Posts tonen met het label bank crisis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bank crisis. Alle posts tonen

zondag, juni 20, 2010

Banken en crisis











Van een stuurloos schip
Een half jaar geleden was het hot. InTuinders Titanic beschreef ik dat de helft van de glastuinders in financiële problemen zit en een kwart eigenlijk zou moeten stoppen. In werkelijkheid liggen die getallen nog hoger. Een half jaar later is het stil aan het glasfront. Het oceaanoppervlak lijkt rimpelloos. De Titanic is niet gezonken, maar drijft stuurloos rond in afwachting van besluiten. Alle pogingen om samen te werken stranden in conflicten. De matrozen schreeuwen tevergeefs om een kapitein die het roer in handen neemt.
Licht prijsherstel
Heel langzaam lijken de marktprijzen van groenten en fruit zich iets te herstellen, maar dat is slechts een doekje voor het bloeden. Een komkommerteler verzucht dat de prijzen wel langzaam omhoog kruipen, maar bij de minste geringste onrust met sneltreinvaart naar beneden duiken. Gemiddeld zijn ze wel iets beter dan vorig jaar, maar het houdt niet over.
Directievoorzitter Fred van Heyingen, die van Foodlog de geuzennaam ‘Kapitein van het Westland’ mee kreeg – zijn collega’s hebben hem er flink mee gepest - heeft vorig jaar de afdeling Bijzonder Beheer van de bank flink moeten uitbreiden vanwege de nijpende balans van zijn klanten. Half juni constateren zijn medewerkers dat de ‘gaten iets minder diep’ zijn geworden. Van herstel is geen sprake, want zodra de telersprijzen een pietsie dalen is het weer bal aan dek van de Titanic. Structureel is er nog niet veel veranderd aan het afzetprobleem. Anders gezegd, onze jongens bulken nog van de productie. De toekomst van de glasgroentetelers hangt dus nog steeds aan een zijden draadje.
Waar eigenlijk iedereen bang voor is - een massale saneringsgolf - blijft nog uit. Als dat gebeurt zal de waarde van het onroerend goed kelderen en enorme kapitaalsvernietiging bij de bank plaatsvinden. Misschien gebeurt het daarom wel niet. Tot het niet meer kan natuurlijk. De oceaan is rimpelloos. Niemand wil weten wat er onder de oppervlakte gebeurt. De telers niet, de bank niet en zelfs ons nationale ministerie van Landbouw niet. Het is mooi weer. Het is zomer. We kijken wel ‘WK’.
Visie
De dramatische situatie in de glastuinbouw was voor banken en organisaties aanleiding om met spoed nieuwe visies te schrijven. Gerda Verburg reageerde daar streng op door één visie van de sector te eisen. Op dit moment wordt daar aan gewerkt door LTO Glaskracht (telers), Frugi Venta (handel), DPA (telersverenigingen) The Greenery en Rabobank. Onder leiding van een adviesbureau, Rijnconsult, moet daar op korte termijn één lijn uit worden geperst. Dat bureau schrijft op wat iedereen vindt en maakt daar een gemiddelde van waar iedereen het gemiddeld mee eens zal zijn. Zo krijg je echte akkoorden, maar geen dingen die de wereld veranderen. Geen wonder dat ik in de wandelgangen hoor dat die visie er best gaat komen en dat iedereen er na wat gesteggel over en weer wel mee akkoord zal gaan.
Twintig kikkers
Terwijl de retail zich verregaand heeft geconcentreerd is de gezamenlijke afzet in de tuinbouw niet goed op gang gekomen. Op dit moment zijn er een twintigtal telersverenigingen, al dan niet verbonden aan handelshuizen, die de afzet regelen. Dat zijn er veel te veel, vindt Rabobank in de dit voorjaar verschenen visie ‘Beter met minder’. Ook demissionair minister Gerda Verburg verkondigt die mening, evenals bijna iedere organisatie die de sector kent. Er zijn de afgelopen jaren al veel pogingen gedaan om dat aantal terug te brengen, maar dat wil maar niet lukken. Stop twintig kikkers in een emmer en ze springen direct alle kanten uit. Het is tenenkrommend om iedere poging te zien stranden, terwijl bundeling zo broodnodig is om juist de retail op haar wenken te bedienen. We zoeken liever naar een ‘akkoord’.
Informateur
De tuinbouw heeft een goede informateur nodig die neutraal te werk kan gaan en die onverstoorbaar partijen tot elkaar kan brengen. De roep om een goede kapitein lijkt me in dit geval niet relevant, een stuurman wel.
En dat geldt niet alleen voor de afzetstructuur. Ook Van Heyningen spreekt over een wijs persoon, die namens de sector onderhandelingen kan voeren met de overheid. Een overheid die de afgelopen 25 jaar zoveel mogelijk verantwoordelijkheden heeft afgeschoven naar het bedrijfsleven onder het mom van privatisering, maar nu wel een sector laat zwemmen die de belangrijkste bijdrage levert aan een positieve betalingsbalans.
Individualisme
Naast de discussie over bundeling van afzet speelt ook het verder voortschrijdende individualisme van ondernemers, die hun eigen imperium bouwen. Sommige telers, die denken dat ze met hun moderne en duurzame aanpak de crisis zullen overleven zijn helemaal niet zo coöperatief ingesteld. Zij nemen de verliezen van dit moment en wachten af hoe bedrijven om hen heen vanzelf afvallen. Koude sanering, met een mooi woord. Ik legde het voor aan Van Heyningen, want hoe kijkt nu de Rabobank aan tegen deze ondernemers?
Uiteraard reageert Van Heyningen voorzichtig, want Rabobank is tenslotte de bank die veel grote klanten heeft. “Laten we wel zijn”, begint hij, “dit zijn hele belangrijke klanten voor ons. Dergelijke bedrijven zijn heel interessant en ook voor ons als bankmensen leerzame cases.” Maar als de hele sector zou afstevenen op concentratie in een paar productiebedrijven voorziet hij een groot probleem. “Survival of de fittest is niet de weg”, meent hij. “Het zou veel beter zijn als de iets minder sterke bedrijven zouden bundelen, want met een paar grote bedrijven kunnen we echt niet al die producten telen die in de toekomst nodig zijn. Bovendien zijn kleinere bedrijven veel flexibeler dan grote.”
Ook de grote bedrijven met bulkproducten hebben het complete brede productenpakket nodig om hun eigen deel af te zetten. Die massa is nodig voor economische kracht. De een kan dus niet zonder de ander. En er is nog een ander gevoelig aspect: grote bedrijven hebben de kleinere ambachtelijke bedrijven nodig om de sympathie van samenleving en politiek te behouden.
Van Heyingen heeft meerdere malen laten merken dat hij voorstander is van clusters, in tuinbouwkringen ‘Greenports’ genaamd. Hij ziet dat oude, verspreid liggende kassen op termijn moeten verdwijnen en dat de moderne ondernemers het voordeel van samenwerking op gebied van techniek, onderwijs en onderzoek optimaal kunnen benutten. In zo’n constructie heeft de samenleving ook het minst hinder van horizonvervuiling. Binnen die clusters is niet alleen plaats voor grote, maar ook kleine bedrijven.
Antenne
Nog steeds merk ik dat de sector vooral op zoek is naar zijn eigen staart. Het is maar een enkeling die een antenne heeft om geluiden uit de samenleving op te vangen. Geluiden die veel meer richting een echt en eerlijk product gaan. Dat product is er, maar de uitputtingsslag onder tuinders zorgt er voor dat zij niet de energie op kunnen brengen daar meer aandacht aan te besteden. Survivallen, daar gaat nu alle energie in zitten.
Aan Foodlog de vraag of de tuinbouw een Rosenthal nodig heeft. En wie zou die rol als informateur op zich kunnen nemen?

