donderdag, april 30, 2009

Snijbloemen















Bedankt voor die bloemen’
Arrangeur en bloemist Charles van der Voort hamert op kwaliteit

Met twintig medewerkers en een vrachtwagen vol bloemen vertrekt Charles van der Voort vlak voor Pasen naar het Vaticaan voor zijn belangrijkste klus van het jaar. De rust keert pas terug op het moment dat de Paus ‘bedankt voor die bloemen’ zegt. Bolbloemen in uitbundige kleuren zijn vast onderdeel van deze Nederlandse presentatie. De kwaliteit mag niet ter discussie staan, vindt Van der Voort.
“We zitten inmiddels bijna zeventig jaar hier met onze bloemenzaak op de Morsweg in Leiden. Mijn werk als arrangeur is door de jaren gegroeid. Volgend jaar verzorgen we alweer voor de 25e keer de bloemen tijdens de Paastoespraak van de Paus. We versieren de Ridderzaal voor Prinsjesdag en het kasteel de Wittenburg. En iedere week maken we de arrangementen voor het EO programma ‘Nederland zingt’. Bolbloemen maken een belangrijk deel uit van ons pallet.

Uitbundig
“Ik hou van de uitbundige kleuren van bolbloemen. Daar kan je zo fantastisch mee werken. Neem nu de grote variatie in tulpen, of het diepe blauw van irissen. Bloemen spreken voor zich. In mijn winkel en in mijn arrangementen verwerk ik veel bolbloemen. Nu gaan er ook veel tulpen mee naar Rome, maar eigenlijk stop ik er eind maart mee. Mensen willen dan weer wat anders. Bovendien neemt de kwaliteit af door de hogere temperaturen. Een vaas tulpen is dan binnen een paar dagen slap en uitgebloeid. Dat vaasleven vind ik te kort.
Als ik met tulpen werk, dan gebruik ik geen andere bloemen in zo’n boeket. Tulpen groeien door. Dat hoort er gewoon bij. Aangezien andere bloemen dat niet doen vind ik het verschil in lengte na een paar dagen geen gezicht meer. Snijnarcissen gebruik ik bijna niet, wel potten ‘Tête à Tête’.
Maar ook bloembollen vind ik nog steeds een mooi product. Zo’n mooie pot met tulpen op het terras in het voorjaar zie ik graag. Thuis zet ik ook mijn bakken vol met bollen om ze daarna te vervangen door zomerbloeiers.

Kwaliteit
Ik hamer wel op de kwaliteit van producten. Die varieert enorm. Dat geldt niet alleen voor bolbloemen, maar voor alle snijbloemen. Te lang bewaren, sparen, dat vind ik geen goede zaak. Als ik merk dat ik zo’n partij heb gekregen, dan gaat die meteen terug neer de leverancier. Dat wil ik beslist niet.
Ik ga altijd voor kwaliteit. Ik gooi slechte bloemen liever weg dan dat ik ze verkoop en daarmee mijn goede naam verspeel. Die boodschap zou ik aan de telers mee willen geven: ook in tijden dat het iets minder gaat, zorg dat je kwaliteit verkoopt. Nederland heeft met haar logistiek een goede troef in handen en met topkwaliteit overwin je altijd.”

Vakwerk, april 2009

Tomaten














Pizza en prut

Koken doe ik het liefst iedere dag vers, met ingrediënten van de markt en mijn scharrelslager of mijn visboer. Toch zijn er van die dagen dat alles tegen zit en de kinderen om zeven uur ’s avonds hongerig vragen wat er op tafel komt.
Gisteren belandde ik, na ernstig file leed, samen met de kinderen, voor het eerst bij de nieuwe Albert Heijn XL in Leiden. Er ging een gejuich op in de auto. Ze hebben me namelijk een paar maanden gek gezeurd over die voetbalplaatjes, maar ik heb hun gedrens toen kunnen weerstaan.
Op zo’n drukke dag gelden andere regels. Dan maar zo’n kant-en-klaar pizza de oven in. De kinderen protesteerden, want wat ze op die pizza’s onder het cellofaan zagen, beloofde niet veel goeds. Daarom snel een pizza-bodem opgezocht en wat verse ingrediënten. Ik was verrast omdat er Tasty Tom voor mijn neus lag. Ik griste nog wat bij elkaar om snel naar huis te vliegen.

Thuis gekomen maakte ik de flow-pack van de Tasty Tom open en tot mijn teleurstelling waren drie van de acht tomaatjes beschimmeld. Precies die exemplaren die onder het logo en de streepjescode verstopt lagen. Vervolgens scheurde ik de verpakking van de bosuitjes open. Ja, ja, drie verpakte uitjes voor 0,99. Slim. De kwaliteit liet ernstig te wensen over. Van de prei die ik nodig had voor een ander gerecht werd ik helemaal niet vrolijk. Die was al klasse II, maar daar had half Leiden ook al met zijn vingers aangezeten.

Toen ik vanmorgen een appeltje van de schaal wilde pakken was de maat vol. Van de Flow-pack met zes Braeburn appels waren er twee rot.

Het is toch diep treurig. Als je de XL binnen stapt ben je gewoon blij verrast over de enorme versafdeling, waar rijen tomaten en appels je smeken om mee genomen te worden. Met mijn oogst van gisteren kan ik alleen maar concluderen dat de producten geen omloopsnelheid kennen of te lang worden bewaard. Snel terug naar de markt en mijn goedkopere supermarkt, waar de prei weg vliegt en het personeel nog betrokken de rommel uit het schap vist en ververst.

Lees voor reacties op Foodlog

zondag, april 19, 2009

Orchidee















Orchideeëntelers Herman en John de Vreede:
‘Zo’n project doe je stap voor stap, met veel passen en meten’
Automatiseren van een bestaand project is veel moeilijker dan het bedenken van een systeem voor een nieuw bedrijf. Tel daarbij op dat het bestaande potplantenbedrijf hoge eisen stelt aan de verwerkingssnelheid en iedere centimeter vloeroppervlak wil benutten. Herman en John de Vreede legden de leverancier van interne transportsystemen een ingewikkelde puzzel voor.

Het is nu nog behelpen op het orchideeënbedrijf in Bleiswijk, maar over een paar maanden moet die fase voorbij zijn. In januari 2008 begon Frans van Zaal Totaal Techniek met de automatisering van het interne transport op dit bedrijf. Het einde is nu in zicht. Een groot deel van het systeem is al in gebruik, maar met name in de verwerkingsruimte moet nog veel handwerk worden verricht. De sporen van een drukke week zijn nog zichtbaar als John de Vreede een rondje maakt langs het enorme emplacement, waar de Phalaenopsispotten af en aan schuiven. Het is voor hem even nadenken hoe hij het verhaal in chronologische volgorde moet vertellen.

Plannen om gooien
Het begon allemaal een paar jaar geleden, toen de broers over vergroting van hun bedrijf nadachten. Zij hadden toen een opkweekbedrijf van 12.000 m2 in Bergschenhoek en een productiebedrijf met Phalaenopsis en Paphiopedilum in Bleiswijk. Ze waren eigenlijk op zoek naar een perceel van vijf, zes hectare om volgens de nieuwste ideeën nieuw te gaan bouwen.
Alle plannen waren in kannen en kruiken toen de buurman, ook Phalaenopsisteler, in 2007 zijn bedrijf van 23.000 m2 plotseling te koop aanbood. Binnen een paar dagen was de koop een feit en vervolgens werden alle plannen omgegooid.
“We stonden voor een grote operatie”, vertelt De Vreede. “Wij teelden in 12 cm potten en besloten drie jaar geleden om ons te specialiseren in de 9 cm potten met zes verschillende rassen. De omloopsnelheid was tot dan toe laag, 15.000 potten per week. Die moest omhoog. Het bedrijf dat wij kochten had weer 12 cm potten. Uiteindelijk besloten we om ook daar naar 9 cm te gaan. Met een optimale ruimtebenutting wilden we naar een productie van 100.000 potten per week.”



Verplaatsen en verzetten
Bij het oppotten gebruikt het bedrijf nu een mobiele robot die de planten over de lange kant van de container inzet. Tegelijkertijd zet dezelfde robot de planten, die zes weken daarvoor zijn opgepot, voor de eerste keer wijder. Dit alles gebeurt in de verwerkingsruimte. Voor het kastransport koos de teler voor een snelle Overhead Transporter, omdat er maar weinig ruimte langs de gevel is. Deze ‘OHT’ is zo snel door de combinatie met langzame afduwunits zonder frequentieregelaars.
Centraal in de installatie – bij voorsorteren en afleveren – staat de OMNOR. Deze robot kan zowel rolcontainers verplaatsen als individuele potrijen over de lange zijde van de container oppakken en neerzetten. Voordeel van de lange zijde is dat er minder slagen nodig zijn, zodat bewegingen rustiger verlopen. Door het gebruik van deze robots kan de verkoop-afleverbuffer relatief klein blijven (7.000 plantdragers). De twee robots vullen de kleine buffer continue aan vanuit een grote containerbuffer.
De indeling van het bedrijf is na de schaalvergroting volledig veranderd. Het eerste (warme) en laatste deel van de teelt gebeurt op de ‘oude’ tuin. Op de tuin van de buurman staan de planten tijdens de koelperiode. Op het moment dat de planten naar deze buurkas gaan worden ze tegelijkertijd voor de tweede keer wijder gezet. Het inzetten en uitrapen gebeurt hier met één gecombineerde mobiele robot.

