woensdag, september 24, 2014

Satelietnavigatie



Ton van der Voort van der Kley, Kverneland Group:
‘De boer is een manager die processen aanstuurt’

Dat een robuuste tractor met zaaimachine in staat is om een zaadje op vijf millimeter nauwkeurig te positioneren is bijzonder. Nog indrukwekkender is de techniek, die daarachter schuil gaat. In de toekomst zullen ook alle data met elkaar gekoppeld zijn. De weg tussen uitgangsmateriaal en de maaltijd die op je bord ligt wordt volledig transparant.

“In principe is het straks mogelijk om als consument te achterhalen welke boer jouw wortelen heeft geteeld. Zelfs van welk perceel en op welke plaats. We hebben er de techniek voor”, vertelt Ton van der Voort van der Kley, managing director bij Kverneland Group Mechatronics bv, bevlogen.
Eenendertig jaar geleden startte de techneut zijn eigen afdeling, waar hij zich toelegde op automatisering. Een mijlpaal was het jaar 1999, toen de eerste kunstmeststrooier met satelietnavigatie op de markt kwam. Dat was aanvankelijk een ‘ver van mijn bed-show’ voor akkerbouwers, maar dat duurde niet lang. “Wij noemen dat wel het ‘TomTom-effect’”, legt hij uit. “Op het moment dat navigatie doorbrak in de auto-industrie werd deze techniek algemeen aanvaard. Tegenwoordig heeft iedere high-end tractor standaard een navigatiesysteem. Het is vanzelfsprekend geworden.”

Satelliet
Door navigatiesystemen te koppelen aan bedrijfsvoering systemen gaat er een wereld open voor de moderne akkerbouwer. Zo kunnen percelen nauwkeurig worden bemest aan de hand van data; een plattegrond van de opbrengsten, grondsoorten, vochthuishouding en andere factoren. Zo komen meststoffen uitsluitend op die plaatsen waar ze nodig zijn. Het behoeft weinig uitleg dat dit een forse besparing kan opleveren. Dit resulteert in kostenreductie en komt de duurzaamheid van de sector ten goede. Bovendien is door registratie meteen bekend waar, wat en hoeveel meststoffen zijn gebruikt.
Er is een centrale databank in oprichting, die niet alleen de gegevens van de meststrooier vastlegt, maar ook alle werktuig- en tractorspecifieke gegevens. Koppel de data aan die van de transportsector en van ieder product is de herkomst bekend. Als op consumentenniveau een probleem ontstaat kan de weg naar de bron worden herleid. “Het hele proces is uiterst transparant geworden, zodra ook de sector zover is”, weet Van der Voort van der Kley. “Dat is waar het in de toekomst naartoe gaat. De boer is dan geen boer meer, maar een manager die processen aanstuurt.”

'In onze industrie is geen enkele competitie als het gaat om de overdraagbaarheid van gegevens'

Standaardisatie
Het klinkt logisch en eenvoudig, maar aan deze innovatie ging een lange weg vooraf. Volgens de directeur was het een chaos in de wereld van landbouwwerktuigautomatisering. Werkte een akkerbouwer met meerdere soorten machines, dan was zijn tractor uitgerust met even zoveel besturingskasten, voorzien van uiteenlopende soorten kabels en pluggen. Ieder merk had zijn eigen systeem, zonder enige synergie.
“Wij zijn gestart met de ontwikkeling van één uniform softwareprotocol en standaard connector, waardoor het mogelijk werd om alle werktuigen te bedienen en zodoende gegevens uit te wisselen. Dat deden we eerst voor onze eigen producten, maar  samen met concurrenten en collega’s is die standaard verder uitgebouwd en geïmplementeerd.”
Hij maakte zich hard voor de formatie van werkgroepen om wereldwijde standaardisatie tot stand te brengen. Na een lang traject van intensief overleg lukte dat. Tegenwoordig coördineert  AEF (Agricultural  Electronic Industry Foundation) deze werkgroepen wereldwijd,  waarbij inmiddels 145 bedrijven zijn aangesloten. “In onze industrie is geen enkele competitie als het gaat om uitwisseling van gegevens. Iedereen ziet daarin kansen om met nieuwe toepassingen de omzet te verhogen.”