Banken en crisis


Fred van Heyningen:
‘Stabillisatie financiële situatie bedrijven, maar geen herstel’
Halverwege het productiesiezoen blijkt de financiële situatie op de glasgroentebedrijven iets positiever dan afgelopen winter werd verwacht. Rabobank Westland ziet het aantal bedrijfsbeëindigingen niet dramatisch stijgen. De situatie is echter nog verre van stabiel.
Directievoorzitter Fred van Heyningen gaf eerder dit jaar aan dat juni een belangrijk ijkmoment zou zijn voor glastuinbouwbedrijven in financiële problemen. Door de slechte prijsvorming van de afgelopen jaren kwam de helft van de bedrijven in de gevarenzone. Met het iets beter verlopende seizoen is de situatie momenteel iets minder zorgelijk. Van Heyningen: “Onze afdeling Bijzonder Beheer constateert dat de gaten iets minder diep worden. Het wil echter nog niet zeggen dat het echt beter gaat.”
Van Heyningen ziet momenteel zeer wisselende bedrijfsresultaten. Het lijkt er op dat de grotere bedrijven zich iets beter herstellen dan de kleinere. Toch zegt dat niet alles, want ook daar verkeert een enkeling in een moeilijke positie.
De markt van onroerend goed ligt in het Westland niet stil. “Ook op dit moment worden er bedrijven verkocht”, bevestigt de directievoorzitter. “Selectief moeten er bedrijven stoppen, maar dat ligt voornamelijk aan individuele omstandigheden. Een extra stijging van bedrijfsbeëindigingen is er niet.”
September
De prijsvorming van vruchtgroenten geeft ondernemers de kans om op adem te komen, maar deze is nog niet zo florissant dat bedrijven herstellen. In juli/augustus evalueert de bank de resultaten van de individuele bedrijven. Aansluitend, voor 1 september krijgt iedere ondernemer duidelijkheid over kredietverstrekking voor het nieuwe teeltseizoen.
Groenten en Fruit, juni 2010

woensdag, mei 05, 2010

Tuinbouw en crisis

Bernd Feenstra:
‘Liever een korte en hevige crisis dan besluiteloosheid en uitstel’
De tuinbouwsector zou sneller herstellen als minder goed presterende bedrijven eerder waren gestopt. Goede ondernemers reageren met een onderscheidende strategie om slechte periodes door te komen. Investeringen in smaak, duurzaamheid, service, verkoopconcepten, marketing en een transparante markt versterken de afzetpositie.
Bernd Feenstra was binnen het ministerie LNV ruim vijf jaar beheerder van het Borgstellingsfonds voor de Landbouw, waarna hij de overstap maakte naar ABN AMRO Bank. Daar is hij nu Sectormanager Tuinbouw. Zijn werkgever is op afstand tweede financier van agrarische bedrijven en heeft als handelsbank veel kennis in huis over de economische ontwikkelingen in de wereld. De afgelopen maanden deed Feenstra regelmatig uitlatingen over de Garantstelling Werkkapitaal, die dit najaar van start ging. Hij was het niet eens met de gang van zaken en liet dat ook merken. Over de crisis in de tuinbouw kan hij onverwacht scherp uit de hoek komen.
Zijn we het dieptepunt van de tuinbouwcrisis voorbij of moet het nog komen?
“Dat is sterk afhankelijk van de prijsvorming in 2010 en 2011. Het is een combinatie van factoren die de huidige situatie zo slecht heeft gemaakt. Kenmerkend voor de groenteteelt is dat een kleine toename van het aanbod leidt tot een enorme verlaging van de opbrengstprijs. Andersom kan een kleine afname ook leiden tot een enorme prijsstijging. Toch ben ik licht optimistisch over verbetering van de huidige situatie. Meerdere factoren zijn van invloed op het verloop. Traditioneel bepalen het weer (consumptie en productie), het aangeplant areaal in Europa en de aanvoer uit Zuid Europa de prijsvorming voor de Nederlandse glasgroenten. Sowieso gaat het Europese glasareaal krimpen als gevolg van de lage opbrengstprijzen en verdere toename van de productie. Het afgelopen jaar is veel groentetelers niet in de koude kleren gaan zitten. Een positieve benadering van ondernemers om deze moeilijke periode te overbruggen is voor ons als bank belangrijk. Bij die motivatie stijgt ook ons vertrouwen.”
Hoe beoordelen jullie de bedrijven in de glasgroenteteelt?
“Wij kijken naar de ondernemerskwaliteiten en het ondernemerschap in de tuinbouw groeit met de dag. De ondernemer heeft invloed op arbeid, energie, productie en in mindere mate op de afzet. Wij beoordelen het toekomstperspectief van groentetelers aan de hand van de liquiditeitskostprijs. Dat is de kostprijs na privé en belastingen, inclusief betalingsverplichtingen (rente en aflossingen) en vervangingsinvesteringen. Als de liquiditeitskostprijs structureel hoger is dan de opbrengstprijs van een gemiddeld jaar dan heeft de onderneming naar onze mening geen toekomstperspectief.
Of de prijzen in 2010 nu goed of slecht zijn, wij verwachten dat er in de loop van dit jaar meer bedrijven te koop komen. We zitten nu nog in een periode waarin iedereen een afwachtende houding aanneemt. Wel beschouwd zou het voor de sector beter zijn als minder goed presterende bedrijven eerder waren gestopt. Dan neemt iedereen zijn verlies en kan de sector zich sneller herstellen. Hoe hard die boodschap ook is, dat is socialer en eerlijker tegenover zowel de ondernemers die stoppen als de bedrijven die doorgaan. Een doorstart na faillissement waarbij het management niet wijzigt en de financiering gedeeltelijk wordt gekweten vinden wij onwenselijk voor de sector.
Een lastige periode als deze heeft ook positieve kanten. Goede ondernemers reageren met een onderscheidende strategie om slechte periodes door te komen. Uiteindelijk komt de sector er sterker uit door efficiency en innovatie.”
Rabobank heeft te kennen gegeven dat het areaal glas iets mag afnemen. Wat is uw visie?
“Eerlijk gezegd vind ik het totale glasareaal niet interessant. Positief is dat de productie per vierkante meter verder zal toenemen door veredeling, technische innovaties en ondernemerschap. Ons voornaamste afzetgebied is Europa. Wij hoeven niet de hele wereld te voeden. Kortom: binnen de bestaande Greenports en tuinbouwontwikkelingsgebieden zijn genoeg mogelijkheden voor vernieuwing.
Er liggen op dit moment –begrijpelijk- weinig aanvragen voor nieuwe plannen. Die komen er natuurlijk wel als het weer beter gaat. Bij de beoordeling van nieuwe investeringsaanvragen vragen we een hoog eigen vermogen. Is er voldoende buffer om een slecht jaar te overbruggen? Voor ons blijft echter de beoordeling van de ondernemerskwaliteiten het allerbelangrijkst. De lat ligt daarbij hoog, maar dat is logisch.”
Waarom werkt de regeling Garantstelling Werkkapitaal maar in beperkte mate?
“De overheid heeft belang bij een toekomstgerichte sector en er was draagvlak om de sector te herstructureren. Volgens ABN AMRO waren er drie opties: Niets doen, een warme sanering of een garantstelling voor toekomstgerichte bedrijven. Een goede regeling of warme sanering hadden daarbij onze voorkeur. Uiteindelijk kwam de garantstelling van de grond, maar vanwege de voorwaarden is de regeling vooral geschikt om tijd te kopen voor ondernemers die in de komende drie jaar gaan stoppen met hun bedrijf. Dat is naar onze mening geen goede invulling. Zo verleng je de pijn van de crisis. Het probleem zit niet in de te hoge afsluitprovisie, maar in de verplichte twee jaar uitstel van aflossing.”
De Europese Commissie voert sinds 1997 een GMO beleid dat de sector moet versterken. Hoe denkt u daar over?
“De gedachte achter het GMO beleid is nog steeds goed maar de GMO gelden worden nu vooral gebruikt voor verlaging van de kostprijs. Wij zien als bank precies waar de GMO gelden naartoe gaan als een financieringsaanvraag binnenkomt. Voor de individuele tuinder en de bank zijn investeringen met GMO subsidie aantrekkelijk, maar de afzetpositie van de sector wordt niet versterkt. Het binnenhalen van GMO subsidies is een doel op zich geworden. Kijk daarom naar de oorspronkelijke doelstellingen en pas daar je nationale strategie op aan. Gebruik de GMO gelden marktgericht voor investeringen in smaak, duurzaamheid, service, verkoopconcepten en marketing en stop met subsidies voor aanbodstimulerende investeringen. Bijkomend voordeel is dat je dan ook het maatschappelijk draagvlak voor de GMO subsidies behoudt. Binnen het huidige GMO beleid is dat mogelijk!”
Wat mankeert er aan de afzetstructuur?
“Het Nederlandse product is prima in orde. Nederlandse groenten zijn zelfs een stuk beter dan uit andere landen. Sterke punten zijn de uniforme en goede kwaliteit, het grote aantal smaakvariëteiten, duurzaamheid, de beschikbaarheid van elke gewenste hoeveelheid en de snelheid en betrouwbaarheid van afleveringen. Je kunt merken dat de ondernemer daar invloed op heeft. Hij verliest die invloed op het moment dat groenten de tuin verlaten.
De markt biedt mogelijkheden om een hogere prijs te halen. In samenwerking met de retailer en handel liggen kansen. Samen met hen kun je het product samenstellen naar de wensen van de klant. Daarin is de producent een gelijkwaardige partij. Telers en handelaren kunnen waarde toevoegen waar de retailer baat bij heeft. Ik geloof heel sterk in transparantie van de markt. Dat leidt uiteindelijk tot de hoogste uitbetaalprijs voor onze goede producten.”
Heb je in die situatie nog zoveel telersverenigingen nodig?
“Ik denk van niet. Met minder afzetorganisaties kun je direct en beter afspraken maken met afnemers.”