Plastic kraag
De teelt van een wankel plantje in een 9 cm pot kent handicaps, die de broers beslist wilden oplossen. Zo stelden ze als eis dat het blad niet mocht beschadigen en dat potten niet mochten omvallen tijdens het transport.
Voor het eerste probleem bedachten ze een plastic kraag om de pot. De Vreede: “Deze kraag houdt de bladeren omhoog tijdens de teelt.” Speciaal voor het aanbrengen en verwijderen van die kraag zijn machines ontworpen. Vlak na het oppotten gaat de kraag er omheen. Vlak voor het afleveren gaat deze er weer af.
Na het oppotten passeren de potjes een camera, die de planten op grootte sorteert en ze ook positioneert. Zo staat het blad in dezelfde richting op de rolcontainer en overlapt het blad elkaar tijdens de teelt dus niet.

Traybodem
Met die oplossing was het probleem van het omvallen nog niet verholpen. Samen met de ontwikkelaar van het interne transport en de leverancier van potten bedachten de broers speciale traybodems in de rolcontainers, waardoor de planten precies op de goede afstand muurvast staan. “Die bodems zijn een fantastische vinding”, vindt De Vreede. “Er zijn al veel telers die belangstelling tonen. Zelfs tuincentra vinden ze handig.”

Stokken fixeren
De orchideeëntelers ergerden zich aan de manier waarop het product er vaak bij staat of hangt op verkooppunten. Dat probleem is op te lossen door stok en pot goed met elkaar te verbinden. Daarom staat er ook een nieuwe machine klaar, die de kleine potten van stokken voorziet.
Een camera beoordeelt de steellengte, waarna een stok in twee verschillende lengtes bij de plant wordt gezet. De machine prikt de stok door de bodem van de pot, waardoor deze is gefixeerd. De twee (nieuwe) clipjes worden vervolgens met de hand dicht geknepen.

Hoge capaciteit
Terwijl het automatiseringsbedrijf nu ruim een jaar aan de installatie bouwt is de teelt op beide bedrijven gewoon door gegaan. Als alles is afgerond moet de verwerkingscapaciteit op 4.200 planten per uur liggen. “Wij zijn echt blij als straks alles achter de rug is”, verzucht De Vreede. Tegelijkertijd weet hij ook dat de opdracht complex was: een systeem bedenken voor een bedrijf dat voor 80% van de omzet grote orders draait en dus een absoluut betrouwbaar en snel systeem nodig heeft. En dat is best een technisch hoogstandje.

De uitdaging
Automatisering van het intern transport op een bestaand potplantenbedrijf is complex. De klus die de gebroeders De Vreede hebben uitbesteed, was er een van de hoogste moeilijkheidsgraad en een uitdaging. De opdracht was als volgt:
- Bouw een intern transportsysteem zonder de continuïteit van de productie te hinderen.
- Verbindt twee bedrijven met elkaar, met bestaande opstanden die haaks op elkaar staan. Het ene bedrijf heeft al een automatisch systeem met rolcontainers, het andere een handmatig rolcontainersysteem. De maten van de rolcontainers verschillen.
- Werk een systeem uit met 9 cm potten. Het ene bedrijf staat bij de start nog vol met 12 cm potten.
- Het afleversysteem moet een capaciteit van 100.000 potten per week kunnen verwerken.


Onder Glas, april 2009

Bollen

Groene veilingen zijn een begrip in het bollenvak. Veilen in zijn puurste vorm, vinden de liefhebbers. In de maand mei staan de groene veilingen weer op de agenda. Een spannend spel voor insiders.















Jaap Looijesteijn:
‘Kopen is de kunst van het tijdig ingrijpen’

Volgens Jaap Looijesteijn blijft het systeem van groene veilingen altijd bestaan. Samenscholen op een veld bollen, waar iedere roe van eigenaar verwisselt. Wie is de echte koper en wie gaat voor het strijkgeld? Of voor allebei? Dat avontuurlijke schimmenspel, daar moet je van houden. Zoals veel handelaren in het bollenvak.

Het is Jaap Looijesteijn vergaan zoals veel jongens uit het Noordelijk zandgebied. Geboren tussen de bollen wilde hij al jong ondernemer worden. Iedere spaarcent ging in bollen zitten, die hij aankocht voor zijn eigen stuk land op het ouderlijk bedrijf.
Het liep anders. Handelen bleek al snel leuker dan telen. Jaap had daar nu eenmaal meer gevoel voor. Zo liet hij zijn droom van zelfstandig ondernemerschap varen voor een dienstverband met de Hobaho, waar hij intermediair werd. Tot zijn ‘territorium’ behoorde iedere bol die in het Noordelijk zandgebied werd geteeld.

Nu freelance
“Op een gegeven moment vroeg Henk Hoogervorst me mee te gaan naar de groene veilingen. Dat beviel me goed. Sindsdien ging ik ieder voorjaar met hem op stap”, vertelt hij. En inderdaad. Hoewel Looijesteijn inmiddels ruim de pensioensgerechtigde leeftijd is gepasseerd, keert zijn naam nog met grote regelmaat terug op de agenda van HB-veilingen. “Maar nu wel freelance”, merkt Looijesteijn op, die het handelen nog steeds niet kan laten.
In het voorjaar bezoekt de oud-intermediair van Hobaho de bedrijven die een groene veiling willen houden. Hij gebruikt zijn ervaring om partijen te beoordelen en zoekt alvast of hij kopers kan vinden die mogelijk geïnteresseerd zijn. Omgekeerd weet iedereen ook hem te vinden. Looijesteijn: “In het voorjaar begint dat met vragen van mensen. Komt er nog wat aan, Jaap? Ziet er nog iets voor me bij?”

Wens klant
Als intermediair en veilinginkoper van de Hobaho bezocht en bezoekt Looijesteijn zowel groene veilingen van Hobaho als CNB. Het maakt de handelaar tenslotte niet uit waar de bollen vandaan komen, zolang de wens van de klant wordt gerespecteerd. Van tevoren bespreekt hij met zijn klanten op welke partijen hij mag bieden en tot welke prijs hij mag gaan. Of dat daadwerkelijk lukt, hangt helemaal af van het verloop van zo’n veiling.

Schimmenspel
Is het moment van de groene veiling aangebroken, dan begint het schimmenspel. Het is immers niet bekend welke orders de aanwezigen in portefeuille hebben en tot hoe ver zij zullen gaan. “Dat is nu het avontuurlijke aan dit werk”, vindt Looijesteijn. “Juist dat inschatten op welk moment je moet reageren. Dat is nu de kunst van het kopen, op het juiste moment ingrijpen. En het is natuurlijk prachtig als je een partij in handen krijgt die minder kost dan de klant er uiteindelijk voor over had.”
In eerste instantie wordt de totale kraam ingedeeld in partijen. Blijkt nu op het laatst dat partijen onverkocht blijven, dan behoudt de veilingmeester zich het recht om de partij in zijn geheel te veilen. Je kan dus al een aantal partijen in handen hebben en ze alsnog kwijt raken. Of je koopt alles. Maar dan moet je naderhand proberen van de partijen af te komen die je niet nodig hebt. En dat gebeurt. Het onderhandelen stop dus niet als de groene veiling voorbij is. Op dat moment komt het op de vaardigheden van de echte handelaar aan. Houdt hij er iets aan over of niet?
Een bijzonder ‘wedstrijdelement’ is het strijkgeld dat de veilingmeester soms instelt. Dit is een premie voor degene die het hoogste bod plaatst, voordat het afslaan begint. Het is bedoeld om de prijsvorming op gang te brengen en levendig te houden. “Dat maakt het veilen spannend. Je weet namelijk niet of bieders echte kopers zijn, of dat het ‘strijkgeldjagers’ zijn. Of allebei.”, gaat Looijesteijn door. “Het kan zijn dat zo’n ‘jager’ na de veiling met een partij blijft zitten, die hij dan toch weer wil verhandelen. Dat is natuurlijk interessant.”

Verrassend verloop
Groene veilingen kunnen heel verrassend verlopen, heeft Looijesteijn door de jaren ondervonden. “Ik kan me nog herinneren dat er z’n 25 jaar geleden een grote partij ‘Ad Rem’ werd geveild. In de bollenstreek werd de waarde toen geschat op 60.000-70.000 gulden. Plotseling bood een kweker/exporteur 160.000 gulden voor die partij. Iedereen was verbijsterd en afgetroefd.”
‘Ad Rem’ was toen een nieuwe tulp, die uiteindelijk ook goed is gebleken. Destijds was dit geen opdracht die Looijesteijn heeft moeten uitvoeren. De koper in kwestie is er goed mee geweest. Hij kreeg een partij bollen in handen, met leverbare bollen en jong uitgangsmateriaal. En uiteindelijk bracht dat hem in een goede marktpositie. Voor velen in het vak was dat een goede les.
“Wij maken afspraken met onze klanten en schatten natuurlijk in tot hoe ver we kunnen gaan. Maar zo zie je dan toch dat iets goeds niet snel te duur is.” Looijesteijn lacht. Zo blijft het kopersvak toch altijd uitdagend. Zeker op het moment dat er weer een groene veiling op de agenda staat.

Vakwerk, april 2009

Sla

Als je een kas met sla binnen loopt, dan hangt daar een speciale geur. Dat doet me terug denken aan de tijd dat ik zelf bij mijn vader sla sneed in de schoolvakanties. Een teelt die lang op de nominatie stond om volledig uit de Nederlandse kassen te verdwijnen. Gelukkig zijn er nog telers die zich daar niets van aantrekken. En eerlijk is eerlijk, die dikke krop sla die ik van Piet Reijm mee kreeg smaakte heerlijk. Boterzacht.


Automatisering op gemengd bedrijf
Transportsysteem zorgt voor rust, hygiëne en flexibiliteit

Een transportsysteem met oogstbanden voor de slateelt is een pittige investering die bij de gebroeders Reijm geen grote tijdwinst opleverde, maar wel andere voordelen had. De hygiëne op het bedrijf, de versheid van het product en de verbeterde arbeidsomstandigheden zorgen er voor dat zo’n systeem eigenlijk een must is. Zware sla telen met heteluchtverwarming is de passie van deze drie broers.

