zondag, juli 09, 2017

Grassen en vaste planten


Paradijs in Hummelo

“Kom binnen, kijk lekker rond en geniet. Piet heeft zich verstopt, die zit te ontwerpen. Weer een nieuwe opdracht.’ Anja loopt heen en weer tussen de bezoekers en schudt haar hoofd. Ze is gastvrij, maar ook een beetje moe. “We gaan nu voor een maand dicht. Op vakantie. Ergens waar mensen Piet niet herkennen, zodat we rust hebben, kunnen zwemmen en niet aan ons werk hoeven te denken.”


Het is zaterdagmiddag. Een mooie dag in juli. Windstil en zonnig. Ik geef mijn ogen de kost. Voor me ligt de privétuin van Piet en Anja Oudolf. De plek waar ze jarenlang een kwekerij hadden, maar die inmiddels volledig is omgetoverd tot een paradijstuin waar Adam en Eva jaloers op zouden zijn. Prairiegrassen, schijnbaar achteloos door elkaar geplant. Hier en daar piepen kleurige bloemen boven het gras uit of verrijst een contrasterende structuur. Alsof een onzichtbare hand klakkeloos wat zaadjes heeft gestrooid die toevallig precies op het ideale plekje zijn gevallen. Diepblauwe kogeldistels, oranje Asclepias en forse Baptisia-struiken. Steeds valt er weer iets nieuws te bewonderen. Ik raak niet uitgekeken. Het enige geluid dat je hoort zijn gedempte stemmen van wat plantenliefhebbers die ruimschoots worden overstemd door het gezoem van bijen en lome, zware hommels. Vlinders strijken neer op de bloemen van de rode zonnehoed en laten hun vleugels zachtjes heen en weer wiegen.

Oudolf, zijn er nog plantenliefhebbers die zijn werk niet kennen? Ongeveer vier jaar geleden kocht ik het boek ‘Plannen en planten’ dat hij samen maakte met Noel Kingsbury. Het was voor mij een eyeopener, een inspiratiebron voor het herinrichten van het plantsoen naast mijn huis. De gemeente rooide op mijn verzoek alle oude struiken en ik mocht plantmateriaal uitzoeken. In ruil daarvoor zou ik het landje schoon houden. Dat plan stond me niet tegen, want schoffelen is voor mij een beetje meditatie. Het doet me wegdromen naar de tijd waarin mijn vader en ik de moestuin achter het huis onderhielden. Met de voorbeelden uit het boek in mijn achterhoofd leek me het onderhouden van een grassentuin een peulenschilletje vergeleken een bewerkelijke moestuin.

De werkelijkheid is natuurlijk weerbarstiger. Ik krijg wat gezonde tegenwerking van heermoes en brandnetels. Niet erg, de aanhouder wint. Wie mijn enthousiaste posts een beetje heeft gevolgd weet dat de tuin er na drie jaar best-wel-oké uitziet voor een goedwillende ‘beginner’. Durf ik mijn neus om de hoek van mijn voordeur te steken dan krijg ik veel veren in mijn, eh, bips gestoken van alle buren die dagelijks hun rondje met hondje lopen. Al die schouderklopjes hebben mij een beetje overmoedig gemaakt.

Maar dan Hummelo. Ik sta meteen weer met twee voeten op de grond. Wat heb ik nog veel te leren, bedenk ik. Wat ben ik nog een amateur. Onder een afdakje in de schaduw zit ik een beetje te mijmeren en nieuwe plannen te maken. In de verte zie ik een witte kuif boven de graspluimen uitsteken. Hij sluipt door zijn tuin naar de schuur en verdwijnt geruisloos uit het zicht van zijn fans. Anja komt nog even naast me staan. “Ach ja, ze komen van heinde en verre. Vanmorgen nog een taxi op de dam met Australiërs. Speciaal voor hem gekomen. Amerikanen, Aziaten, allemaal op bedevaart.”