woensdag, januari 20, 2010

Tuinbouw, banken en crisis













De kapitein van het Westland

Vandaag 0:03
pieternel van velden

Hoe zit het nu met die financiering in de tuinbouw en wat kan de rol van de banken zijn om de boel weer in een positieve ontwikkeling krijgen? Dat zijn vragen die in me opkwamen na de lange discussie die op Foodlog ontstond over ‘Tuinders Titanic’. Fred van Heyningen, directievoorzitter Rabobank Westland, voelde zich aangesproken en bleek graag bereid met foodlog.nl te praten. 

Een uitspraak tijdens het gesprek: ‘We hebben te groot gedacht, maar willen ook meewerken aan oplossingen’.


Rabobank Westland is één van de lokale banken, die in de glastuinbouw maar liefst 4 miljard euro – meer dan de helft van de totale Rabo-organisatie – in de glastuinbouw heeft uitstaan. 1 Miljard van de kredieten van de totale Rabobankgroep verkeert in de gevarenzone, waarvan 60% onder de lokale Westlandse bank valt. Dat is veel. Heel veel. De afdeling bijzonder beheer van de bank is het afgelopen jaar uitgebreid van drie naar dertig mensen. Dat zegt genoeg.
Fred van Heyningen vertelde in het acht uur journaal van 18 december 2009 dat de helft van de glastuinbouwbedrijven in de problemen zit. Een kwart is op basis van bestaande normen niet meer te financieren en gaat seizoen 2010 in met aanvullende voorwaarden en vaak extra eigen inbreng. Dat was een moedige uitspraak, waarmee de kurk van de fles was, maar die wel de realiteit aan het licht bracht.
Van Heyningen is realist, zo blijkt uit de loop van gesprek. Hij heeft Tuinders Titanic op Foodlog gelezen en vindt belangrijk dat de pijnpunten worden benoemd. Dat schept duidelijkheid. Hij en de directie van Rabobank Nederland vonden het daarop volgende debat dusdanig veelzijdig en genuanceerd dat zij daar het beste uit destilleren om toe te voegen aan de visie die de bank ontwikkelt. 
“Die visie wordt de komende maand gemaakt”, vertelt hij. Op basis hiervan bezien we of we de ingezette strategie van 2009, dus hogere eisen aan grootschalige nieuwe investeringen en doorfinancieren van bestaande bedrijven, doorzetten. We luisteren naar onze klanten, vinden hun mening belangrijk en volgen met interesse dit soort openbare debatten.”


Grootschaligheid

De afgelopen jaren heeft de bank fors geïnvesteerd in zogenaamde mega-projecten door het hele land. De meest in het oog springende is de ontwikkeling van het grootschalige Agriport A7 in de Wieringermeer. De eerste fase omvat in totaal 450 ha grond, waarvan nu de helft is volgebouwd. In de zomer van 2006 verrezen de eerste kassen, waar nu voornamelijk tomaten en paprika’s groeien. 
Van Heyningen ziet nu dat de ambities van ondernemers, gunstige subsidies opgeteld met het financieel beleid van de bank te ver is doorgeschoten. “We hebben te groot gedacht. De concurrentie tussen agrarische banken is zeker ook veroorzaker geweest. We hebben onze grenzen verlegd.” 