Maandagochtend om één uur sla snijden, om de volgende morgen zo vroeg mogelijk op de veiling te zijn. Onder de lampen, met een koppel jongens, oliebroek aan, op de knieën in het koude, natte land, terwijl af en toe een kachel aan slaat. Een hele generatie telers heeft dat beeld nog op het netvlies staan. Zwaar werk, versleten knieën en een altijd wisselende prijs op de veiling.
Nog steeds is het af en toe vroeg beginnen, maar niet zo extreem meer als in het verleden. Alleen aan die wisselende prijs is nog niet veel veranderd. Piet Reijm in Nieuwerkerk aan de IJssel glimlacht als hij een mooie zware krop sla omhoog houdt. “Vandaag 58 cent. Dat is niet slecht. Vorig jaar zaten we in deze week voor 20 cent te snijden.” Hij werkt gestaag door, terwijl zijn broers Jaap en Johan en twee medewerkers in de schuur de rest van het werk doen.

Prioriteit bij sla
In 1999 kregen de gebroeders Reijm de kans om nieuw te bouwen, na reconstructie van hun tuinbouwgebied. Ze bouwden 37.000 m2 Venlokas, verdeeld in 6 afdelingen. Geen buisverwarming, maar in iedere afdeling 8 hetelucht kanonnen, waarvan er 4 tegelijk branden. Alleen in de afdeling met de laagste temperatuur slaan ze alle 8 tegelijk aan. Zo worden pieken in de energievraag vermeden.
De broers telen ’s winters twee keer zware sla (Hofnar en Roderick), waarbij zij streven naar 40 kilo per 100 stuks. Af en toe zetten ze ook een vak andijvie. “Eind maart, begin april volgen een teelt tomaten en komkommers. De tomaten in de grond, de komkommers op steenwol. Het argument om dit teeltplan uit te voeren, heeft te maken met arbeidsbezetting. De drie broers werken met twee vaste medewerkers. In het zomerseizoen vangen zij de piekarbeid op met losse krachten, zoals scholieren. De slateler: “We willen ook permanent op de markt zijn. Zodra de sla weg is volgen de vruchtgroenten.”
Bovenin de kas ligt een beweegbaar energiescherm. Dit is hoofdzakelijk aangelegd voor de slateelt, om juist in de winter het gasverbruik te beperken. “Constant dicht laten liggen, kan echt niet voor het klimaat”, vertelt Reijm. “Onze prioriteit ligt bij de slateelt. Wij vinden nog steeds dat je de beste sla teelt met heteluchtverwarming in plaats van buisverwarming. Een groeibuisje zou voor onze teelten mooi zijn, maar ja, zo houd je altijd wensen.”

Hoge belasting
Zeven jaar geleden besloten de broers het interne transport aan te pakken. Door het contact met Belgische telers stuitten zij op het mobiele transportsysteem van Alubo, een bedrijf uit Sint-Kathelijne-Waver. Het systeem bestaat uit een oogstband, die zestig meter diep de kap in gaat. Deze sluit aan op een transportband op het hoofdpad, bestaande uit drie delen. Deze delen overbruggen ieder een afdeling en hebben in totaal een lengte van 320 meter.
Inmiddels heeft het volledig uit aluminium bestaande systeem zijn bestendigheid kunnen bewijzen. De banden draaien continue als er sla wordt gesneden. Reijm: “De belasting is hoog en we beginnen nu wel wat slijtage te zien. Dat is een nadeel van aluminium.”
In de schuur staat een schoonmaaktafel opgesteld. Een rollenbaan brengt het gevulde fust naar de spoelplaats, waar sla in meermalig fust nog kan worden nagespoeld.



Geen snijafval
Piet Reijm zit in zijn eentje sla te snijden. Hij snijdt de kroppen af, maar maakt ze niet schoon. Hij legt ze op de oogstband, of ze nu groot, klein, mooi of een beetje vies zijn. Onder het praten snijdt hij stevig door, want in de schuur staan vier mannen op zijn productie te wachten. Dat is meteen een nadeel van het systeem. Het heeft geen buffer. Je moet door blijven gaan, anders stagneert de aanvoer.
In de kap blijft geen snijafval achter. In de schuur staan drie mannen klaar om de kroppen schoon te snijden en per twaalf stuks in kratten of dozen te leggen. Afhankelijk van de klant kan er ook een plastic zakje omheen. Dat gebeurt allemaal op de schoonmaaktafel.
Met een zwaai gaat het volle fust op een naastliggende rollenbaan, op weg naar twee broeskoppen, die het snijvlak schoon spuiten. Zo ziet de sla er schoon en fris uit. Het overtollige water dat van de kratten lekt wordt opgevangen in een goot. De vierde man weegt vervolgens het gevulde fust, zet ze op pallets en plaatst ze vervolgens in de koelcel of vrachtwagen.

Schoon en flexibel
Destijds bedroeg de investering in dit systeem ongeveer 100.000 gulden. Een pittig bedrag, voor een transportsysteem dat volgens de broers niet echt tijdwinst oplevert. De hoogte van dit bedrag hangt samen met het feit dat het systeem op maat is gemaakt voor dit bedrijf. De aanleg van oogstsystemen is maatwerk.
Aanleiding om de knoop door te hakken was hygiëne. Voorheen ging het fust mee de kas in. Aangezien de broers op een donkere veengrond telen, was de onderkant van het fust altijd smerig. “Wij willen een schoon product afleveren, dus was deze investering nodig.”

Veel arbeidsvriendelijker
Bijkomend voordeel is misschien wel veel belangrijker. Sla snijden is nu veel arbeidsvriendelijker. Vandaag zit Piet te snijden, morgen een ander. De mannen wisselen elkaar af, zodat de belasting van het steeds op je knieën zitten sterk is terug gebracht. Ook het werk in de schuur is aangenaam. Daar kan iedereen op stahoogte schoonmaken en verpakken. En dat ziet er behoorlijk relaxed uit. Maar dat kan ook komen doordat er wat minder kroppen op de band liggen. Piet was misschien toch een beetje afgeleid door het praten.
Een ander, niet te verwaarlozen voordeel is de flexibiliteit van het systeem en de versheid van het product. De broers kunnen goed inspelen op wensen van de klant. Zodra een andere fustsoort nodig is, wordt er in de schuur overgeschakeld. Dat viel in het verleden tegen, toen het fust nog mee ging in de kas en daar vervolgens gevuld wel even bleef staan. Met de komst van het transportsysteem heeft dit bedrijf met gemengd teeltplan toch in kunnen spelen op de eisen van deze tijd.

Onder Glas, april 2009

donderdag, april 02, 2009

Zwaan















Het zijn de hormonen

Je bent een mooie jonge man en je hebt een bloedmooi vrouwtje, dat breeduit in het plantsoengras zit te broeden. Dan gieren de hormonen door je lijf. Je klappert eens met je vleugels en vliegt met geraas op en neer in de lengte van de sloot, maar dat zet niet veel zoden aan de dijk. Wat moet je de rest van de dag doen? Waar zijn de echte mannen? Plotseling zie je dan in de spiegel van een auto een vreemd zwanenhoofd. Dat is reuze opwindend. Uren kan je je daar druk om maken. En het is ook leuk dat er heel veel auto’s in de straat staan. Zo krijgt iedere spiegel, inclusief zijruit en portierdeur een lekkere beurt. Zo kom je die saaie weken wel door.

woensdag, maart 25, 2009

Zakenvrouw
















Driewerf hoera voor Meiny

Gisteren werd bekend dat Meiny Prins, Priva, is gekozen tot zakenvrouw van het jaar. Dat is een goed bericht, want de glastuinbouw heeft naar mijn mening een goede ambassadrice aan haar.

Toen Meiny tussen 1988 en 1993 bij mij in de klas zat had ze nog geen enkele aspiratie om bij haar vader het bedrijf in te gaan. Ze was bevlogen bezig een carrière op te bouwen als grafisch vormgever. Net zoals ik. Beiden hebben we die missie volbracht om vervolgens iets heel anders te gaan doen. Ieder op onze eigen manier. Die dynamische glastuinbouw trekt te veel aan ons.

Meiny doet het op haar wijze. Dat doet ze goed en eerlijk, voor zover ik haar ken. Het zal ook beslist niet voor niets zijn dat deze eer haar te beurt valt.

De top van de glastuinbouw is nog steeds een echte mannenwereld. Veel vrouwen schrikt die ‘vrouwonvriendelijkheid’ af. Ik zet dit bewust tussen aanhalingstekens. Zoals ik de tuinbouw ervaar is er veel respect voor kennis, of die nu afkomstig is van een man of een vrouw. Het is alleen een wereld waar niemand een blad voor zijn mond neemt. Daar moet je tegen kunnen.

Meer vrouwen hebben dit ontdekt. Ik kom ze steeds vaker tegen: vrouwelijke ondernemers, die met gedegen vakkennis weten waar zij mee bezig zijn. En misschien voegen zij nieuwe vaardigheden toe die de glastuinbouw goed kan gebruiken. Misschien? Ik weet het eigenlijk wel zeker.

Dus Meiny, doe je best, meid! Laat de wereld weten dat we een sterke, vooruitstrevende en duurzame sector hebben, die heel veel uitdaging kent.

donderdag, maart 12, 2009

Kom in de Kas
















Wim van Delft, landelijk voorzitter Kom in de Kas:
‘Eén keer per jaar positieve publiciteit is een mooi resultaat’

Al ruim een decennium lang is Wim van Delft het gezicht van Kom in de Kas. Dit jaar beleeft hét jaarlijkse evenement van de Nederlandse glastuinbouw haar 32e editie. Ruim 30.000 uur vrijwilligerswerk in de regio’s, berekende hij eens voor zichzelf. Veertig dagdelen op jaarbasis vult hij daarvan zelf in. Omdat hij het zo graag doet. Omdat het moet.
Kom in de Kas achterhaald? Nee, niet mee eens.” Aan het woord is Wim van Delft, voorzitter van de landelijke open dag commissie. Een hele aparte en optimistische commissie binnen de gelederen van LTO-Groeiservice.
“Het evenement heeft een gevestigde naam. Het rendement is groot, ten opzichte van de gemaakte kosten. Zo’n kans moet je dus zeker niet aan je neus voorbij laten gaan. Ik zie het zo: de tuinbouw komt toch met enige regelmaat negatief in de publiciteit. Het weekend rond Kom in de Kas krijgt de sector eigenlijk altijd positieve aandacht van de landelijke media.”