Slim spuiten
De innovatie gaat in rap tempo door. Ook het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen kan omlaag, door middel van sensoren die het menselijk oog vervangen. Autonome robots detecteren ziekten en sturen de landbouwspuit aan op basis van waargenomen gegevens. Daarmee zal het totale middelenverbruik omlaag gaan.
Zoveel nieuwe mogelijkheden die de landbouw vooruit helpen zorgen er voor dat Kverneland Group Megatronics als bedrijf voortdurend in de lift zit. Ondanks de crisis groeide het ieder jaar gestaag met 15% en die trend zet door. In 2001 werkte Van der Voort van der Kley met 15 mensen. Nu zijn er 68 medewerkers in dienst met een gemiddelde leeftijd van 26 jaar. Softwareontwikkeling en automatisering trekt veel jonge techneuten aan.

Full liner
Kverneland Group ontwikkelt en produceert werktuigen voor de akkerbouw en veehouderij. Sinds twee jaar is het bedrijf onderdeel van Kubota. Daarom bevat het programma nu full liners, dus zowel tractors als het werktuig daarachter. De producten vinden hun weg naar de klant via een wereldwijd dealernetwerk. Mechatronics is de divisie die zich bezig houdt met automatisering.
Meer over Kverneland Group Mechatronics BV weten? Zie website



donderdag, augustus 14, 2014

LED belichting tomaat




De Jong en Peters over eerste ervaring belichten:
LED tussenlicht geeft weer nieuwe teelttechnische uitdagingen

Was Andy de Jong vroeger zo’n knul die met een opgevoerde brommer rond reed? Je zou het bijna gaan denken als hij vertelt over de hybridebelichting bij Jami, met dubbele LED-modules tussenlicht. Daar hoort volgens hem een zo hoog mogelijke stengeldichtheid bij. Terwijl hij het tweede seizoen draait is Wim Peters net uit de startblokken. Twee tomatentelers delen hun ervaring.

Terwijl proeven met LED-belichting in de tomatenteelt al jaren de vakbladen roze kleuren, zijn de installaties op praktijkschaal in Nederland op de vingers van één hand te tellen. Kwekerij Jami VOF, van de broers Andy en Arjan de Jong en Michel Zwinkels in Bergschenhoek is pionier op dit gebied. Het 6 ha grote tomatenbedrijf (Komeett) is voor de helft ingericht met een combinatie HID-topbelichting (SON-T) en een dubbele rij tussenbelichting met LED-modules van Philips. De installatie werd in het najaar 2012 aangelegd. Jami is inmiddels bezig met de tweede teelt onder de lampen.
Wim Peters, tomatenteler in Someren teelt op 16 ha Roma (pruim)tomaten en Tasty Tom. Hij heeft vorig jaar op 3,3 ha belichting aangelegd. Ook hij koos voor de SON-T-lampen, maar met één rij LED-modules tussenlicht in zijn pruimtomatenteelt (Prunus).

Vroege productie
De motieven van beide telers zijn verschillend. Hoewel ze de hogere productie ten opzichte van onbelicht in het achterhoofd hebben, is dat niet de belangrijkste drijfveer. Het gaat De Jong niet alleen om de totaalproductie. Hij mikt vooral op een vroege productie in de periode dat tomaten doorgaans duur zijn. Het is hem inmiddels gelukt om rond week zestien 6 kg/m2 meer te oogsten ten opzichte van vorig jaar belicht. Of de eindproductie hoger zal liggen is nog maar de vraag.
 “Wij kozen bewust voor de hybride belichting, omdat 100 procent LED nog in de kinderschoenen staat. Naar mijn mening hebben we de warmte van de SON-T lampen gewoon nodig”, legt hij uit. Dat hij niet uitsluitend voor deze lampen koos heeft te maken met het feit dat de kaslucht boven het gewas hoger oploopt met alleen SON-T en dat stond hem tegen. “Die moet je dan weer gaan afluchten en dat leidt tot warmteverliezen en past niet in ons duurzaamheidsplaatje. Met LED komt meer energie die je er in stopt, er ook als licht uit vergeleken met SON-T.”