Sale-en-lease-back

Veel kritiek gaat nu richting marktleider Rabobank(80%), omdat deze ook als enige bank de zogenaamde sale-en-lease back constructie heeft toegepast bij de financiering van veel grote bedrijven. Ondernemers zijn daarbij in het bezit van hun grond, maar leasen hun kassen. Dat is vooral een fiscaal aantrekkelijke constructie, omdat de bank via haar eigen winst belastingaftrek kan toepassen. Die ligt natuurlijk veel hoger dan de winst van een ondernemer, die in de jaren na zijn nieuwbouw nauwelijks geld over houdt. 
Van Heyningen wil die situatie nuanceren. “Het idee bestaat dat Rabobank echt eigenaar is van die kassen. Dat is niet zo. Als de ondernemer van zo’n bedrijf in financiële problemen raakt, dan treden ontbindende voorwaarden in werking. De constructie heeft er aanvankelijk wel voor gezorgd dat de polsstok iets langer was.”


Spanning

Intussen is de spanning om te snijden. Veel glastelers zijn met grote moeite aan een nieuw seizoen begonnen. Tomaten, paprika’s, komkommers en aubergine’s zijn allemaal net geplant en staan te groeien. Er is voor tonnen uitgegeven aan zaad, plantmateriaal en toebehoren, waarin de bank heeft moeten bijspringen met extra oogstkredieten. Het is nog twee maanden wachten op de eerste vruchten, waarvan je maar moet afwachten of ze dit jaar meer opbrengen dan vorig jaar. Hoe wrang ook, een klein lichtpuntje voor de Nederlandse tuinders is dat in Zuid-Spanje 80% van de vruchtgroente gewassen is geruimd, vanwege extreme weersomstandigheden. Misschien dat daardoor de primeurprijzen een beetje aantrekken. De ene zijn dood is immers de ander zijn brood, nietwaar? 
Iedereen houdt zich angstvallig stil. Te stil, vindt Van Heyningen, die de discussie graag wil open breken. Er wordt in de wandelgangen, op verjaardagen, op telersbijeenkomsten wel druk gespeculeerd welke bedrijven het dit jaar gaan redden en welke hun ondergang tegemoet gaan. Maar ook als de prijzen wel aantrekken blijft het een jaar van keuzes. Hoe maakt de bank, die het Salomonsoordeel moet vellen, deze?
“Wij houden niet de grootste bedrijven in de benen, zoals velen denken”, reageert hij. We zien momenteel dat de middelgrote groentebedrijven van vijf tot tien hectare het beste presteren. Iets kleinere in de sierteelt. Mijn ervaring in de afgelopen dertig jaar is dat moderne bedrijven zich beter herstellen na een crisis dan verouderde. Sommige megabedrijven doen het ook nu goed. 
We kijken dus naar de resultaten van de afzonderlijke bedrijven, de schuldenlast, de mogelijkheid om weer winst te genereren, de kwaliteit van het management.”
In februari stelt de bank haar visie voor 2010 vast. In maart moet duidelijk worden of het huidige beleid moet worden bijgesteld. De besluitvorming naar individuele groentebedrijven voor seizoen 2011 volgt in juli. Iedere individuele groenteteler krijgt vóór 1 september duidelijkheid. De ondernemers in de sierteelt krijgen die gedurende het jaar. 
Van Heyningen: “Ondertussen praten we druk met belangenbehartigers, toeleveranciers om gezamenlijk dezelfde visie uit te stralen. We volgen strak de marktontwikkelingen, stimuleren verdere innovatie, houden klantsessies om kennis uit te dragen en proberen telersverenigingen samen te brengen. We voelen ons daarin verantwoordelijk.” 
Tijdelijk productiecapaciteit uit de markt halen of saneren vindt Van Heyningen geen optie, maar uitstel van executie. “Het suggereert dat Nederland alleen in de markt staat. Areaal in Nederland weghalen helpt niet, want Spanje, Marokko, Engeland en Frankrijk hebben ook uitgebreid en vullen dat gat gewoon in.”


Heftig en diep

De crisis is veel heftiger dan eerdere crisissen beaamt de bankman. “De teruggang is veel sneller en de verliezen zijn groter dan wij bij eerdere crisissen hebben gezien. De vermogensachteruitgang is in een jaar tijd ongekend groot. Ik ben erg bezorgd. Ik heb veel compassie met de ondernemers. Zij slaan zich er goed doorheen. De directievoorzitter ziet dat het vermogen van de bank onder druk staat, maar vindt dat deze het beter kan hebben dan de tuinders. “Het vermogen blijft nog intact omdat het aantal afboekingen nog heel beperkt is. De winst is wel teruggelopen en dat vind ik als coöperatieve bank ook logisch in een tijd dat onze klanten het moeilijk hebben.”
Rabobank Westland heeft zich inmiddels achter de oren gekrabd en stelt zich behoudend op in de financiering van nieuwe grote projecten. “We hebben fouten gemaakt. Daaruit hebben we lering getrokken. De ontwikkeling naar verdere professionalisering en verduurzaming moet echter doorgaan. We financieren door als bedrijven een gezond perspectief hebben op de lange termijn. Dit betekent niet dat de bank geen randvoorwaarden stelt. We vragen hoge kwaliteit van bedrijfvoering, dus een adequaat management, goede managementinformatie, een passende afzetstructuur, voldoende schaalgrootte, moderne glasopstanden, ondernemerschap, mentaliteit en ambitie.” De lijst van eisen is dus behoorlijk lang.


Cluster

“Wij zijn van mening dat je hier in Nederland productiecapaciteit moet houden. Ik geloof namelijk niet in een handelscentrum zonder productie en toeleveranciers. Hightech productie is essentieel voor een cluster. Geen sector ontwikkelt zich zonder productie.”
Van Heyningen is een aanhanger van de clustergedachte van de Amerikaanse marketingman Porter. Vrij vertaald naar de glastuinbouw in het Westland betekent dat telers, handel, toeleveranciers, onderwijs, onderzoek en voorlichting door hun onderlinge competitie en samenwerking elkaar versterken. Als de productie verschuift naar andere gebieden, dan zullen andere onderdelen van het cluster mee verhuizen, is zijn overtuiging. 