Veel bezoekers, veel aandacht
Vorig jaar trok de open dag ongeveer 185.000 bezoekers, verdeeld over 24 regio’s in Nederland. Bezoekersaantallen zijn belangrijk, maar ook subjectief. Ze zijn sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Belangrijk is wel dat de aantrekkingskracht van het evenement door de jaren heen niet heeft ingeboet. En dat is toch bijzonder voor een open dag die dertig jaar geleden niet wezenlijk anders was dan nu.
Vond Kom in de Kas in de eerste jaren uitsluitend op zaterdag plaats, nu zijn sommige regio’s twee dagen open. Op die plaatsen is het op zondag drukker dan op zaterdag. Om die reden adviseert de landelijke commissie de regio’s twee open dagen te houden, maar respecteert natuurlijk de wensen en principes van de organisatoren.
Er is ook altijd lichte kritiek geweest op dit evenement, omdat het voornamelijk tuinbouwminnend publiek trekt. De organisatie heeft er echter alles aan gedaan om dat te veranderen, maar dat is nauwelijks gelukt. Van Delft: “Ik denk eigenlijk dat we niet alle mensen binnen willen hebben. We moeten reëel zijn. Iemand die anti-tuinbouw is komt toch niet. Het zijn vooral geïnteresseerden die komen. Wij moeten als organisatie ook tevreden zijn met het feit dat we veel aandacht krijgen in de kranten.”

Centraal aansturen
De voorzitter en zijn open dag commissie ondersteunen vooral de regio’s die het eigenlijke werk doen. Zo wordt bijvoorbeeld de publiciteit centraal aangestuurd, waarbij ieder gebied zijn eigen persbericht krijgt. Landelijk vestigen radiocommercials de aandacht op deze manifestatie.
Bij de centrale aansturing hoort ook een reglement, waarin de rechten en plichten zijn omschreven. Het is altijd de bedoeling geweest om een niet commercieel evenement op te zetten, dus houdt de voorzitter de vinger aan de pols.
Een altijd wederkerende vraag en gevoelig punt is de verhouding tussen glastuinbouw en andere bedrijven binnen een regio. De ene regio heeft bij wijze van spreken maar te kiezen tussen glastuinbouwbedrijven, de andere regio heeft meer gemengde bedrijven, zowel glastuinbouw als andere agrarische bedrijven. Van Delft is daar duidelijk over: “Een boerenbedrijf kan een verrijking zijn in een route, maar als deze bedrijven de overhand krijgen is het geen Kom in de Kas meer.”
De voorzitter bezoekt met enige regelmaat de deelnemende gebieden om met de regionale organisatoren te overleggen over de invulling. Op de open dag zelf doet de HAS anoniem in vijf regio’s onderzoek naar de organisatie en de ervaring van bezoekers. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken of de regio’s afspraken met sponsors nakomen. “We kunnen natuurlijk niet tolereren dat er bijvoorbeeld vlaggen hangen van concurrenten van onze sponsors”, vindt Van Delft.

Nieuwe technieken
De toenemende schaalvergroting speelt Kom in de Kas wel parten. De kleinere bedrijven, die juist voor het evenement aantrekkelijk zijn, nemen in aantal af. De open dag is juist een visitekaartje voor de tuinbouw, dus blijft het zaak om bezoekers nieuwe technieken te tonen. Nieuwe tuinbouwgebieden zijn dus eigenlijk ideaal voor de open dag, maar soms te uitgestrekt of te eenzijdig.
Van Delft: “Gelukkig zijn er nog genoeg gevarieerde gebieden, die voldoende te bieden hebben.
De verdere professionalisering van de tuinbouw is een feit.”
Hij vervolgt: “In onze meerjarenvisie hebben we aangegeven ook graag op andere momenten van het jaar onze manifestatie onder de aandacht te brengen. De opening van een nieuw glastuinbouwbedrijf kan zo’n moment zijn. Vaak wordt er toch al een open dag gehouden voor toeleveranciers en genodigden. Ik zou graag stimuleren dat een dergelijk evenement een extra tintje krijgt door ook omwonenden uit te nodigen onder de vlag van Kom in de Kas. Daarmee helpen bedrijven mee aan positieve publiciteit voor onze sector. Daar willen we ze graag bij ondersteunen.”

Onder glas, maart 2009

Aquarel

















De kinderen van Chris

Opeens een mailtje van Chris uit Amerika: 'Pieternel, wil je onze kinderen nog een keer schilderen? Mijn vrouw is binnenkort jarig. 'Poeh, ik moet er echt tijd voor vrij maken tussen de verhalen door. En rust vinden. Schilderen is een proces waarbij je jezelf eerst leeg moet maken. Dus afgelopen weekend trok ik mij terug met verf en penseel. Eens kijken of het me weer zou lukken. Het blijft een super spannende opgave om portretten te schilderen. Lukt het wel of niet? Een streek te veel en urenlang geduld is voor niets geweest. Auqarel is toch wel het meest moeilijke medium om mee te werken, maar wel het meest uitdagende.

Gorti Fair


HORTI FAIR
RELATIEDAGEN


Exhibitionmanager Horti Fair Relatiedagen Ditte Ooms:
‘Natuurlijk hebben we ambitie om uit te groeien tot dé nationale vakbeurs’

Half maart is de première van de Horti Fair Relatiedagen in Rotterdam. Alle ogen in het vak zijn gericht op deze nieuwe beurs, die zich een plaats wil verwerven binnen de tuinbouw. De nieuwe formule moet zich nog bewijzen, maar Ahoy beschikt wel over grote ervaring en een professionele organisatie. Ditte Ooms verwacht dus veel van dit nieuwe geesteskind.
Na jarenlange ervaring met de vakbeurs AGF Totaal, in 2007 opgevolgd door de vakbeurzen InnoFresh en FreshTec, staat er een nieuwe vakbeurs op het programma van Ahoy Rotterdam. Van 16 tot en met 18 maart zijn hal drie en vijf van Ahoy gevuld met tuinbouw gerelateerde exposanten. Ditte Ooms, exhibitionmanager van de Horti Fair Relatiedagen, weet dat de tuinbouwsector uitkijkt naar deze beurs. Ze noemt het ‘een eigen feestje, zonder dat de hele wereld toekijkt’.

Horti Fair Relatiedagen
Ditte Ooms noemt de Horti Fair Relatiedagen Ahoy het resultaat van een samenloop van omstandigheden. Met het verhuizen van de Tuinbouw Relatiedagen van Rijswijk naar Gorinchem ving Ahoy reacties op vanuit het vak dat er in het Westland geen vakbeurs meer plaats zou vinden. Het mag duidelijk zijn dat de ambiance van de Tuinbouw Relatiedagen de afgelopen jaren de harten van de Nederlandse ondernemers heeft gestolen.
De band tussen het Westland en het Rotterdamse Ahoy is altijd sterk geweest. Ahoy was bereid om de haalbaarheid van een eigen tuinbouwevenement te onderzoeken. Toen bleek dat de tijd rijp was voor een nieuwe nationale tuinbouwbeurs en bovendien bekend werd dat Horti Fair Amsterdam zich ook aan het oriënteren was op een nieuw nationaal evenement, was de link snel gelegd.

‘Nu of nooit’
Horti Fair Amsterdam is uitgegroeid tot een internationaal fenomeen, waarbij deze organisatie ook daar behoefte zag ontstaan naar een evenement op nationaal niveau in het hart van de belangrijkste tuinbouwgebieden. “En dan is het beurzenwereldje erg klein”, vertelt Ditte. “De ontwikkelingen liepen gelijk op en de link was snel gelegd.” Overleg tussen de Amsterdamse en Rotterdamse organisaties leverde een nieuw beursconcept op, waarbij Ahoy naamslicentie verkreeg en zodoende de Horti Fair Relatiedagen kon organiseren.
Het tijdstip om de aftrap te geven van een nieuwe vakbeurs was dus niet geheel toevallig. “Nu of nooit”, noemt Ooms het. “Op het moment dat de organisaties het met elkaar eens waren was het een kwestie van een paar weken om de beurs op de rails te zetten.”
In juli 2008 werd het concept gelanceerd en in de markt gezet. En in maart is het al zover. Exact een maand na Tuinbouw Relatiedagen Gorinchem. Dat is een korte tijdsspanne, maar Ooms heeft daar geen moeite mee. “Wij denken dat dit het juiste moment is. We zullen straks zien of we dat goed hebben aangevoeld.”

Bewijzen
Op dit moment vindt de verkoop van de laatste stands plaats. De beurs is bescheiden van opzet, omdat het de eerste keer is. Toch was het niet echt moeilijk om de expositieruimte vol te krijgen. Er zijn inmiddels ruim 200 exposanten, die in totaal 222 units met een oppervlakte van 9 tot 20 m2 bezetten. “Ik vind dat eigenlijk een prima resultaat voor een eerste editie. We moeten ons nog helemaal bewijzen met deze beurs. Dit jaar willen wij ons visitekaartje afgeven”, meent Ooms, die er zin in heeft. “Het is altijd leuk om iets nieuws in de markt te zetten en te zoeken naar gemeenschappelijke belangen.”