Het laatste jaar is aangebroken voor het openstellen van hun privétuin, vinden Anja en Piet. Dan is het genoeg geweest. Een nieuwe generatie plantenkwekers en hoveniers neemt het stokje over. De tuin van Eden is dan alleen nog van Adam en Eva, waar ze in alle vrijheid onbespied kunnen rollebollen. Maar de ideeën leven voort. Hiernaast in mijn plantsoen, bijvoorbeeld. En inmiddels ook een paar huizenblokken verder. En in een wijk verderop. Allemaal heel verschillende paradijsjes, waar mensen schop en schoffel oppakken. Piet’s visie woekert als onkruid en vindt een vruchtbare bodem.

donderdag, juni 29, 2017

Korte ketens

Dit interview verscheen in het themanummer Korte Ketens van Agrarisch Nieuws, ABN AMRO


Drees Peter van den Bosch
‘Extreem belangrijk om verbinding te houden met je eten’

Herinrichten van de voedselketen is een missie die Drees Peter van den Bosch op het lijf is geschreven. Voedselsystemen die binnen een straal van driehonderd kilometer zelfvoorzienend zijn leveren naast besparing op transport ook nieuwe verbindingen op. Burgers en boeren leren elkaar begrijpen. Korte ketens zijn de toekomst, vindt hij.

Zoek naar de juiste weg die als ondernemer bij je past. Dat kenschetst de weg die Drees Peter van den Bosch aflegt. Als zoon van een dierenarts met melkveehouderij en student Agrosysteemkunde aan Wageningen University&Research, is hij geïntrigeerd door duurzame lokale en wereldwijde landbouwproductiviteit die voedselzekerheid waarborgt.
“Interesse voor de voedselketen hoort gewoon bij me”, legt hij uit. “Als kleine jongen hield ik de melkprijzen al bij voor mijn vader.” Vol enthousiasme begon hij aan een veelbelovende carrière bij Unilever.

‘Wij willen in totaliteit een alternatieve voedselketen zijn’


Maar onderwijl begon het te schuren. Hij zag welke impact de huidige inrichting van de voedselketen heeft op landbouwbedrijven en op transportafstanden. Bovendien groeide het besef dat hij zijn kinderen wilde grootbrengen met verse, gezonde maaltijden. Samen met collega Willem Treep richtte hij daarom in 2009 Willem&Drees op, dat supermarkten en cateringbedrijven voorziet van lokale, verse producten. Van den Bosch: “Wij willen het mensen makkelijk maken om voedsel uit hun regio te kopen.”

Lokale producten
Vanaf het begin heeft het bedrijf zich tot doel gesteld om lokale, producten onder de merknaam Willem&Drees zichtbaar te maken in supermarkten, in de bekende houten kratjes. Consumenten kunnen daardoor kiezen voor duurzaamheid, omdat deze verse producten geen grote afstanden afleggen tussen producent en consument. Een tweede, nog veel belangrijker aspect is dat er weer een emotionele binding ontstaat met de boer of tuinder in de eigen regio. Die binding zorgt er voor dat consumenten ook bereid zijn om een faire prijs te betalen voor hun eten.
De missie achter het initiatief van deze ondernemers is dus om een nieuwe voedselbeweging op gang te brengen. Het bleek geen gemakkelijke opgave. “Vanaf dag één kwamen we al in een spagaat”, vertelt Van den Bosch. “Het lukte niet om in het volumesegment van de versafdeling terecht te komen. Retailers wilden wel bijzondere producten zoals onze regenboogpeen, maar voor volumes zoals appels en aardappelen bleven ze gebruik maken van hun eigen kanalen. Dit bracht niet de omzet die wij nodig hadden.”

Nieuwe koers
In mei 2016 voegden zij hun activiteiten samen met het in 2013 opgerichte Beebox, een coöperatie van ondernemers, boeren, consumenten en partners, die biologische maaltijdboxen levert in Nederland. Door de bundeling van meerdere initiatieven ontstond een nieuwe organisatie met slagkracht, die de transitie naar een duurzame voedselketen moet versnellen. Willem&Drees kreeg een aandeel in de koepelcoöperatie en Van den Bosch werd directeur.

‘Binding met de boer zorgt er voor dat consumenten ook bereid zijn 

om een faire prijs te betalen’


Eind 2016  nam het bedrijf afscheid van de retailmarkt, de winkels van Jumbo, Coop en Spar. “Het was een moeilijke, maar verstandige keuze”, vindt Van den Bosch. “De omzet was niet winstgevend.” Naast de maaltijdboxen blijven de horeca, bedrijvenmarkt en cateringtak voortbestaan en dat is een groeimarkt.
Hij ziet dat er in acht jaar veel is veranderd bij de retail. Er is meer oog voor producenten en lokale producten. Dus er is zeker een beweging op gang gekomen die door verschillende retailketens onder eigen merk is overgenomen.