Macht of kracht

Er is een opvallend verschil in oorzaak van de malaise tussen sierteelt voedingstuinbouw. Sierteelt blijkt erg conjunctuur gevoelig. Prijzen zullen aantrekken als mensen weer meer gaan besteden. Daar ligt het chronisch probleem van een sterke euro tegen zwakkere valuta van exportlanden als Engeland, Midden- en Oost-Europa. 
Voor de voedingstuinbouw ligt dat veel moeilijker. Mensen eten niet gigantisch veel minder als hun portemonnaie minder gevuld is. De afzetstructuur zit in de groentesector wezenlijk anders in elkaar, door het ontbreken van de klok, veel handelende marktpartijen en de concentratie van retailers. Van Heyningen: “Ik denk dat we naar drie, vier producentenblokken toe moeten in Nederland, die uit een vorm van marktkracht kunnen opereren. Dat is iets anders dan marktmacht. Daarmee redden we het niet.” 
Marktmacht is aanvankelijk ook een motief geweest voor de schaalvergroting en concentratie, vanuit de gedachte dat je daarmee de retail van repliek kan dienen. De directievoorzitter vindt dat een gelopen race. “Als één partij in Nederland alle paprika’s verkoopt en klanten uitsluit om een hogere prijs te halen, dan wijkt een retailer als Lidl bijvoorbeeld uit naar een ander land en investeert daar in productie.” 
Maar als Lidl gebruik maakt van de huidige situatie dat kassen goedkoper zijn en probeert een slag te slaan door bedrijven in de Wieringermeer op te kopen? Hij glimlacht om deze vraag. “Dat is eerder in de sector gebeurd, zonder succes. Een retailer is nu eenmaal geen producent.”
Een voorbeeld van marktkracht noemt Van Heyingen de samenwerking tussen telers, Bakker Barendrecht en Albert Heyn. In dit model zijn de telers prefered suppliers van de grootgrutter. In die vorm van samenwerking hoeven productiebedrijven afzonderlijk niet super groot te zijn. “Mensen zeggen wel dat het de retail om de laatste cent gaat, maar dat is wat we er zelf van gemaakt hebben”, meent hij.
Overigens vindt hij dit model niet heilig. Er zijn weinig voorbeelden van grote productiebedrijven die dedicated voor één supermarkt werken. Grote bedrijven moeten ook dedicated werken, maar dan voor twee of drie ketens, om het risico te spreiden. 


Kostprijs of specialisatie

Nu de weg naar grootschaligheid tegen de laagste kostprijs dood lijkt te lopen is de vraag geoorloofd of Van Heyningen nog gelooft in megabedrijven. Grote bedrijven kunnen, mits er ook sprake is van goed management dat die bedrijfsgrootte aan kan, denkt hij. “Wij weten niet waar de grens ligt in de omvang van bedrijven. 50 of 100 hectare? Het lastig om een grens te trekken. In andere teelten zien we juist kleinschaligheid floreren. Er ontstaan specialismen. Het model van Koppert Cress werkt. Wij geloven dat er voor meer bedrijven zulke mogelijkheden liggen. In onze visie, waar we zoeken naar een rode draad tussen resultaten en bedrijfsomvang, komen we daar zeker op terug. Maar, er zijn meer factoren dan schaalgrootte die succes van een onderneming bepalen.” 
Beter kan de Nederlandse tuinbouw zich focussen op waar ze goed in is. “Als ondernemers alleen gaan voor het goedkoopste, dan gaan zij het niet redden. Ze moeten het echt hebben van toegevoegde waarde. We zijn hier uitermate goed in logistiek en distributie. De supermarkt heeft daar baat bij. Dat kunnen we beter uitbaten. Als de sector zorgt dat producten sneller bij de supermarkt zijn. Als zij verantwoordelijkheid neemt voor de aankleding van het schap, meer vanuit klantbehoefte denkt, meer werkt aan goede producten, verpakking, beleving. Dan ligt daar meer toekomst dan in lage kostprijs. De teler moet weer dichter bij de markt komen.” 


Taak voor de bank

Nederlandse tuinders en hun toeleveranciers zijn buitengewoon goed in technische innovatie en teelttechniek. De uitdaging om naar duurzame, energieneutrale tuinbouw toe te gaan is gretig opgepakt. Anders ligt het bij het vermarkten van de producten. 
Na de val van de veilingklok voor de voedingstuinbouw in de negentiger jaren is er een soort vacuüm ontstaan. The Greenery heeft toen als kersverse afzetorganisatie niet gebracht wat er aanvankelijk van werd verwacht. Telersverenigingen, meer dan dertig in totaal, hebben de verkoop zelf in handen genomen. Van Heyningen vindt dat dit niet altijd even professioneel gebeurt. 
“Er zijn natuurlijk goede voorbeelden. Maar toch. Wegkopen van mensen, iedere vereniging zijn eigen verkoper met dito salaris, leidt tot stapelen van kosten. Belangrijk vinden wij om samenwerkingsverbanden in de afzet duurzamer te maken en mensen aan te trekken met een bredere scope en strategisch inzicht die een goed zakenpartner van handel en supermarkt kunnen zijn”, meent hij. 
De directievoorzitter vindt dat zijn bank een taak heeft om samen met andere marktleiders in de sector gericht te sturen naar een betere afzet. Hij wil daarvoor de ervaring van de bank inzetten. “Fouten die nu in de sector zijn gemaakt hebben wij als grote organisatie misschien in het verleden ook gemaakt en daarvan geleerd. Die kennis kun je inzetten. Wij voelen ons mede verantwoordelijk in het zoeken naar oplossingen”, meent hij. 
“Vroeger was de tuinbouw één collectief, dat luisterde naar de voormannen. Dat is niet meer zo. Met de toename van de bedrijfomvang en individualisme zijn belangenbehartigers minder belangrijk geworden. Toch moet je de groep weer bij elkaar krijgen om de zaak in beweging te krijgen.”
Van Heyningen wil de overheid ook bij dit proces betrekken. Ik vind het belangrijk dat zij zich richt op de kaders en goede regelgeving. Kijken of supermarkten geen ongezond gebruik maken van hun macht. Dat zijn voor mij belangrijke issues. Je moet de overheid niet vragen om in te grijpen bij het bezweren van de crisis. Als je financieel afhankelijk wordt van een overheid dan raak je de dynamiek en het ondernemerschap kwijt. Je kunt de overheid wel vragen mee te werken aan het weghalen van barrières om meer samen te werken zoals de strakke regelgeving rond GMO-subsidies, die hechtere samenwerking veel lastiger maakt.” 


Wakker schudden

Van Heyningen wil zaken in beweging krijgen, maar het probleem is ingewikkeld en complex van structuur. Het is de afgelopen vijftien jaar niet gelukt om neuzen dezelfde richting op te krijgen. Daarom is het best opvallend dat hij de journalistiek ook in dit proces wil betrekken. Om ogenschijnlijke tegenstellingen aan het licht te brengen. Om mensen wakker te schudden en te speuren naar nieuwe expertise uit andere sectoren. 
En zijn tuinders nu eigenlijk ondernemers volgens Van Heyningen? “Voor mij is een ondernemer iemand die over zijn schaduw heen stapt, die zaken realiseert. Dat is met groot tempo gebeurd op het gebied van duurzaamheid en energie als nieuwe inkomstenbron. Een ondernemer neemt ook gecalculeerde risico’s ”, vindt hij. “In veel gevallen zijn er te grote stappen genomen, die gevaarlijker zijn dan we met z’n allen voor ogen hadden. Er mag dus meer aandacht komen te liggen op risicoanalyse.”