Full service formule
Hoewel de namen overeen komen stopt verder iedere vergelijking tussen de internationale Horti Fair en de Horti Fair Relatiedagen. Ahoy werkt met een full service formule, inclusief standbouw, cateringfaciliteiten en parkeerabonnement.
Ooms: “De stands zijn klein, waardoor de exposanten geen plaats hebben voor een bar. Dit nemen wij van hen over. Exposanten presenteren zich hier dus op andere manier dan op de Horti Fair. Geen uitgesproken eigen presentatie, maar een eenvoudig, functioneel concept waaraan ze minimale voorbereiding hebben.
Exposanten ontvangen van ons uitnodigingskaarten die ze aan hun relaties versturen. Onze ervaring met andere vakbeurzen heeft namelijk uitgewezen dat de bezoekers in de praktijk toch even langs gaan bij een standhouder die hen een uitnodiging heeft gestuurd. En daar gaat het toch allemaal om. Wij verkopen eigenlijk geen standruimte, maar contact met de bezoekers.”

Registratie
Ook de bezoekers krijgen een totaalpakket aangeboden. Met een uitnodiging in de hand zijn ze vrij om de beurs te bezoeken en consumpties te nuttigen. Alleen voor het parkeren moeten ze tien euro betalen, maar ze krijgen vijf euro korting als zij zich vooraf registreren als gratis bezoeker via de site.
Ooms is er van overtuigd dat een goede bezoekersregistratie iets zegt over de kwaliteit van de beursorganisator. “Wij hebben als organisator de verplichting om de exposanten betrouwbare cijfers te presenteren. Ik wil graag bij de realiteit blijven. De tijd is voorbij dat we riepen: we hebben er zoveel gehad. Onze standhouders moeten achteraf wel kunnen beoordelen wat ze aan deze beurs hebben gehad.”

Nationale vakbeurs
De Horti Fair Relatiedagen moet een jaarlijks terugkerende beurs worden. Veel standhouders hebben er voor gekozen om dit jaar zowel in Gorinchem als in Rotterdam present te zijn. Of er uiteindelijk plaats is voor beide evenementen hangt sterk af van de resultaten en de bezoekersaantallen van beide evenementen.
Ooms relativeert de concurrentie tussen Gorinchem en Rotterdam. “Uiteindelijk beslist de markt of er plaats is voor twee beurzen. Ik wil vooral een goede beurs neerzetten waar het vak baat bij heeft. Dat is mijn uitgangspunt.”
Of de Horti Fair Relatiedagen uit zullen groeien tot dé nationale tuinbouwbeurs is in haar optiek een te vroeg gestelde vraag. Dat moet de tijd uitwijzen. Ooms glimlacht: “Als je die ambitie niet hebt, dan moet je er niet aan beginnen. Beurzen zijn emotie. Kom vooral kijken en oordeel zelf.”

Onder Glas, maart 2009

zondag, februari 22, 2009

Kazoo



Ooit geweten wat je allemaal met een kazoo kan doen? Fijn filmpje van Amy G. Geniet van haar performance.

Tomaten en WKK
















Kesgro zet in op duurzaam ondernemen
Zonder WKK geen toekomst voor bedrijven van deze omvang
Trostomatenkwekerij Kesgro in Middenmeer groeide in twee jaar tijd naar een omvang van 27 ha. Een dergelijke expansie is eigenlijk onmogelijk zonder de inzet van een WKK-installatie. De energiekosten zouden twee keer zo hoog uitvallen bij alleen verwarming met de ketel. Continuïteit van de installatie is een voorwaarde voor kostenbeheersing.

Op een heldere vriesdag blazen de WKK-installaties op het Wagenpad hun rookgassen met kracht de lucht in. De mega-glastuinbouwbedrijven in de Wieringermeer trotseren eigenlijk voor de eerste keer in hun bestaan een echte Hollandse vorstperiode. Met vol vermogen wordt het kostbare gas omgezet in warmte en elektriciteit om de jonge planten te laten groeien. Bij Kesgro is het niet anders, als bedrijfsleider algemene zaken Martin van der Hout de deur opent van de WKK-installatie.
Wie wel eens naast zo’n gasmotor heeft gestaan weet hoe imposant het geluid is dat de motor voortbrengt. Twee Rolls Royce 16 cylinder motoren van 6,8 MWh electra doen hun werk. Met hun 750 toeren per minuut zijn het de bassen onder de WKK’s, die doorgaans een dubbel zo hoog toerental hebben. Dit lage toerental staat volgens de leverancier garant voor een langere levensduur, minder slijtage en een hogere efficiency. Volgens de ISO-meetmethode wordt het rendement gegarandeerd op 46,7% inclusief eigen verbruik van de motoren (koelwater/pompen). Dit resulteert in een laag eigen gebruik van de Warmte Kracht Koppeling.

Energiebeheer
Het bedrijf heeft in 2007 twee afdelingen van 9 ha gebouwd. In 2008 volgde nog een uitbreiding van 9 ha. Twee afdelingen hebben belichting, één afdeling niet. Het gasverbruik wordt begroot op 20 miljoen m3. “Eenderde van de elektriciteit voor belichting moeten we inkopen”, vertelt Van der Hout.
Dergelijke grootheden vragen om goed energiebeheer. De bedrijfsleider algemene zaken besteedt daarom soms bijna de helft van zijn tijd aan de in- en verkoop van gas en elektriciteit, waarbij de inkoop van gas voor lange tijd is vastgelegd. Ook alternatieve energiebronnen als aardwarmte en windenergie houdt hij nauwlettend in het oog. “Wij kijken nadrukkelijk naar andere bronnen om ons minder afhankelijk te maken van gas. Met deze omvang moet je steeds alert zijn op continuïteit”, vindt hij.
De doelstelling voor de toekomst is een verdubbeling van het areaal. De snelheid waarmee deze uitbreiding moet plaatsvinden is afhankelijk van de economische omstandigheden. Op dit moment is enige terughoudendheid niet vreemd.


Continue metingen
Als de deur van de WKK weer sluit, springt de rookgasreiniger van Argillon direct in het oog. “De rookgasreiniger staat altijd aan”, vertelt Van der Hout. “Zo blijft de NOx-emissie tot een minimum beperkt.” Die emissie wordt ook continue gemeten door middel van sensoren. Deze meten ethyleen, NO en NO2. “Je moet er toch niet aan denken dat er ethyleen mee gaat met de CO2”, denkt Van der Hout hardop. De installatie is dermate beveiligd dat de verzekeraar deze heeft geaccepteerd. Schone rookgassen kan je ook herkennen als de CO2-darmen in de kas schoon blijven.
Energiebeheer en continuïteit spelen zo’n grote rol dat Kesgro samen met de buurbedrijven Agro Care en Royal Pride en met PB-techniek een eigen servicebedrijf in het leven heeft geroepen onder de naam PB Agriport. Op ieder bedrijf is permanent een servicemonteur aanwezig, die zorg draagt voor het dagelijks onderhoud aan de installaties, waaronder de WKK’s. Het is niet alleen de warmte- en elektriciteitsvoorziening op de eigen bedrijven die door moet gaan, maar evenzo de elektriciteitsvoorziening aan derden.

Duurzaam produceren
De schaalvergroting op dit bedrijf is enorm snel gegaan. Het bedrijf heeft zichzelf hoge doelen gesteld zoals duurzaam produceren. Hiermee wil de leiding van het bedrijf een toppositie bereiken als het gaat om kwaliteit. Op het bedrijf staat de 100 grams trostomaat ‘Classy’. “Geen kiloknaller”, meent Van der Hout. Kesgro gaat voor een hoge brixwaarde. Met deze tomaat mikt het bedrijf op de top van de markt.
Het is daarom niet verwonderlijk dat het bedrijf na de snelle uitbreiding nu de tijd neemt om zaken te evalueren. “We willen met onze teeltwijze, die best gecompliceerd is, nog niet tot het uiterste van ons kunnen gaan”, gaat hij door. “Dit jaar is er een van optimalisatie en controle.”
“Duurzaam betekent niet alleen de kwaliteit tot in de finesses beheersen, maar ook staan voor de dingen die je doet. Efficiënt omgaan met beschikbare middelen en investeringen, investeren volgens de regelgeving van nu en de nabije toekomst. Allerlei zaken die niet alleen gericht zijn op het product zelf, maar ook naar de omgeving zoals het optimaal wegschermen van belichting of het in stand houden van een open cultuur met goed personeelsbeleid.”
Vooral het laatste heeft zijn vruchten afgeworpen meent Van der Hout. “Er is een groep Westlanders naar de Wieringermeer ‘geëmigreerd’. Dat zegt toch al wat. Natuurlijk zijn er plannen om in de komende jaren uit te breiden, maar dat is sterk afhankelijk van de organisatie en hoe deze draait in 2009. We zitten nog in de fase dat we ons moeten bewijzen en dat beseffen we maar al te goed.”

Tussenplanten
De afdelingen met belichting zijn geschikt gemaakt voor tussenplanten. Kesgro koos hiervoor om continue tomaten te produceren, waarbij het bedrijf nauwelijks uit productie is tijdens de teeltwisseling. Terwijl op het niet belichte deel de teelt van december tot november loopt, staan er in de belichte afdelingen teelten met tussenplanting in oktober en maart.
Bij de tussenplanting liggen twee goten met steenwolmatten naast elkaar. Ieder systeem heeft een eigen druppelsysteem met drainage. Zo krijgt iedere planting zijn eigen water- en mestregime. De planten van de oude teelt worden van het nieuwe pad af gehangen. De jonge planten krijgen zo meer licht. Door de lage goot staan ze dichter bij de buis voor een goede start.

Onder Glas, februari 2009

Schildklier


Op naar 10.000 leden voor Hypo maar niet Happy

“Hé, Pieternel. Hoe gaat het met jou? Dat is ontzettend lang geleden. Waar heb je al die tijd gezeten?” Met enige regelmaat hoor ik zo’n opmerking. Dan geef ik meestal als antwoord dat ik het druk had met een jong gezin, wat meer tijd voor mezelf nodig had, en zo. Het is niet mijn gewoonte om direct allerlei details over chronische ziekten op tafel te leggen bij de mensen die ik interview en me niet persoonlijk kennen.