Jaarrond eigen product
Peters teelt nu tien jaar pruimtomaten. Dat zijn relatief lange gewassen. Hij stond voor de keuze zijn kas, met een poothoogte van 5 meter, met anderhalve meter op te hogen in combinatie met diepstralers, of te gaan belichten met een hybride systeem. Investeren in LED is een stuk duurder dan de kas ophogen, maar uiteindelijk gaf het teelttechnische aspect en de verbetering van de winterkwaliteit voor hem de doorslag.
Om het gat in de productie voor zijn ‘Home Cooking’ concept op te vangen, importeerde hij ’s winters pruimtomaten van een coöperatie in Spanje. Dit is een wezenlijk ander product dan de tros pruimtomaten die hij zelf teelt. Met de keuze om te gaan belichten ondervangt hij de noodzaak tot importeren. Beide telers mikken op een eerste oogst rond de kerstdagen. “En dan hoop ik begin januari op een goede productie te zitten”, vult Peters aan.

LED als groeibuis
De verschillen in belichtingsduur met traditioneel belichtende collega’s zijn in de donkere periode van het jaar niet groot. Of je nu alleen toplicht (SON-T) gebruikt of een combinatie van toplicht en tussenlicht, de belichtingstijd blijft achttien uur per etmaal. In donkere dagen in het voor- en najaar kan wel makkelijk extra belicht worden met LED zonder teveel warmte toe te voegen in de kas.
Peters heeft geen groeibuis. De LED-modules werken wel als zodanig, zeker omdat ze ook beweegbaar zijn en met het gewas mee gaan. Dus in tegenstelling tot andere bedrijven gaat niet de groeibuis aan om het gewas te activeren, maar de LED-module. “Dat kost natuurlijk elektriciteit”, weet hij, “maar die vervangt de warmte van een groeibuis. Er zijn dus nauwelijks verliezen.” Bij De Jong bewegen de LED-modules niet mee met het gewas. Hij gebruikt wel een groeibuis.

Een leerjaar
Het eerste teeltseizoen is eigenlijk altijd een leerjaar. De Jong ging voortvarend van start. Hij hanteerde relatief hoge plantdichtheden. Daarbij zette hij de LED’s maximaal in door ze jaarrond vijf tot tien uur per dag aan te houden. “We hadden vorig jaar nog geen echte doelstelling en zijn er gewoon maximaal in gegaan”, vertelt hij. Tot drie keer toe heeft hij een kop laten staan, waardoor de eindafstand 4,6 stengels per m2 is geworden (zie tabel).
“Achteraf hebben we daarvan veel geleerd. De koppen hebben we te laat aangehouden en de eindafstand is te vol geweest. Daardoor waren we gedwongen ook in de zomer op relatief donkere dagen soms twaalf uur per dag tussenlicht te geven. Gemiddeld was het zes uur per dag. Dat is geen ramp, maar valt wel tegen als de tomaten goedkoop zijn.”
Dit jaar is hij iets behoudender van start gegaan. Hoewel de plantdatum ruim een week vroeger was dan het jaar ervoor heeft hij nu slechts twee keer een kop bijgezet, maar wel vroeger. Volgens hem is de energie-efficiency daardoor stukken beter. Nu belicht hij in de zomer maximaal vijf uur bij.

Volgend jaar anders
Peters is nu bezig met zijn eerste seizoen belichten. Hij heeft de eerste ervaringen bij Jami op de voet gevolgd en daaruit lering getrokken. “Onze verwachtingen halen we wel dit eerste jaar”, meent hij. “Maar nu al weten we wat we volgend jaar anders zullen doen. Dan wordt het pas echt leuk.” Hij plantte dit seizoen in week 45 en wil komend seizoen drie weken naar voren opschuiven.
Leren telen met de tussenlicht LED-modules is als opnieuw het wiel uitvinden, vinden beiden. De Jong: “We stapten er in, maar niemand kan je wat vertellen.” Hoewel hij intensief proeven volgt met LED-belichting kan hij die niet helemaal naar de situatie op zijn eigen bedrijf vertalen.
Ten opzichte van collega’s met alleen SON-T-lampen kiest hij ervoor om het tussenlicht zoveel mogelijk te laten branden. Als aanvullende teeltmaatregel plukt hij bijvoorbeeld geen tussenblad. Zo houdt hij zoveel mogelijk bladoppervlak aan voor kwaliteit en productie en kan de plant het tussenlicht maximaal omzetten.