De kapitein heeft vertrouwen. Hij staat op de brug van het Westland. Niet van de Titanic. Hij stuurt om het ijs heen.
Volg deze discussie op Foodlog

Tuinbouw, banken en crisis








Tuinders Titanic
22 december 2009 0:52
Eindelijk is het hoge woord er uit. Het gaat bereslecht met de glastuinbouw. Vrijdagavond meldde het acht uur journaal dat glastuinbouwbedrijven dit jaar gemiddeld 100.000 euro in de rode cijfers zijn gedoken. Splits je dit uit dan komen groentetelers 220.000 euro tekort, snijbloementelers 99.000 euro tekort en verdienen de potplanten- en perkgoedtelers nog 54.000 euro. Op een totaal van 6.585 bedrijven in 2009 komt dat dus op een verlies van meer dan een half miljard. En voor velen was 2009 niet het eerste slechte jaar. Dit zijn cijfers uit de LEI Agrimonitor van december 2009, waaruit bleek dat de glastuinbouw het veel slechter doet dan andere agrarische sectoren. Zelfs de melkveehouders hebben het beter gedaan.


Jong en oud

Bij de glastuinbouw zijn het zowel jonge als oudere ondernemers die in problemen komen. Toch zijn de jongere ondernemers in de meerderheid. Vooral als zij een groot en modern bedrijf hebben met veel vreemd vermogen. Maar de pijn geldt voor iedereen. Interen op eigen liquide middelen, minder aflossen op leningen of zelfs het aantrekken van vreemd vermogen, zorgen uiteindelijk voor uitholling van het toekomstperspectief. 
Het LEI is duidelijk. Als het moeilijke jaar 2009 wordt gevolgd door een aantal goede jaren, kunnen de reserves weer op peil worden gebracht. Gebeurt dat niet, dan moeten sommige bedrijven noodgedwongen stoppen. 


Kwart moet stoppen

Hoeveel is ‘sommige bedrijven? Rabobank, die 7 miljard euro heeft uitstaan in de glastuinbouwsector, deed eind november nog een ‘geen paniek’ persbericht uitgaan, want er zijn dit jaar niet opvallend meer faillissementen in de glastuinbouw dan vorig jaar. Toch gaf de bank toe dat er ‘donkere wolken boven de sector hangen’. Inmiddels hebben ze besloten alvast 1 miljard onzeker krediet af te boeken(15%!), schreef het Financieel Dagblad afgelopen week.
Raboman Fred van Heyningen uit het Westland was in het journaal meer to-the-point: “De helft van de glastuinbouwbedrijven zit in de problemen. Een kwart zou eigenlijk moeten stoppen. We proberen ze toch de winter door te helpen.” Er van uit gaande dat het tij nog kan keren houdt de bank deze bedrijven in de lucht. 
Rabobank zal wel moeten. Het is een publiek geheim dat de grootste financier in de agrarische sector 600 tot 750 ha glasopstanden heeft gefinancierd door middel van een sale-en-lease-back constructie, een regeling die zowel de bank als de tuinders fiscaal voordeel oplevert. Die mogelijkheid maakt gulzig. De bank is dus zelf eigenaar van het grootste glastuinbouwbedrijf in Nederland.


Niemand durft

Zal het tij keren? Niemand durft daar een antwoord op te geven. Toch gaat dat niet spontaan gebeuren. Binnen de sector weet nagenoeg iedereen dat er de laatste jaren te optimistisch is geïnvesteerd in schaalvergroting. Om de productiekosten te drukken. Immers, hoe meer je maakt, hoe lager de kosten. Dat lukte, maar nou zitten ze met de gebakken peren. Er kwam zoveel productiecapaciteit bij, dat de opbrengstprijzen nog lager werden bij dan de al miraculeus lage kostprijzen.
Toch ging het spel lekker door. Dat kwam omdat tuinders door een fiscaal gunstige regeling – de zgn. sale-en-lease-back constructie van Rabobank - met steeds minder eigen geld steeds grotere bedrijven konden maken. Nu heb je dus grote moderne bedrijven die technisch failliet zijn en die het failliet van de sector als geheel op hun geweten lijken te hebben. Een sanering van de kleinere en ouderwetsere tuinders zou voor de hand liggen. Maar … die hebben nou juist part noch deel gehad aan de crisis. Wat nu?

Telers weten het niet meer. Wie laat de bank het eerst omvallen? Die kleinere bedrijven met relatief weinig schulden zonder bedrijfsopvolging, of de nieuwe bedrijven die zijn gebouwd voor de toekomst? Uit een informeel gesprek met een bankier bleek dat het rechtvaardig zou zijn de bedrijven met de grootste schuldenlast uit de markt te nemen. Als die omvallen komt het voortbestaan van de Nederlandse glastuinbouw in gevaar. Het gaat namelijk niet alleen om die zeven duizend ondernemers, maar ook de toeleverende bedrijven er om heen. 


Staatssteun 

Banken en tuinders komen er tot op heden niet uit. Iedereen knijpt de billen bij elkaar en gooit nog wat fiches op de casinotafel. Er is zelfs niet de geringste aanzet om het probleem aan te pakken. De tijd moet het leren.

Je kunt het lijk dus al zien drijven. Straks wordt er geroepen om staatssteun, terwijl er nu vrijwel zeker al geld in een bodemloze put wordt gegooid. Er moet staks immers productiecapaciteit uit de markt worden gehaald. De bedrijven die dan moeten worden omgehaald zijn daarom nu al niets meer waard. Stel dat de roep komt, moeten de agrarische financiers en de tuinders dan met staatssteun worden geholpen? Wiens probleem is het eigenlijk? Da’s een belangrijke vraag om alvast over na te denken. 

De Titanic kon tenslotte ook niet zinken.
Volg de discussie op Foodlog

zondag, november 29, 2009

Tuinbouw, banken en crisis










Banken doen alles om waardevermindering bedrijven tegen te gaan
Geen massale gedwongen verkoop glastuinbouwbedrijven
Banken kunnen zich niet permitteren de komende maanden veel tuinbouwbedrijven failliet te laten gaan. Zij wikken en wegen om de schade door de crisis tot een minimum te beperken. Financieel adviseur Ton van Marrewijk geeft zijn visie op de huidige crisis.