Lange strijd
In werkelijkheid heb ik gewoon tien jaar ellende meegemaakt. Dat begon allemaal bij de geboorte van mijn eerste kind. Toen werkte ik vier dagen per week voor weekblad Groenten&Fruit en studeerde ik vier avonden per week grafische vormgeving aan de Academie voor Beeldende Kunsten. Na de bevalling bleef ik moe en knapte maar niet op. Vage klachten, die door artsen weggewuifd werden als postnatale depressie en chronische vermoeiend moederschap. Destijds aanleiding voor mij om ontslag te nemen en mijn eigen bedrijfje KRABBELS op te zetten. Zo kon ik in mijn eigen tempo doorwerken en liet aan niemand merken dat ik eigenlijk vaak te ziek was om te werken.
Na anderhalf jaar kwam de werkelijke oorzaak aan het licht: mijn schildklier liet het langzaam afweten. Ik werd ook langzaam aan steeds dikker en trager. “Geen nood”, zei de arts, ‘”een pilletje en je bent weer okay.” Nu, dat is het begin geworden van een lange strijd, waarbij ik als het even kon bleef werken om uiteindelijk in 2000 helemaal van de kaart te raken.
Tussen 2000 en 2005 was ik niet in staat om te schrijven en belandde na veel gemekker voor 100% in de WAO. Zo verdween ik dus onder protest van het tuinbouwtoneel, terwijl ik niets liever doe dan werken.

Poort naar kennis
Wat er allemaal in die tijd gebeurde is gewoon met geen pen te beschrijven. Doe ik ook niet. Een lichtpuntje in die tijd was het opkomende internet, waar ik heel veel informatie vond. De site www.hypomaarniethappy.nl was voor mij een houvast in een moeilijke periode. Op die site stond heel veel informatie, verzameld door hypothyreoïdie-patiënt Bert Bakker. Die site was een poort naar kennis over een lastige chronische ziekte, die mij gereedschap gaf om op gelijk niveau met artsen te praten over medicatie en behandelmethoden.
Die site van Bert was aanleiding tot de oprichting van de belangengroep Hypo maar niet Happy, waarbij ik vanaf het eerste uur betrokken was. We schreven een informatiemap voor patiënten, met als doel mensen mondiger te maken en inzicht te geven en we dienden gemakzuchtige artsen van repliek. In 2006 volgde de oprichting van patiëntenvereniging Hypo maar niet happy. Inmiddels heeft onze vereniging 700 leden. Een aantal waar we trots op zijn, maar dat nog verder moet groeien. In Nederland zijn er namelijk naar schatting maar liefst 700.000 mensen die lijden aan een schildklierstoornis. En lang niet iedereen vindt de moed om de discussie met zijn of haar arts aan te gaan.
Ik lijdt inmiddels niet meer. Vier jaar geleden kon ik de pen weer oppakken om met hernieuwde energie te doen wat ik het liefste doe. En dat is natuurlijk een lichtpuntje voor iedereen die tobt met een reeks van klachten en nog midden in de strijd naar beterschap zit. Klachtenvrij ben ik niet, maar dat kan ook eigenlijk niet met een chronische ziekte die zo nu en dan aandacht op eist. Ik zal er wel voor blijven strijden dat schildklierziekten net zo veel aandacht krijgen van onderzoek en medici als bijvoorbeeld ziekten als diabetes en reuma. Ik hoop ooit mee te maken dat Hypo maar niet Happy haar 10.000e lid binnen haalt. Dat is hard nodig om een vuist te maken.

Af en toe loop ik niet zo snel tussen de tomaten en kan ik de lange benen van tuinders niet bijhouden. Maar ach, met wat humor en relativeringsvermogen kom je ook ver.

WKK
















Middenmeer, 8 januari 2009. Het is koud, een paar graden onder nul. De WKK installatie van de familie Helderman draait op volle toeren. Een straffe wind waait door de polder, terwijl dikke pluimen rookgassen over het Wagenpad dansen. Binnen staan de jonge paprikaplanten er warmpjes bij. Nederland droomt voorzichtig over een Elfstedentocht.

netwerken
















Jan de Ruyter vindt beurzen belangrijk voor het onderhouden van contacten
‘De ondernemer van nu kan niet zonder een goed netwerk’

Ondernemers gaan steeds meer het belang van een goed netwerk inzien, als middel om de bedrijfsvoering te optimaliseren. Tuinbouwbeurzen zijn dé plaatsen om contacten te onderhouden. Jan de Ruyter geeft een voorzet hoe je als ondernemer het meeste rendement haalt uit een dagje beursbezoek.


Tuinbouwbeurzen voorzien in een behoefte om als vakgenoten met elkaar van gedachten te wisselen. Niet voor niets is het aantal beurzen de afgelopen jaren toegenomen. Beurzen met een verschillend karakter, maar allemaal bedoeld om mensen in het vak bij elkaar te brengen.

Op goed geluk rond lopen
Jan de Ruyter, sectormanager akker- en tuinbouw van Rabobank Nederland vindt beurzen bij uitstek plaatsen waar je in korte tijd veel mensen kan spreken. Neutraal terrein, waar de sfeer doorgaans wat losser is. In de praktijk ziet hij echter dat bezoekers soms niet optimaal gebruik maken van die gelegenheid. Ze komen binnen, lopen op goed geluk langs de stands en blijven vervolgens te lang hangen op plaatsen waar het gezellig is. Eigenlijk is zo’n manier van shoppen weinig efficiënt en vaak teleurstellend. Niet zelden vragen mensen zich af waarom ze nu eigenlijk naar een volgende beurs moeten gaan. Het kost tijd en het levert weinig op, behalve de contacten waar ze spontaan tegen aan lopen.

Kracht van een beurs
“Ik denk juist dat je de kracht van een beurs niet moet onderschatten”, meent De Ruyter. “Een beurs brengt een hoge concentratie van interessante mensen bij elkaar. Daar kan je in korte tijd veel informatie opdoen. Vaak ben je geneigd om naar die stands toe te lopen waar je al zaken mee doet. Eigenlijk zou je dat niet moeten doen, maar juist andere bedrijven bezoeken.”
Het begint al bij de beursplattegrond. Wie thuis de moeite neemt om een plattegrond te bestuderen weet al welke bedrijven er wel of juist niet aanwezig zijn. Een simpel lijstje van standhouders kan dan al een goede gids zijn om de dag goed te besteden.
Bij het bestuderen van de standhouderslijst kun je ook overwegen om eens te gaan kijken bij concurrerende bedrijven. Op een internationale beurs als de Horti Fair valt heel wat op te steken van de presentatie van buitenlandse inzendingen. Het kan je op nieuwe ideeën brengen, die van toepassing kunnen zijn op de eigen bedrijfsvoering. “Bedenk dat onbekende standhouders in de toekomst ook zakenpartners kunnen worden”, oppert hij.
Bezoekers kunnen hun programma ook meer inhoud geven door afspraken te plannen, die op de beurs kunnen plaatsvinden. Ook is het een moment om eens met de directeur van een bedrijf te praten in plaats van de persoon waar je doorgaans contact mee hebt. Het is dan wel slim om vooraf een afspraak te maken.

Sfeer proeven
De sectormanager gebruikt beurzen om de stemming in het vak te peilen. “Met onze positie in de agrarische sector ontmoeten wij daar niet veel nieuwe klanten. Voor ons is het een moment om de sfeer te proeven. Met onze beursdeelname en gezamenlijke activiteiten zoals Green Factor, breakfast briefings en Floriade 2012, willen we ondernemers ook prikkelen en stimuleren. Het viel ons op dat er op de Horti Fair toch nog veel telers met investeringsplannen rond liepen, ondanks de moeilijke tijd waarin we ons bevinden. Daar steken we zeker wat van op en dat stimuleert ons ook.”

Laagdrempelige evenementen
De verschillende relatiedagen als Hardenberg, Gorinchem en Rotterdam staan over het algemeen bekend als zeer laagdrempelige evenementen, waar je na het werk nog even naar toe gaat.
Niets is minder waar. De openingstijden zijn zo gekozen dat de bezoekers weinig hinder ondervinden van de dagelijkse files op de vaderlandse wegen. Juist die relatiedagen zijn bij uitstek geschikt om te ‘netwerken’. De stands zijn er eenvoudig en bescheiden en nodigen daarom uit om met elkaar te praten. Ook deze, inmiddels volwassen, vakbeurzen zijn zo groot dat je er al snel een hele middag en avond kan doorbrengen voordat je alle stands hebt gezien. Ook dat vindt De Ruyter een gelegenheid waar je als ondernemer je voordeel mee kan doen.

Over de schutting kijken
Doorgaans staan de bekende evenementen al genoteerd in de agenda, maar nog beter is het om eens over de schutting te kijken van het telersvak. Een groot aantal ondernemers heeft inmiddels de weg gevonden naar internationale vakbeurzen en beurzen voor de retail, voor een bezoek of voor een presentatie met een eigen stand. Diverse individuele ondernemers of telersverenigingen met een uitgesproken visie kiezen voor zo’n werkwijze.
Maar er is natuurlijk meer. Zo kozen verschillende producenten voor een presentatie op KunsthalKOOKT, het Rotterdamse evenement voor de enthousiaste kookliefhebber. Ook de vakbeurs voor de horeca Horecava, of de vakbeurs voor secretaressen en managementondersteuners Management Support Event zijn plaatsen waar een moderne ondernemer ideeën kan opdoen en contacten kan leggen.
De Ruyter: “De tuinbouwondernemer van nu heeft in een veranderende wereld steeds meer belang bij sector overschrijdende contacten. Het is niet iedereen gegeven om daar zo makkelijk mee om te gaan. Je kunt dat leren, maar het is wel persoonsgebonden. De een vindt het leuk, de ander heeft er moeite mee. Feit is dat contacten onderhouden belangrijk is voor een vitale onderneming.”

