliteit van het systeem en de versheid van het product. De broers kunnen goed inspelen op wensen van de klant. Zodra een andere fustsoort nodig is, wordt er in de schuur overgeschakeld. Dat viel in het verleden tegen, toen het fust nog mee ging in de kas en daar vervolgens gevuld wel even bleef staan. Met de komst van het transportsysteem heeft dit bedrijf met gemengd teeltplan toch in kunnen spelen op de eisen van deze tijd.

Onder Glas, april 2009