Vergelijking teeltplan Jami en Wim Peters
                            Andy de Jong – Jami                                          Wim Peters
Toplicht               105 µmol/m2/s SON-T                                         117 µmol/m2/s SON-T
Tussenlicht          110 µmol/m2/s LED (2 strengen)                         55 µmol/m2/s LED (1 streng)
Gewas                  Grove trostomaat                                                 Pruimtomaat

Seizoen               2012/13                         2013/14                         2013/14
Plantdatum          wk 43                             wk 42                             wk 45
Soort plant           Komeet/Maxifort 1 op 1; 2,5 stengels/m2            Geënt getopt, 2,3 stengels/m2
Eerste stengel      wk 48 naar 3,3 st/m2      wk 44 naar 3,3 st/m2      wk 47 naar 3,45 st/m2
Tweede stengel   wk 2 naar 4,1 st/m2        wk 50 naar 4,1 st/m2      wk 3 naar 4,2 st/m2
Derde stengel       wk 6 naar 4,6 st/m2        eindafstand                    eindafstand

dinsdag, juni 24, 2014

Hoeksche Chips



Henk Scheele en Gé Backus:
‘Meer vertrouwen in mensen dan in ketens’
 

Op een zakje Hoeksche Chips staat op het eerste gezicht een ‘gewone’ QR-code. Via een app op je mobieltje krijg je informatie over de makers van dit lekkere regioproduct. Je kunt ook vragen stellen en krijgt antwoord van de teler zelf. Diezelfde ‘slim ingerichte’ code werkt ook andersom en geeft meer informatie over kijk- en koopgedrag. Hierdoor wordt de hele keten van producent tot consument efficiënter.

Als Henk Scheele een vergelijking maakt tussen Hoeksche Chips en het meest bekende A-merk chips dan zijn er eigenlijk meer verschillen dan overeenkomsten. Scheele, die samen met zijn collega’s Gerrit Rozendaal en René de Zeeuw ruim tien jaar geleden aan het grote chipsavontuur begon, noemt ze op. “De smaak is wezenlijk anders en niet altijd constant, omdat de aardappelrassen elkaar door het jaar heen afwisselen. Onze chips is twee keer zo duur; de winkelier heeft een marge van 30% terwijl het A-merk een negatieve marge heeft. We kiezen voor de allerbeste zonnebloemolie, omdat we niet alleen voor smaak, maar ook voor gezondheid kiezen. Hoeksche chips ligt niet bij de grote supermarktketens, alleen bij franchisers en speciaalzaken.”

Als je het zelf doet lukt zoveel meer 

Maatwerk
De ondernemers uit de Hoekse Waard hebben een succesvol merk in de markt gezet. “Dat ging soms met vallen en opstaan”, legt Scheele uit, “maar als je alles zelf doet dan lukt zoveel meer.” Wat ooit begon met een tweedehands pan uit een bejaardenhuis en een dito aardappelsnijder is uitgegroeid tot een bedrijfshal met moderne baklijn waar twee ploegen elkaar afwisselen.
Inmiddels verwerken zij de helft van hun aardappelproductie tot chips en zoeken ze gericht naar rassen die geschikt zijn om te bakken. Hun chips ligt in de business class van KLM en in het café naast Palm Bier. Sterk zijn ze in maatwerk, dus verpakkingen voor speciale acties of doelgroepen. Dat maakt hen een interessante partner voor bedrijven die wat anders willen dan doorsnee.

Wisselende vragen
Op de helder doorschijnende verpakking kun je teruglezen wie vandaag de chips bakt, evenals de houdbaarheidsdatum. Die persoonlijke aanpak werkt. Zo krijgen de medewerkers regelmatig mailtjes als ‘lekker gebakken, Joke’. Scheele krijgt vragen per mail binnen. Die feedback vindt hij enorm belangrijk, want daarmee kunnen hij en zijn collega’s het productieproces verbeteren.
Eigenlijk wil hij nog veel meer uitleggen, zoals waarom hij en zijn collega’s dierlijke mest gebruiken en wat de waarde is van speciale akkerranden. Het duurzame karakter van de hele onderneming kan wat hem nog veel meer aandacht krijgen.