Een netwerk onderhouden
Een succesvolle ondernemer houdt zich actief bezig met netwerken. Enkele tips:
1. Kom je op een beurs een onbekende tegen, begin dan met een algemeen onderwerp en probeer jezelf te onderscheiden. Introduceer jezelf en voer geen monoloog. Stel vragen, luister en zoek naar gemeenschappelijke interesses. Kijk of je je partner ergens mee kan helpen en verwacht niets terug.
2. Netwerken kan een verkoop of zakelijke contacten tot gevolg hebben, maar is niet het doel. Vraag niets, geef alleen.
3. Ook al heb je een uiterst interessante gesprekspartner gevonden, blijf er geen hele middag of avond bij staan. Wissel bijvoorbeeld naamkaartjes uit.
4. Introduceer mensen aan elkaar. Bij een vruchtbaar contact zullen ze je dankbaar zijn.
5. Organiseer zelf mogelijkheden om te netwerken met je klanten, leveranciers en anderen. Zo onderscheid iemand zich van zijn concurrenten.
6. Stel jezelf regelmatig de vraag hoe je netwerk er uit ziet. Kijk welke gaten er in je netwerk zitten en probeer deze aan te vullen.
7. Heb je een interessant persoon ontmoet, volg het contact dan op. Laat zo nu en dan nog eens iets van je horen en vraag of je hem ergens mee kan helpen. Het belangrijkste is dat je contactpersoon je niet zal vergeten. Hij zal aan jou denken als hij op zijn beurt ergens mee kan helpen.



Virtuele netwerken
Op Internet zijn een aantal goede internationale netwerksites te vinden, zoals Linkedin en Ecademy. Daar kun je een profiel op plaatsen en anderen uitnodigen om deel te nemen aan je netwerk. Zo bouw je een groep contactpersonen op, die op hun beurt ook weer contacten hebben.
Mensen kunnen elkaar introduceren. Stel dat je zelf 50 contactpersonen hebt, die vervolgens ieder ook 50 mensen hebben ingevoerd. Dan heb je dus al snel een bereik van 2.500 mensen. Grote kans dat daar mensen tussen zitten die iets voor je kunnen betekenen.

Onder Glas, januari 2009

zondag, december 21, 2008

Orchidee
















Marcel van Os vindt vergelijk met collega’s moeilijk
“Alleen exacte meetgegevens bieden nog enig houvast”

De grootste opgave voor Marcel van Os was een juiste temperatuurverdeling in zijn nieuwe Optimakas te krijgen. Het zoeken van de juiste temperatuurtrajecten met zijn koel- en verwarmingssysteem heeft hij vooral zelf moeten uitvinden. Iedere vergelijking met andere bedrijven loopt stuk op individuele verschillen tussen installaties. Alleen exacte registratie van meetgegevens geeft houvast bij het vergelijken met collega’s.
“In het begin heb ik heel wat tijd onder mijn tafels doorgebracht”, vertelt Marcel van Os. “Steeds weer meten en vergelijken van luchtstroming en temperatuur. Lucht zoekt de weg van de minste weerstand en er ontstaan makkelijk horizontale temperatuurverschillen. Die wil ik zo veel mogelijk voorkomen, natuurlijk. We hebben de manier van lucht in blazen wel een aantal keren moeten aanpassen.”
Van Os maakte een grote stap. Zoals zijn achternaam al doet vermoeden liggen zijn roots in de rozenteelt en ook nu teelt hij nog op 1,5 hectare grootbloemige rozen. Twee jaar geleden besloot hij om - zoals velen - in de Phalaenopsisteelt te investeren. Aan de Vlietweg in Naaldwijk bouwde hij een kas van 2,5 hectare, waar hij nu grandiflora’s heeft staan. Het gaat hier om een zogenaamde Optimakas, ingericht met luchtbehandelingskasten bovenin en onder de tafels, beiden in staat om zowel te verwarmen als te koelen. Een semi-gesloten systeem, want Van Os wilde wel luchtramen om via het kasdek te kunnen ventileren.



Ander gewas
Op dit moment is de teler tevreden over zijn teeltresultaten en de kwaliteit van zijn planten. Zijn eerste schreden in de wereld van de Phalaenopsis zijn hem goed bevallen. Met zijn teeltachtergrond in de rozen vindt hij deze potplant een totaal ander gewas dat niet of nauwelijks verdampt. Ook een gewas dat je op een hele andere manier water geeft. Niet een aantal druppelbeurten per dag, maar één ‘hoosbui’ per vijf tot zes dagen, waarna je zo snel mogelijk het vocht moet afvoeren. En vooral dat laatste vergt een aantal vakkundige ingrepen.
Van Os koos voor de Optimakas, omdat hij vanwege de teelt toch al naar een kas met koelsysteem zocht. Een semi gesloten kas lag dus in zijn denkrichting. De te verwachten energiebesparing en kwaliteitsverbetering speelden uiteraard ook mee.

Luchtverdeling
In de voorbereidende fase heeft de Phalanopsisteler veel tijd genomen om zijn wensen met verschillende installateurs door te spreken. Daar kwamen de ideeën uit naar voren om de lucht in de kas te verdelen en bij de planten te brengen.
Van Os: “Voor mij stond steeds vast dat ik niet voor vrije uitblaas zou kiezen. Ik vroeg me af hoe ik een gelijke hoeveelheid lucht langs iedere plant moest krijgen.”
In de kas laat hij de luchtslangen onder de tafels zien, met een door de installateur berekend gatenpatroon. Sommige slangen hebben alleen gaten, anderen zijn voorzien van kleine buisjes. Dit is een idee van Van Os om de luchtverdeling verder te optimaliseren. “Het is een samenspel tussen mij en de installateur”, gaat hij verder. Mijn praktijkkennis, aangevuld met de theoretische kennis van de installateur die de berekeningen heeft gemaakt (Technokas/Bode). We hebben eerst bedacht hoe de luchtverdeling plaats moest vinden, samen met de koelmachine. De luchtbehandelingskasten maakten het mogelijk om laagwaardige warmte uit de WKK optimaal te gebruiken. Pas daarna hebben we ons verdiept in de eigenlijke klimaatregeling.”

Metingen
“Eigenlijk hebben we eerst de kas en de technische ruimte uitgewerkt. Pas daarna hebben we het plan voorgelegd aan de leverancier van de klimaatcomputer (Priva)”, legt Van Os uit. “Ik ben van mening dat je niet moet bezuinigingen op meetapparatuur en daarom heb ik samen met de leverancier een goed en compleet meetplan opgesteld. Ik moet zeggen dat ze daarbij heel zorgvuldig te werk zijn gegaan. We meten nu ook temperatuur van het gewas en wortels. Het is ook belangrijk om deze te volgen, want het kan het verschil uitmaken van één of twee stelen per plant. En dat bepaalt uiteindelijk de kwaliteit.”
Vervolgens was het de taak van de teler en zijn team om voor het eerst met laagwaardige warmte te gaan telen. “Het was zoeken naar het juiste temperatuurregime”, gaat hij verder. “Je moet leren werken met het verwarmend oppervlakte van het blok in de luchtbehandelingskasten. Exacte metingen zijn daarbij een voorwaarde. Je merkt dat je met het hele regime moet toewerken naar de volgende gietbeurt.” Van Os merkte dat de teelt in de nieuwe kas goed verliep en dat ook energietechnisch de doelstellingen werden behaald.

Nek uitsteken
De bouw van de kas en overschakeling naar een nieuw gewas is een hele grote stap geweest. Van Os: “Je merkt op zo’n moment dat je als ondernemers gigantische risico’s neemt als je je nek uitsteekt. Het blijkt gelukkig dat het nu goed gaat.” Nu de prijsvorming van het product ook iets minder goed verloopt valt dat nog eens extra op.
De teler bespaart met de Optimakas nu 10% op energie ten opzichte van de traditionele teelt. De extra investeringen die daar tegenover staan bedragen 20 euro per m2. Een bedrag dat hij in 3,5 jaar wil terug verdienen. Van Os: “Toch ben ik van mening dat telers die hun nek uitsteken meer ondersteund moeten worden met subsidies. Juist de projecten die in de praktijk lopen leveren veel informatie op, terwijl de ondernemers grote risico’s lopen.”


Luchtverdeling en Optimakas
Over de juiste verdeling van lucht is nog veel discussie. In de nieuwste kassen met luchtbehandelingskasten en slangen wordt wel in rap tempo ervaring opgedaan, maar de diversiteit aan gewassen maakt de toepassingen erg specifiek. Een vruchtgroentegewas, dat gedurende de teelt een groot volume in neemt, is totaal anders dat een potplantenteelt op roltafels. Vooral op de Phalaenopsis bedrijven zet de gesloten of semi gesloten kas door, deels vanwege de noodzaak tot koelen, deels vanwege de reeds behaalde resultaten met luchtverdeling en klimaat.
Onder Optimakas verstaat Priva alle kasconcepten die gericht zijn op het optimaliseren van het klimaat, anders dan de traditionele kas. Deze optimalisatie begint al vanaf maatregelen als ventilatoren in combinatie met luchtslangen onder het gewas. Dit om via de luchtbeweging een beter klimaat te bewerkstelligen. Een logisch vervolg daarop is een semi gesloten tot gesloten teeltsysteem, waar enigszins tot helemaal niet meer wordt geventileerd via het kasdek. De gesloten kas is uiteindelijk doelstelling, maar momenteel is de semi gesloten kas een realistischer streven.
Voor alle kassen die onder het hoofdstuk Optimakas vallen geldt dat de manier van klimaatregeling anders is dan in de traditionele kas. Dat geldt ook voor de software die hier speciaal voor ontwikkeld is en die gecombineerd kan worden met bestaande software. Telers en adviseurs moeten dusdanig anders leren om gaan met klimaat dat optimalisatie met hele kleine stappen tegelijk gaat. Het is een samenspel tussen de technische kennis van de leverancier en de teeltkennis van de ondernemer.