Maaltijdbox en meer
Het bedrijf sloeg dus een nieuwe richting in; die van de online maaltijdboxen. Daarin is het niet alleen, want krachtige spelers als Hello Fresh en Albert Heijn zetten al hun middelen in om diezelfde markt te bestormen. Willem&Drees moet daarom anders zijn.
Net als andere maaltijdboxen sluiten consumenten een abonnement af voor een wekelijkse zending. Er zijn verschillende boxen waaruit zij kunnen kiezen, van een bassisassortiment tot complete maaltijden met recepten. Daarnaast is het mogelijk extra producten te bestellen in de online verswinkel.
De producten in de box zijn biologisch, van Nederlandse oorsprong en worden geleverd door het bestaande netwerk van boeren en tuinders. Er is aandacht voor lokale seizoensproducten. Kies je voor Willem&Drees, dan ontvang je dus vers eten direct van de boer of tuinder.

In cirkels
Binnen de land- en tuinbouw ontwikkelt de productiezijde zich in twee richtingen . Schaalvergroting zet door, waarbij bedrijven zich richten op efficiency en cost leadership. Zij leveren doorgaans, via tussenschakels, aan de retail. Daarnaast is er een trend naar  toegevoegde waarde.
De huidige voedselketens zijn vooral efficiency gedreven. Daardoor leggen producten vaak grote afstanden af, om de allerlaagste kostprijs te genereren. Dit gaat in tegen de beweging om duurzaamheid door te voeren.
“Bij het distribueren van voedingsmiddelen denken wij in cirkels. In die filosofie is het mogelijk ook met lokale producten aan te haken”, meent Van den Bosch. Denken in cirkels kan het aantal schakels in de keten verkorten. Met verse groenten en fruit is dat eenvoudiger dan voor producten van dierlijke oorsprong. Door de vierkantsverwaarding zullen er altijd meerdere partijen betrokken zijn bij de verwerking van producten. Onmogelijk is het niet. 

Robuuste ketens
Voor ondernemers kan het beleveren van alternatieve kanalen een toegevoegde waarde zijn. De zoektocht die Willem&Drees zijn gestart heeft opgeleverd dat de verbinding tussen boer en burger ook een verandering bij de boer op gang brengt. “Zelfs als ondernemers maar tien procent van hun omzet via alternatieve kanalen als Willem&Drees afzetten verandert hun kijk op de afzet. Ze leren door de keten heen kijken, en dat helpt enorm. Bovendien levert alleen het zichtbaar maken van die korte ketens al eerlijker prijzen op’, vindt Van den Bosch.


‘Iedere regio kan binnen een straal van 300 kilometer zelfvoorzienend zijn’


Hij vindt dat agrarisch Nederland de beste uitgangspunten heeft om het voedselsysteem opnieuw in te richten en als voorbeeld kan dienen voor andere regio’s. “Iedere regio kan binnen een straal van 300 kilometer zelfvoorzienend zijn, met uitzondering van exotische producten. Met deze opzet werk je aan een duurzaam systeem en robuuste ketens.” Een initiatief als Willem&Drees Beebox past daarin.

Binding met eten
De wending die Willem&Drees doormaakt voelt goed. “Wij willen in totaliteit een alternatieve voedselketen zijn”, geeft Van den Bosch aan. “Het is namelijk extreem belangrijk dat ieder mens binding houdt met zijn eten en dat proberen wij te stimuleren.”
Hij wil agrarisch ondernemers een boodschap meegeven. “Wil je je onderscheiden met toegevoegde waarde, zorg er dan voor dat een deel van je afzet naar dit soort initiatieven gaat. Daar leer je van en het brengt je een stap verder. De markt voor duurzaam voedsel zal blijven groeien.”

Adviezen aan ondernemers van Drees Peter van den Bosch
-       -  Maak voor jezelf een duidelijke keuze tussen cost leadership of toegevoegde waarde;
-       -  Kies je voor toegevoegde waarde, zorg er dan voor dat een deel van je afzet naar nieuwe initiatieven gaat;
-       -  Contact met consumenten levert nieuwe kennis op;
-       -  Kies  voor een bedrijfsvoering die bij je past.