Echte trend
“Er is een groeiende groep burgers die wil weten waar hun eten vandaan komt. Dat is nog niet de massa, maar het is wel een echte trend”, legt Gé Backus, directeur van Connecting Agri&Food, uit. “Mensen hebben nu eenmaal meer vertrouwen in mensen dan in anonieme systemen.”
Op het bedrijf van Hoeksche Chips werkt hij nu aan een project om via de QR code en de streepjescode op de verpakking actiever met consumenten te communiceren. Voorwaarde is dat de ondernemer daar tijd en ruimte voor in plant.
Eind maart heeft de Zeeuwse retailer Agrimarkt de streekproductenapp ‘De Boer @p’ geïntroduceerd met informatie van drie leveranciers uit de streek. Backus is betrokken bij de invoering ervan. Consumenten kunnen nu via de QR code  en de streepjescode interactieve productgegevens, twitterfeed, foto’s of video’s zien.

Er is een groeiende groep burgers die wil 
weten waar hun eten vandaan komt

Interactieve en efficiënte ketens
Dat is puur informatie voor consumenten, maar achter deze nieuwe toepassing van QR codes en streepjescodes gaat zoveel meer schuil. Ketens zijn volgens Backus geen ketens, maar losse schakels met een gebrekkige onderlinge communicatie. De nieuwe toepassing biedt oplossingen voor de vaak gebrekkige en inefficiënte informatieoverdracht.
Via slimme tags kun je de hele keten in beeld brengen en met elkaar verbinden, zoals een verwerker, een snijderij, een transporteur of een winkel. Met behulp van ICT is het mogelijk om informatie te achterhalen en ketens klantgerichter te maken. Op deze manier kun je ook derving aanpakken en dat is weer goed voor voedselveiligheid en duurzaamheid.
Voor de makers van Hoeksche Chips kan inzicht in ketens een volgende stap worden op de ingeslagen weg. Het is straks mogelijk te achterhalen wie de informatie op de verpakking leest. Zo kunnen zij verder werken aan hun onderscheidend vermogen en gericht marketing bedrijven.
“Het gaat nog veel verder”, legt Backus uit. We gaan straks ook het kijkgedrag koppelen aan kassabon informatie. Zo is het mogelijk om koopgedrag van typen consumenten continue te volgen en te analyseren, met respect voor de privacy.


Meer over Hoeksche Chips weten?
Volg hen op Facebook 
Kijk ook op Internet 

Dit verhaal verscheen in de juni editie van Agrarisch Nieuws van ABN AMRO Bank


maandag, juni 23, 2014

Tuinbouw Terneuzen



Belgische paprikatelers komen de grens over
‘Wij komen naar Zeeuws-Vlaanderen voor het gunstige klimaat en veel licht’

Hoe soepel kan een bouwproces verlopen als opdrachtgevers en uitvoerders elkaar met één woord verstaan. Op de bouwlocatie van de Vlaamse paprikatelers van VGT Zeeuws-Vlaanderen is de sfeer goed. Er is tijd voor een goed gesprek over zeeklimaat, diffuus glas en vooral over samenwerking tussen Vlamingen en ‘Ollanders’ onder de Zeeuwse zon.

Aan het zongebruinde gezicht van Staf Verlinden kun je wel zien dat deze paprikateler dit voorjaar weinig in zijn kas is te vinden. Dagelijks is hij aanwezig op het nieuwbouwproject van VGT (Verenigde Groentetuinders) in de Autrichepolder bij Westdorpe. Zijn collega’s rijden een paar keer per week vanuit Rijkevorsel naar Zeeuws-Vlaanderen. “Maar een uurke rijden”. Zijn collega Jos Wuyts haalt zijn schouders op. Voor de Vlaamse telers is de stap om naar Nederland te komen echt geen emigratie.

donderdag, juni 19, 2014

Lelie



Nieuwe, lichte kas geeft heel ander teeltresultaat
‘Een lelie uit de kas, die de kenmerken heeft van buitenteelt’

Ga je voor kwaliteit of kwantiteit, of misschien wel voor beide? De tuindersfamilie Van der Marel in Amstelveen heeft een kas gebouwd met een diffuus kasdek en allerlei snufjes die het zomerklimaat zo koel mogelijk moeten houden. De kwaliteit van de eerste lelies uit deze kas is veelbelovend. Het wordt een spannende zomer.