Hij noemt zichzelf geen accountant, maar met een glimlach ‘financieel architect’. Ton van Marrewijk werkte jarenlang voor de Rabobank, totdat hij ruim zes jaar geleden besloot voor zichzelf te beginnen. Hij zag dat ondernemers zich slecht lieten begeleiden bij investeringskeuzes en het verkrijgen van een financiering daarvoor. Hij adviseert ze bij hun keuze. Hij weet als geen ander hoe banken in deze tijd om gaan met hun klanten.
Niet terug kijken
Van Marrewijk heeft veel ondernemers begeleid die nog zeer recent een nieuw bedrijf hebben opgezet. Een deel van die bedrijven heeft nu liquiditeitsproblemen. Nu kun je de vraag stellen of die ondernemers, hun adviseurs en accountants de plannen hebben overschat. “Nee”, vindt hij. “De banken hebben deze bedrijven getoetst en hun plannen goedgekeurd.”
Hij vervolgt: “Je moet niet terug kijken met de kennis die je nu hebt, maar wat je wist toen je als ondernemer de keuze maakte, als adviseur het advies gaf en als bank de plannen wilde financieren. Op dat moment klopten de economische plaatjes en vooruitzichten. Niemand had dit voorzien en achteraf praten met de wetenschap die je nu hebt is niet eerlijk. Je kunt nu wel concluderen dat we met z’n allen op zeer dun ijs hebben gelopen.”
Bedrijven die wat langer geleden vernieuwd zijn, of een pas op de plaats hebben gemaakt, hebben een gunstiger uitgangspositie in deze crisis, vanwege een betere solvabiliteit. Dat kan het gevolg zijn van de capaciteit van de ondernemer, maar ook een samenloop van omstandigheden. Duidelijk is dat je niet met de vinger kunt wijzen. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Dat maakt dat ondernemers er nu opener over zijn.
Pas op de plaats
Het was altijd een gouden regel dat een glastuinbouwbedrijf minimaal 25% eigen vermogen moest hebben. Die norm is de laatste tien jaar los gelaten en gedaald naar 15%. Op de meest kapitaalintensieve tuinbouwbedrijven wordt zelfs die 15% soms niet gehaald.
De huidige economische omstandigheden zorgen voor een flinke ontnuchtering en een extra kwetsbare positie van veel bedrijven. Het eigen vermogen zal omhoog moeten om deze ondernemingen gezond te maken.
Op dit moment zijn de banken uitermate terughoudend in het financieren van nieuwbouwplannen. Zij steken hun energie vooral in het voortbestaan van hun bestaande klantenkring. De adviseur merkt op dat het eigenlijk niet uit maakt voor welke bankier je hebt gekozen. Rabobank, ABN AMRO Bank en ING houden zich allen aan dezelfde gedragscode.
Die terughoudendheid heeft misschien nog meer te maken met de eigen vermogenspositie van de banken zelf. Vanuit de Nederlandsche bank (DNB) en volgens EU-richtlijnen moeten de banken hun vermogenspositie weer omhoog krikken. Dat kan alleen door minder leningen uit te zetten en via hogere rente weer middelen binnen te krijgen. Vandaar de renteverhoging waar veel ondernemers mee worden geconfronteerd.
‘Passende’ rente
“Banken moeten nu ook de verliezen van hun klanten financieren”, weet de adviseur. “Een mooi moment voor banken om de totale financiering van bedrijven opnieuw te beoordelen en een daarbij ‘passende’ rente vast te stellen. Aanpassen van eerder gemaakte rente-afspraken vind ik persoonlijk misbruik maken van de situatie en maakt de overlevingskans van bedrijven nog moeilijker.”
“Ik heb er minder moeite mee dat de banken nu hoge rentes vragen voor nieuwe financieringen. Het is de afgelopen jaren ook andersom geweest. Banken vochten voor hun marktaandeel en ondernemers profiteerden daarvan. Door banken tegen elkaar uit te spelen bedongen zij extreem lage rentes. Nu is het andersom, dat is nu eenmaal marktwerking.”
Voor gezonde bedrijven ziet de adviseur dus nog steeds financieringsmogelijkheden. “De grondprijs daalt en de kosten van bouwen liggen laag. Wie dus de financiering rond krijgt, kan daar nu de vruchten van plukken.”
Gedwongen stoppen
Veel ondernemers worstelen met de vraag of zij door kunnen gaan of gedwongen moeten stoppen. Voor een aantal zal dat inderdaad spelen, maar voor de meerderheid (nog) niet. Zolang er kans is dat de markt voor tuinbouwproducten herstelt, zullen de banken uiterst voorzichtig opereren. Hoe dat over een jaar uit zal pakken valt nu nog niet te voorspellen.
Zeker is dat een faillissement van een groot aantal tuinbouwbedrijven grote gevolgen heeft voor de eigen vermogenspositie van banken. Dat is geen aantrekkelijke optie.
Lagere kostprijs
Nog minder aantrekkelijk is gedwongen verkoop van bedrijven, die in betere tijden een bestaansrecht hebben, maar op een zeer ongelukkig moment zijn getroffen door de crisis. Deze, veelal moderne bedrijven, voorzien van goede installaties en een WKK, zouden voor een fractie van de waarde in handen komen van nieuwe eigenaren. Die ondernemers kunnen tegen een lagere kostprijs produceren dan de bedrijven die ondanks de crisis nu nog redelijk gezond zijn. Dat is oneerlijke concurrentie.
De tuinbouw heeft al jaren gewerkt aan kostprijsverlaging, maar als deze door de huidige crisis lager komt te liggen dan via de natuurlijke weg, ontstaat een nog groter probleem. Het gevolg is dat de waarde van alle glastuinbouwbedrijven zal dalen. Dat is niet goed voor de banken, maar helemaal niet voor de toekomst van de sector.
Vraaguitval of overproductie
Een voortdurend punt van discussie is de tijdsspanne van deze crisis. In haar brief van 22 september 2009 aan de Tweede Kamer spreekt Minister Verburg over een tijdelijke vraaguitval die haar noodzaakt een garantieregeling voor de land- en tuinbouwsector in te stellen. Als er inderdaad sprake is van vraaguitval zal de markt binnen afzienbare tijd weer aantrekken.
Maar stel dat er toch sprake is van overproductie, door de areaaluitbreiding en intensivering van teelten, zoals die de laatste jaren heeft plaatsgevonden? Van Marrewijk is er helemaal niet gerust op. “Telers hebben te veel ingezet op productie in plaats van afzet. En dat is een zorgelijke situatie.”
Oogstkrediet
Ondernemers werden dit jaar al vroeg geconfronteerd met het oogstkrediet voor de aanschaf van zaad, planten en steenwol. Banken vroegen hun klanten al in augustus hun aanvraag in te dienen. Zo kregen zij vrij snel overzicht in de omvang van de aanvragen.
Vervolgens bleef het ijzig lang stil, in afwachting van mogelijke overheidsmaatregelen. Van Marrewijk: “Helaas is er geen vroegtijdige oplossing gekomen en wordt er nog steeds druk onderhandeld tussen banken en telers. Bedrijven krijgen de oogstfinanciering niet rond voor het zaaien. Kiezen ze er voor om toch te laten zaaien, dan levert dat een risico op voor de plantenkweker en het zaadbedrijf. Zo ontstaan situaties die gevaarlijk zijn voor de sector.”
De financieel adviseur verwacht geen toeloop op de Garantieregeling op werkkapitaal van de overheid. Banken stappen niet in, omdat ze twee jaar uitstel moeten geven op aflossing. Ondanks dat de garantieregeling duur is, willen ondernemers er wel gebruik van maken, maar krijgen hier de bank nauwelijks in mee.
Meer inzicht
Brengt de huidige crisis alleen kommer en kwel in de tuinbouw? Van Marrewijk hoopt van niet. “Ondernemers worden door de economische situatie gedwongen hun financiële positie onder ogen te zien en hun gegevens iedere maand uit te draaien. En dat is echt terecht. Zij leren nieuwe vaardigheden en krijgen meer inzicht in hun bedrijfsvoering. ”
Onder glas, november 2009