Onder Glas, december 2008

dinsdag, december 16, 2008

zondag, december 14, 2008

Archeon































Redding door twee vrouwen en twee vampiers

Mijn mobiel....

"Pieternel? Ja met mij. Ik zit vast met m'n auto. Vast in het gras. Bij het Archeon in Alphen. Nee, ik kom er niet uit. Niemand heeft hier een kabel."

"O, maar het is toch hartstikke druk daar? Wil niemand helpen?"

"Nee, het is ongelofelijk. Ze laten me hier zo staan. En ik moet nog naar een voetbalwedstrijd in Woubrugge...en spreeuwen fotograferen. Ik ga dat allemaal niet redden. Wil je alsjeblieft komen?"

"Tuurlijk, ik probeer er zo snel mogelijk te zijn, maar ik ga geen bonnen rijden hoor!"

Waar haal ik zo snel een kabel vandaan? Die is een keer verdwenen, waarschijnlijk bij het inruilen van een auto. Helemaal uit het oog verloren. Een stuk touw? Waar vind ik een stuk stevig touw? O ja, de buurman. Die heeft vast wel iets.

"Zeg Wim, heb jij een kabel?"

"Een kabel? Eh...., ik kwam hem afgelopen zomer nog tegen in de schuur. Ja, die dingen gebruik je tegenwoordig niet vaak meer. Ik wilde hem al weggooien. Hier, alsjeblieft. Komt goed uit hè?"

"Zeg jongens, ik moet even weg. Pappa redden. Wil er nog iemand mee?"

Cathelijne spitst haar oren. "Yes, ik wil mee. Zal ik de kabel bij me nemen?" Spanning en sensatie doen haar ogen glimmen.

Wij naar Alphen. Dat is toch nog een half uur rijden. Geen nood, even wat gas erbij. Oei, de flitspaal over het hoofd gezien. 120 kilometer, 20 te hard. Geen flits gezien, gelukkig. Bij het Archeon staat Henk al te zwaaien. In eerste instantie zie ik hem over het hoofd. Het is druk, want er is een midwinterfair. Er lopen van die verklede heksen en geverfde mannen over het parkeerterrein. Ze kijken me wat schaapachtig aan, zover ik hun ogen kan onderscheiden onder een dikke laag zwarte oogschaduw.

Cathelijne reikt Henk de kabel aan. Ik zet mijn auto voor de Audi, die wel heel ernstig is verzakt in de berm. Ik geef gas. Het gevaarte geeft geen krimp. Nog een keer. Ik ruik een nare lucht, afkomstig van mijn koppeling. Dat lukt dus van geen kanten. Ik stap maar uit. Deze auto is gewoon niet sterk genoeg voor dit soort klussen.

"Henk, je zult iemand moeten zoeken met een 4wheeldrive. Het is niet anders."

Gelukkig staat er een oude jeep, klaar voor vertrek. Een moeder met twee jonge heksjes op de voorbank. Het bloed druipt uit hun mondhoeken. Jakkes, vampiers. De moeder is vlot. Ze gooit haar jeep, die toch al onder de modder zit, met een zwaai voor de Audi. Kabel aan de trekhaak en sjorren maar. En zo wordt de Audi oneervol aan zijn achterste uit de modder gezogen. De kluiten klei tikken in de wielkasten.

Hulde aan vrouwen en vampiers. Zij houden mannen en hun Audi’s op het rechte pad.

Naschrift: De gemeten snelheid bedroeg 113 km/h, volgens de Politie Hollands Midden. Na de verplichte correctie bleef daarvan 109 km/h over. Nog altijd goed voor een opgelegde sanctie van € 38,00.

dinsdag, december 02, 2008

Pelikaan














Sneeuw en zon,

het regent en sneeuwt in Nederland, maar in Napels, Florida, schijnt de zon. En daar geniet iedereen op zijn eigen manier van.

Alpaca































Alpaca verovert de harten van Europeanen

De kleine alpaca uit de Andes verhuisde naar Europa om zich daar te ontpoppen als een vriendelijk gezelschapsdier. Margriet Moed viel als een blok voor de wollige alpaca’s en zet zich in voor de fokkerij van goede, gezonde dieren, die hun weg naar de liefhebber met groot gemak vinden.

“Lief, nieuwsgierig, vriendelijk, makkelijk en gevoelig.” Zo omschrijft Margriet Moed haar alpaca’s. “Het zijn dieren, die ik nog het meest vergelijk met herten. Ze reageren erg instinctief. Je moet er zelf heel kalm mee om gaan, want het blijft een vluchtdier. Dat merk je aan alles.”
Achter de boerderij van de familie Moed drommen de alpaca’s samen rond de met hooi gevulde voederbak. De dieren maken kleine geluiden naar elkaar als ze door mensen worden benaderd. Met grote bruinfluwelen ogen slaan ze het publiek gade. Hun dikke wintervacht verraadt hun afkomst, de hoogvlakten van Zuid-Amerika.
“Een alpacavrouwtje kan haar dracht ophouden tot het moment dat het gunstig is om te baren”, gaat Margriet verder. “De zwangerschap duurt 11,5 tot 13 maanden. De natuur werkt heel logisch. Alpaca’s worden meestal ’s morgens geboren. Als dat niet gebeurt kan het jong niet opdrogen door de zon en vriest het ’s nachts dood.”
Dieren die aan dergelijke ruige omstandigheden gewend zijn hebben weinig moeite met het Nederlandse klimaat. Alleen vocht is slecht voor ze. Aangezien ze op de hoogvlakten genoegen nemen met droog steppegras zijn ze als huisdier tevreden met voornamelijk hooi en een klein beetje alpaca krachtvoer als aanvulling..

Reportage
Margriet Moed, echtgenote van een Groningse akkerbouwer en boomteler, wilde ‘iets voor haarzelf’ doen. Ze was al een tijdje op zoek naar een geschikte invulling toen ze op een avond een reportage over een alpacafokkerij op CNN zag. Het weekend daarna reed ze al naar België en kocht haar eerste drie hobbydieren. Dat was zes jaar geleden. Inmiddels telt haar farm in totaal 130 dieren en heeft de hobby zeer serieuze vormen aangenomen. Ze heeft inmiddels zowel de Huacaya als de meer zeldzame en exclusieve Suri alpaca’s. De Huacaya’s zijn de bekende alpaca’s met dik krulhaar, de Suri’s hebben lange dreadlocks.
Sinds de komst van haar eerste dieren heeft Margriet al haar energie gestoken in het vergaren van kennis over dit Zuid-Amerikaanse dier. Sinds 1984 wordt er buiten Amerika eigenlijk weer serieus gefokt met alpaca’s. De kennis over deze dieren is dus nog betrekkelijk jong. Dat geldt ook voor de veterinaire zorg die min of meer in de kinderschoenen staat. Tot nu toe blijken de dieren echter niet erg gevoelig voor ziekten.

Kwaliteit
De alpaca fokster heeft zich tot doel gesteld om zich vooral op kwaliteit te richten. In het fokprogramma zoekt ze bijvoorbeeld naar dieren met een zeer fijne wolstructuur en een goede bouw. Als zij op zoek is naar nieuwe fokdieren in het buitenland, maakt ze zelf een eerste screening op het gezicht, maar laat de wolkwaliteit onderzoeken in een laboratorium en roept de hulp in van vakmensen om de dieren te controleren op hun bouw en gezondheid. Dit is natuurlijk een kostbare aangelegenheid, maar meer dan de moeite waard. Een goede alpaca kan namelijk bij verkoop 10.000 euro opleveren. Margriet is altijd op zoek naar een goede dekhengst, want van kunstmatige inseminatie moeten de alpaca-dames niets weten.

Exclusief
De wol van alpaca’s is zeer gewild, vanwege de fijne structuur. De kwaliteit ligt hoger dan van kasmir en mohair. Verwerken van de wol is in Europa erg kostbaar en kan niet concurreren met het goedkopere verwerkingsproces in Zuid-Amerika. Het fokken voor de wol is dus voor Margriet eigenlijk wel een doelstelling, maar veel belangrijker is de toepassing als exclusief huisdier. In Engeland en Duitsland is de alpaca bezig aan een opmars. Nederland moet daarin nog volgen.
Neemt niet weg dat de vacht van Europese dieren dusdanige kwaliteit heeft dat er voor de Europese wol in de toekomst ook een afzetmarkt is. Behalve dat de wol heel mooi is heeft deze een hoge isolatiewaarde en is antiallergeen. Margriet heeft inmiddels van haar eigen wol de eerste kledingstukken laten breien en weven. Deze wil ze in het exclusieve segment gaan afzetten onder de naam Johannes Hilbertus.

Aaibaar
De allergrootste troef van de alpaca’s is de hoge aaibaarheidsfactor. Margriet denkt dat ze een belangrijke therapeutische functie kunnen gaan vervullen op bijvoorbeeld zorgboerderijen. Hun lieve karakter maakt ze ook erg geschikt voor kinderboerderijen.
Samen met een collega fokker is ze van plan om de Nederlandse Alpaca Society op te richten. Binnen afzienbare tijd zal ook de eerste Noord Nederlandse Alpaca Show gaan plaats vinden, met een keuring om de allerbeste eigenschappen van dit aantrekkelijke dier naar boven te halen.

Alpaca Europe
Alpaca Europe is de alpaca farm van Margriet Moed in het Groningse Westerlee. Haar hobby is in zes jaar tijd uitgegroeid tot een serieuze fokkerij die op dit moment 130 dieren telt.


Agrarische kalender ABN AMRO Bank, december 2008