Kwekersrecht


Preventie inbreuk op kwekersrecht

‘Zonder snelheidscontroles rijdt 
iedereen te hard’

Illegale vermeerdering van kwekersrechtelijk beschermde rassen kan een incident zijn, maar ook dermate grote proporties aannemen dat het de sector schaadt. Een web van bedrijven en organisaties houdt zich wereldwijd dagelijks bezig met plantaardig recherchewerk. Een pittige veroordeling werkt preventief, zo blijkt.

Ze kennen elkaar goed. Af en toe delen ze hun kennis en adviseren ze elkaar. Toch heeft iedereen zijn eigen specialisatie. Geert Staring bijvoorbeeld, vertegenwoordigt de belangen van veredelaars van aardappelen en graszaden namens het in Brussel gevestigde Breeders Trust. In hetzelfde gebouw houdt Casper van Kempen van het Anti Infringement Bureau (AIB) kantoor. Hij houdt zich bezig met de belangen van groentezadenveredelaars en –vermeerderaars. In ’s-Gravenzande is Royalty Administration International(RAI) gevestigd. Dit bedrijf begeleidt veredelaars van sierteeltgewassen bij het aanvragen en innen van royalties. Maarten Leune zwaait er de scepter. De klantenkring van Reinier van Rijssen van het bedrijf Planttipp uit IJsselstein, bestaat voornamelijk uit veredelaars van bomen, heesters en vaste planten.
Centraal in hun werk staat het beheren en bewaken van het intellectueel eigendom van veredelingsproducten. Doorgaans verloopt dat goed en naar ieders tevredenheid. Maar alertheid is geboden, want er zijn bedrijven die de regels rond afdracht van royalties bewust aan hun laars lappen. Om dat te bewijzen maken zij gebruik van de diensten van Naktuinbouw en laboratoria over de hele wereld. Via de Variety Tracer kunnen zij mogelijke fraude aantonen.

Voorlichting
“Op alle nieuwe pootaardappelrassen die op de markt komen rust kwekersrecht”, vertelt Geert Staring. Breeders Trust is een organisatie van tien pootaardappelkweekbedrijven uit Duitsland, Nederland, Frankrijk en Denemarkten. “We vertegenwoordigen ongeveer 80% van alle nieuwe rassen die in West-Europa worden ontwikkeld. In de graszaadsector is dat zelfs 90%.”
In de akkerbouw is het landbouwers voorrecht, ofwel Farm Saved Seed, van oudsher een begrip. Boeren mogen een deel van hun aardappelen en granen achter houden als uitgangsmateriaal voor hun volgende teelt. Daarover betalen ze wel een billijke vergoeding, maar die is lager dan de gebruikelijke licentievergoeding. In België bijvoorbeeld moeten boeren hun arealen aardappelen, die geteeld zijn met Farm Saved Seed, doorgeven aan Breeders Trust en in Nederland aan Plantum. Het gaat om bedragen van miljoenen euro’s per land. “Die vergoeding is hoog, maar nodig om een gezonde veredelingssector in stand te houden. Omzeilen boeren de afdracht, dan schieten ze uiteindelijk in hun eigen voet.”
Ondanks de strenge regelgeving vindt een deel van de productie nog zonder registratie plaats. Bovendien zijn er nog oudere rassen zoals Bintje zonder kwekersrecht in omloop. Dat maakt het moeilijk om goed overzicht te houden.
In Nederland is de bereidheid om royalty te betalen veel hoger dan bijvoorbeeld in Oost-Europa. Volgens Staring heeft dit onder andere te maken met goede voorlichting. “Handhaving is vooral veel voorlichting geven en zorgen dat er commitment ontstaat”, meent hij.

Preventieve maatregel
Uiteraard zijn er ook teeltbedrijven die de regels bewust omzeilen. Breeders Trust merkt dat aan administraties die bij controle niet blijken te kloppen, of door tips die binnen komen.
Boeren die hun zaken goed voor elkaar hebben voelen de werkwijze van ‘beunhazen’ als oneerlijke concurrentie, waardoor de markt verstoort raakt. Op dat moment schakelt Breeders Trust fraudeopsporingsdiensten in, waarvan de aanpak per land verschilt, of stapt zelf naar de rechter. “We lopen er dan wel eens tegenaan dat we niet helemaal zeker weten of we het juiste ras te pakken hebben. In die gevallen maken we gebruik van Naktuinbouw, waar we DNA-onderzoek laten doen.”
“Boeren die hun zaakjes goed voor elkaar hebben verlangen die aanpak van ons”, licht Staring toe. We komen regelmatig in het nieuws, omdat we een rechtszaak winnen. Het gaat dan vaak om grote bedragen. Die publiciteit is een belangrijke preventieve maatregel. Zie het als de handhaving van de maximum snelheid. Als je geen bekeuringen uitdeelt gaat iedereen steeds harder rijden.”
De voorlichtende rol blijft echter basis van alle activiteiten. Grote bedrijven hebben ook de houding dat zij netjes willen werken. Zo dringt Staring er bij de frietindustrie op aan om uitsluitend aardappelen te verwerken van boeren die de regels respecteren. De laatste jaren heeft dat zeker effect. “Wil je duurzaam ondernemen, dat moet alles kloppen.”