Bij het betreden van de nieuwe kas heb je de neiging om je ogen dicht te knijpen. Hoewel het een donkere dag is met nauwelijks zon, zorgt het diffuse kasdek voor een breed lichtspectrum. “Onder dit glas lijkt het of je buiten staat en word je gewoon bruin”, vertelt John van der Marel van Prins Kassenbouw. Tim van der Marel – geen familie – bevestigt dit. “We hebben OT’s en Oriëntals staan die op ons andere bedrijf wit blijven, maar hier roze worden. Dat wisten we niet. Nu de teeltomstandigheden veranderen zullen we opnieuw naar ons assortiment moeten kijken.”

dinsdag, mei 27, 2014

Pluktomaatje



Nee Humberto, 
pluktomaatjes zijn niet bespoten

Afgelopen vrijdag was prinses Irene te gast bij Humberto Tan in zijn Late Night Show, ter gelegenheid van het Franse initiatief Fête de la Nature dat nu ook naar Nederland komt. Plotseling verschenen daar pluktomaatjes op tafel, Gaaf natuurlijk. Als dochter van een tomatentuinder ben ik dan meteen alert. Ze bleken ook nog lekker. 
Humberto vroeg: “Mag ik ook proeven?” Dat mocht. Direct daarna zei hij in het voorbijgaan: “Zijn ze niet bespoten?” Dat stemde me tot nadenken. Kennelijk zit het erg diep dat groentes die er mooi uit zien ook bespoten moeten zijn. Dat is ook niet verwonderlijk, want in het verleden –toen we eigenlijk nog veel te weinig wisten over de gevolgen van chemische bestrijding- is er veel en hardnekkig gespoten in de land- en tuinbouw. Met alle gevolgen van dien.

vrijdag, mei 23, 2014

Bijzondere snijbloemen



Corné van Aert teelt bijzondere snijbloemen
‘Graag uitblinken door het net iets anders te doen’

Dicentra en polygonatum zijn geen voor de hand liggende snijbloemengewassen. Corné van Aert behandelt ze met zorg en vervroegt de oogst door tunnels te plaatsen. Andere gewassen als alchemilla teelt hij weer op kisten om de oogst uit te stellen. Zijn teeltplan is een schaakbord vol opgebouwde kennis door hemzelf en zijn ouders.

Het is een vroeg jaar voor Corné van Aert uit Breda. De oogst van allium, dicentra en polygonatum is al in volle gang. Terwijl zijn ouders dwalingen uitselecteren en zorgen dat de partij sieruien uniform blijft, is het personeel volop bezig met het bossen van dicentra, ofwel gebroken hartje. “Doordat het vroeg in het jaar relatief warm is gaat het snel”, vertelt de teler. Er is veel aanbod en dat zet de prijs onder druk. Voordeel van zo’n vroege lente is weer dat de aanvoerperiode wat langer is.

Vaste planten of snijbloemen
Bijna een eeuw is de familie in het bezit van het perceel aan de Achterste Rithweg. Er is dus een lange familietraditie verbonden aan dit stukje Brabants land. Waar de overgrootvader van Corné ooit startte met de vollegrondsteelt van groenten, schakelde zijn vader rond 1990 over van ijsbergsla en witlof naar de teelt van vaste planten.
Aanvankelijk teelde hij deze voor de verkoop van plantmateriaal, maar de teelt van snijbloemen was ook aantrekkelijk. Niet in de laatste plaats vanwege de zekerheid van betaling via de veiling. “Toen vijf jaar geleden de crisis begon was dat een belangrijk houvast”, vertelt Van Aert. Vandaag de dag teelt hij nog steeds vaste planten, zoals hosta, maar het is een nevenactiviteit. De jonge teler kwam acht jaar geleden in de maatschap bij zijn ouders en sinds begin 2013 heeft hij het bedrijf overgenomen.