Tuinbouw, banken en crisis











Bernd Feenstra ziet een streepje licht aan het einde van de donkere tunnel
Marktherstel afhankelijk van economisch herstel
De economen van ABN AMRO hebben gegronde redenen om aan te nemen dat de crisis op zijn retour is. Het herstel begint in Azië en bereikt via de Verenigde Staten de Eurozone. De meer conjunctuurgevoelige bloemenmarkt gaat zich sneller herstellen dan de markt voor groente, is de verwachting.
“Dat de economie zich gaat herstellen staat vast. De vraag is alleen hoe dat gebeurt en hoe snel.” Bernd Feenstra, sectormanager tuinbouw van ABN AMRO geeft alvast een voorproefje op het binnenkort te verschijnen rapport van zijn bank met de werktitel ‘Hoe gaat de markt zich herstellen?’. In het rapport geeft ABN AMRO haar visie op de ontwikkelingen in de glastuinbouw tijdens en na de kredietcrisis.
Eerst Azië
Feenstra spreekt voor de bank die nummer 2 is in de financiering van agrarische bedrijven, maar als handelsbank veel kennis in huis heeft van de economische ontwikkelingen over de hele wereld.
Wereldwijd is het economisch herstel na de kredietcrisis op gang gekomen, is de eerste conclusie. Dat gaat in een heel verschillend tempo. “Azië is minder getroffen door de kredietcrisis. Wij zien daar al de eerste tekenen van herstel. Op het dieptepunt van de crisis was het zeer moeilijk om exportkredieten te financieren. Naar de mening van de economen is dat probleem van tijdelijke aard en wordt de financiering van exportkredieten weer eenvoudiger als het economisch herstel doorzet.
Dan de VS
De Verenigde Staten hebben een diepe knieval gemaakt. Na de problemen met subprime hypotheken, stijging van olieprijzen en het faillissement van Lehman Brothers ontstond daar in het vierde kwartaal van 2008 en het eerste kwartaal van 2009 de diepste recessie sinds de jaren dertig, die zich vervolgens over de hele wereld verspreidde.
Die recessie was dieper dan in de Eurozone. Op het moment dat het vertrouwen in de financiële sector tot een nulpunt was gedaald, raakten bedrijven in liquiditeitsproblemen. Daarop antwoordden zij wereldwijd met het terugschroeven en interen op voorraden, met een kettingreactie tot gevolg.
De bank ziet nu dat bedrijven wel erg hard op de rem hebben getrapt om erger te voorkomen en bemerkt dat zij hun voorraden nu weer aan gaan vullen. De economen zijn gematigd optimistisch, omdat er een kans is dat de economie in 2010 toch weer terugvalt, maar is de kans ook reëel dat het herstel snel gaat.
Vervolgens Europa
Het herstel van de economie gaat als en soort golfbeweging over de wereld. In de VS zijn de eerste signalen van herstel merkbaar. Meer verwacht Feenstra van marktherstel in voor de tuinbouw belangrijke afzetlanden als Engeland en Rusland. De negatieve invloed van valutakoersen op de export naar deze landen is erg groot geweest. “Toch durf ik op basis van gunstige wisselkoersverwachtingen de stelling aan dat de export naar die landen gaat herstellen, ook al is natuurlijk niet bekend wanneer.”
Piekende olieprijs
De sectormanager kijkt met een andere blik naar de ontwikkeling van olieprijs. “De ontwikkeling van de olieprijs is zeer conjunctuurgevoelig. Nu is de olieprijs genormaliseerd, maar je kunt op je vingers uittellen dat die gaat stijgen als de economie weer gaat groeien. Op de langere termijn moeten we er rekening mee houden dat de prijs met golfbewegingen stijgt.”
Opmerkelijk is zijn visie op de prijsontwikkeling in 2008. “Vorig jaar ontstond paniek door de enorme piekprijzen. Telers moeten daar minder bang voor zijn, is mijn mening. In 2008 is de sterke prijsstijging met name veroorzaakt door speculatie. Olie is een product waarmee gespeculeerd wordt. Als de prijs in korte tijd enorm stijgt dan komt onvermijdelijk weer een prijsval als speculanten hun winst pakken. Zo’n piek door speculatie is altijd kort en hevig.”
Sierteelt eerst
Waneer het marktherstel voor de Nederlandse glastuinbouw komt, is de vraag die iedereen bezig houdt. Macro-economische ontwikkelingen hebben volgens de bank veel invloed op het herstel van de markt.
Feenstra ziet het eerste herstel voor de sierteeltsector. “De sierteelt is conjunctuurgevoelig. Door economisch herstel, betere wisselkoersen en het wegvallen van de beperkingen voor exportkredieten gaan mensen weer meer Nederlandse bloemen kopen.”
Het herstel voor de groentemarkt is naast bovengenoemde economische factoren meer afhankelijk van de afzetstructuur. “Ondanks een recessie blijven mensen groenten eten. Een grote toename van consumptie na de recessie zit er niet in.” De sectormanager voorziet dus echt problemen als het de groentesector niet lukt om het aanbod te gaan bundelen.
Omgooien
Vraaggericht produceren is een term die velen in de mond nemen. Daar liggen kansen voor de tuinbouw, is de mening van de ABN AMRO. Feenstra: “Probleem is dat je een model dat jarenlang succesvol was, niet zo maar om kunt gooien. Toch verwacht ik veel van de veerkracht van onze sector. Ondanks dat velen het water tot aan de lippen staat, is de Nederlandse tuinbouw altijd bij machte geweest om nieuwe doelstellingen te formuleren.”
Maar als dat deze keer nu eens niet lukt? Als een deel van de tuinbouwsector door de huidige verdeeldheid niet die vertaalslag kan maken? “Dat is een moeilijke zaak”, meent hij. “Als de vraag niet herstelt, dan kun je alleen aan de aanbodskant iets veranderen. Dan betekent dat helaas een sanering.”
De sectormanager is op zich niet tegen sanering, maar vreest dat het zonder overleg tussen overheid en sterke belangenbehartigers ongecontroleerd zal gaan gebeuren. Als de markt niet op tijd herstelt, zullen niet alleen bedrijven zonder bedrijfsopvolger stoppen maar juist ook de moderne, middelgrote bedrijven. En dat is nu net de groep waarvan de ABN AMRO vindt dat ze de toekomst zijn van de glastuinbouwsector.
Onder Glas, november 2009