Bescherming
“Illegale vermeerdering van rassen die onder kwekersrecht vallen, berust vaak op een misverstand. Wij komen veel situaties tegen waarin telers onwetend zijn”, meldt Reinier van Rijssen van Planttipp. Samen met zijn zoon Peter en dochter Kim helpt hij vooral bedrijven in de vaste planten- en bomensector bij het aanvragen van kwekersrecht en het innen van de royalty. Dit gebeurt binnen Europa, maar ook in Australië en Azië. Zusterbedrijf Concept Plants BV doet dit in de Verenigde Staten. Ieder land geeft immers eigen invulling aan het kwekersrecht.
Het zijn over het algemeen de wat kleinere bedrijven met veredelingsactiviteiten die gebruik maken van diensten van Planttip. Vaak gaat het om expertise die ze zelf niet in huis hebben. Het bedrijf helpt namelijk ook met marktintroductie van nieuwe soorten.
“Naktuinbouw is voor ons belangrijk omdat wij daar het DUS-onderzoek laten doen, dat vooraf gaat aan toekenning van kwekersrecht. Maar we maken ook gebruik van de diensten van het Variety Center, om inbreuk op kwekersrecht vast te stellen”, legt hij uit. “Handhaving van kwekersrecht is vooral nodig om mooie, nieuwe producten een kans te geven. Als zij te snel en ongecontroleerd worden vermeerderd dan kan dit proces mislukken. Kwekersrecht beschermt bedrijven hiertegen.”

Misbruik
RAI, dat al langer werkzaam is in de sierteeltsector, is heel klein begonnen, vertelt Maarten Leune. Oprichtster Nellie Hoek legde zich toe op de controle van de chrysantenrassen van haar familie in een tijd dat kwekersrecht nog in de kinderschoenen stond. Al snel vroegen andere veredelaars om dat ook voor hen te doen, omdat het vaak om dezelfde bedrijven ging. Vandaag de dag vertegenwoordigt het bedrijf een aantal zeer grote chrysantenveredelingsbedrijven en verzorgt hun royalty administratie. Zo ook voor andere gewassen. Het bedrijf heeft dertig mensen in dienst en vertegenwoordigt 8.500 titels.
“Gewassen die vegetatief zijn te vermeerderen verlies je al snel uit het oog”, vertelt Leune. “ Een overtreding van de regels is zeker niet altijd opzet”, weet hij. “Maar in de chrysantenteelt is ook sprake van grootschalige fraude.” Hij spreekt dan over illegale productie en teelt, bijvoorbeeld in het zuiden van Europa.
Bedrijven, die bewust vermeerderen om daar grof aan te verdienen worden keihard aangepakt. Het is soms een kat en muis spel, maar uiteindelijk krijgt de eigenaar van het ras gelijk. Een bedrijf dat zich niet aan de regels houdt krijgt vervolgens geen nieuwe rassen geleverd. Die dreiging werkt zeer preventief. Leune: “Laten we het opsporen van misbruik gerust een uitdaging noemen.”
Voor een deel van de beschermde soorten geldt ook het merkenrecht. Dan wordt een product als compleet concept in de markt gezet. Het succesvolle merk ‘Proven Winners’ in de Verenigde Staten is daar een voorbeeld van. “Voor deze organisatie voeren wij jaarlijks 1.800 controles uit. De ervaring leert dat het hard nodig is. We hebben zelfs de boetes moeten verhogen, omdat overtreders niet onder de indruk waren.”
RAI maakt gebruik van de diensten van Naktuinbouw, maar heeft ook in andere landen testlocaties. “Naktuinbouw is voor ons wel leidend”, vindt hij.

Interventie
Zijn uit zaad vermeerderde rassen minder kwetsbaar voor inbreuk op kwekersrecht? Die gedachte is volledig achterhaald, weet Caper van Kempen. AIB is een vereniging, waarvan groentezadenveredelaars lid zijn. Het is bijzonder hard nodig om de rassen van deze bedrijven te beschermen, want veel gewassen zoals bonen en sla zijn makkelijk door zaad te vermeerderen.
Bovendien zijn andere, hybride rassen van bepaalde gewassen weer uitstekend vegetatief te vermeerderen. Na 2004 is het enten van gewassen sterk opgekomen, met name bij tomaat. “We zagen bijvoorbeeld dat restmateriaal na het enten niet werd weggegooid, maar werd gebruikt voor vermeerdering ”, legt hij uit. “Dat gebeurt vooral als uitgangsmateriaal erg duur is.” Tomaat, aubergine en (water)meloen zijn daar voorbeelden van. Uit periodieke vergelijkingen van de omzetcijfers met het geplante areaal kan een schatting worden gemaakt van de grootte van de illegale vermeerdering.
Van Kempen heeft zijn handen vol aan vermeerdering in Italië en Spanje, waarbij hij bij vermoedens van misbruik de  nationale autoriteiten inschakelt, volgens de protocollen van UPOV. In bepaalde situaties is het zelfs gevaarlijk om een inval te doen, maar het gaat in die gevallen ook om georganiseerde misdaad.
Komt het uiteindelijk tot een rechtszaak, dan moet AIB ook bewijzen overleggen. Het onderzoek van Naktuinbouw of andere laboratoria geldt dan als bewijs. “Bij een interventie bij een plantenkweker of teler nemen wij bladmonsters. Daarvan wordt een DNA-profiel gemaakt en vergeleken met het beschermde ras waarvan het vermoeden bestaat dat dit wordt nageteeld. Dit moet snel gebeuren, want de gewascyclus is vaak een kwestie van weken. Het ene laboratorium kan dat sneller dan het andere, dus hebben wij soms voorkeur. Maar als een zaak voor de rechter komt, dan is het gedetailleerd morfologisch onderzoek leidend. Dan moeten wij een teeltproef laten doen die uiteraard meer tijd vraagt”, legt van Kempen uit. 

Variety Tracer: ‘Soms vind je meer dan je zoekt’



Variety Tracer is het instrument van Naktuinbouw om de identiteit van plantaardig materiaal vast te stellen. De combinatie van morfologisch onderzoek en moleculaire technieken maakt deze erg betrouwbaar. Jaarlijks zijn er zo'n zestig Variety Tracer-opdrachten. Daarbij gaat het in een aantal gevallen om vermoedens van inbreuk op kwekersrecht. Af en toe zijn er bijzondere verzoeken. 

Wie kweekt de allergrootste tomaat van het seizoen? Dat is een competitie die telers in het noorden van Engeland maanden in de ban houdt. Op de Harrogate Autumn Flower Show levert zo’n exemplaar maar liefst een prijs op van 1.000 pond. En dit kan nog oplopen als het gewicht het Guiness Record overstijgt. Telers zetten alle geoorloofde, maar sommigen ook niet geoorloofde middelen in om die ene bijzondere tomaat te kweken.
De organisatie van dit spektakel bewaakt met grote zorg of alle deelnemers vruchten van hetzelfde ras inleveren, namelijk de in Engeland ontwikkelde ‘Gigantomo’. Dat is hen zelfs een tamelijke toets van Naktuinbouw waard. Het gaat hier tenslotte wel om een serieuze zaak, dus wil de organisatie een betrouwbaar resultaat.

Een echte ‘Gigantomo’
Hedwich Teunissen viel de eervolle taak ten deel om de winnende vrucht te bemonsteren en via de jongste DNA-technieken te testen op soortechtheid. Als snel kon zij de organisatie het verlossende antwoord sturen: het ging hier inderdaad om een echte ‘Gigantomo’. Hiermee was fraude uitgesloten.
Maar ze vond meer. Het DNA gaf niet alleen inzicht in de eigenschappen van deze tomaat, maar ook in die van andere organismen op of in de vrucht. Zo vond zij sporen van groeibevorderende bacteriën, maar die vallen buiten de spelregels van de competitie. Het toont wel aan dat de rivalen alle middelen aanwenden om die felbegeerde prijs binnen te slepen. Het onderzoek naar de soortechtheid van deze tomaat valt binnen een pilot van Naktuinbouw. 

Toetstechnieken
Tot op heden gebruikt het laboratorium meestal de AFLP- en SSR-technieken. Inmiddels zijn van veel gewassen profielen gemaakt. Deze zijn opgeslagen in een database. Ze dienen als vergelijkingsmateriaal  in het onderzoek naar soortechtheid. Binnen deze collectie zie je al snel in welke mate gewassen zijn veredeld. Groenterassen bijvoorbeeld, zijn zo intensief veredeld dat de onderlinge verschillen in DNA erg klein zijn. "Nieuwe DNA-sequenciong-technieken bieden hier uitkomst", vertelt Michel Ebskamp, manager team Research&Development bij Naktuinbouw.

Versnelling
Kwekersrechtonderzoek heeft nog altijd het morfologisch onderzoek als basis. Gewassen worden dan naast elkaar gezet en op hun uiterlijke kenmerken vergeleken. Dit is een erg nauwkeurige methode, die wel twee jaar in beslag kan nemen, omdat niet altijd meteen de juiste vergelijken voorhanden zijn. Voor snelle acties duurt dit te lang, maar voor rechtszaken is het noodzakelijk.
De nieuwe DNA technieken zijn van groot belang, omdat ze veel sneller een uitslag geven en minder kostbaar zijn. Ook versnelt het in sommige gevallen de aanvraagprocedure van kwekersrecht voor nieuwe rassen. Dit door meteen de juiste vergelijken mee te nemen. Daardoor gaat het morfologisch onderzoek soms terug van twee naar één jaar.










dinsdag, april 25, 2017

Paprika


Intensief gebruik scherminstallatie door Het Nieuwe Telen
‘Dubbel scherm speelt sleutelrol in zoektocht naar evenwichtig klimaat’

Je moet geen oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt, vindt paprikateler Stephan Persoon. Toch gaat hij samen met teeltmanager Roel Klapwijk de weg van Het Nieuwe Telen verkennen. In plaats van vervangen van het oudere schermdoek kozen zij juist voor de aanleg van een tweede klimaatscherm. Het was nog even puzzelen om deze installatie goed uit te voeren.

De eerste groene paprika’s zijn geoogst, bij Personal Vision in Bleiswijk. Het nieuwe seizoen staat voor de deur. Er zijn veranderingen op komst op het 7 ha grote bedrijf van Stephan en Thea Persoon, want sinds kort versterkt zoon Roy het team. Het bedrijf teelt drie verschillende hoofdrassen rode paprika’s. Daarnaast staan er proeven met nieuwe rassen van verschillende veredelingsbedrijven. Dit brede pallet hangt samen met het karakter van deze onderneming. Persoon regelt zijn eigen afzet, zonder tussenkomst van een telersvereniging. Iedere handelspartij heeft zo zijn voorkeur en met meerdere rassen in huis kan Persoon aan deze wensen voldoen.

maandag, maart 27, 2017

Bijvriendelijk


Potplantenteler lanceert label ‘Bee friendly grown’
‘Voorzichtig met onze bijen, dat moeten 
we vertellen’

Niet alleen burgers maken zich zorgen om de bijenstand, telers denken daar net zo over. Tim Koene bijvoorbeeld wil alleen middelen toepassen die niet schadelijk zijn voor bestuivers. Dat doet hij met het label ‘Bee Friendly Grown’. Om deze boodschap duidelijk en krachtig over te brengen zoekt hij naar collega’s die daar net zo over denken.

Het is topdrukte bij Beauty Plants in Maasland. Terwijl vader Nol Koene in de auto met aanhanger het erf af rijdt heeft zoon Tim zijn mobieltje in de aanslag. De bestellingen rollen binnen. Op het 4,5 hectare grote bedrijf zijn vader en zoon actief in drie takken van sport. De hoofdteelt is de bloeiende heester Camellia, die verwant is aan de theeplant. Het tweede gewas is Anigozanthos, ofwel het kangoeroepootje. Deze plant wordt voornamelijk geteeld als snijbloem, maar de familie Koene teelt deze als potplant. Het derde gewas is de kuipplant Mandeville, waarvan de familie Koene de serie Sundaville teelt.