zaterdag, januari 13, 2018

Tuinbouw Ondernemersprijs 2018


De Lepelaar, Sint Maarten

Duurzaamheid loopt als een rode draad door ons bedrijf

Op het vlakke land van Noord-Holland, tussen gras, kool en bloembollen, ligt biologisch dynamische bedrijf De Lepelaar. Het bijzondere bedrijf heeft zich in ruim 45 jaar ontwikkeld van een klein initiatief tot vollegrondskwekerij en glastuinbouwbedrijf van meer dan 70 ha. Oprichter Jan Schrijver en zijn vrouw Inge willen op weg naar duurzaamheid een relatie aangaan met de natuur. Hun opvolgers vervolgen die missie en combineren principiële waarden met moderne methoden.  

Wie kon in 1971 bedenken dat de biologische land- en tuinbouw nog eens zo’n belangrijke rol zou spelen binnen de samenleving? Jan Schrijver waarschijnlijk niet. Hij startte zijn bedrijf vanuit de fundamentele visie dat het ecosysteem onder druk kwam te staan, waardoor een verstoring van de planten- en dierenwereld optrad. De duurzaamheidsfilosoof was destijds nog een roepende in de woestijn, tegenwoordig vallen de keiharde feiten niet meer te ontkennen.
“Er waren tijden dat mensen van heinde en verre met het openbaar vervoer naar De Lepelaar kwamen om hun voorraden biologische groenten in te slaan”, vertellen zijn zoon Reinout Schrijver en zijn medevennoot Joris Kollewijn. Deze twee zijn inmiddels mede-eigenaar geworden van het grootste deel van het onroerend goed.

Vruchtbare bodem
Duurzaamheid is een thema waar deze ondernemers vanuit hun intrinsieke waarden mee zijn vergroeid. Een biologisch dynamisch bedrijf drijft op dit uitgangspunt, waarbij werken aan de bodemvruchtbaarheid de belangrijkste opgave is.
Het bedrijf werkt bijvoorbeeld met een teeltplan van zeven jaar. Twee jaar daarvan krijgt de bodem rust. Dan groeit er grasklaver of luzerne. Daarna volgen afwisselend peen aardappelen, kool, bieten, en andere tuinbouwgewassen. “We telen bij voorkeur gewassen die passen bij het jaargetijde, of gewassen die met weinig energie kunnen groeien”, legt Kollewijn uit.

’Wij bestaan dankzij de wisselwerking tussen natuur, mens en dier’

“Biologisch dynamisch gaat nog een stapje verder dan alleen biologisch”, vervolgt Schrijver. “Wij gebruiken natuurlijke meststoffen die we prepareren met kruidenmengsels om de omzetting en opname van mest in de bodem te bevorderen. Dit verhoogt de bodemvruchtbaarheid en maakt de planten die daar groeien sterker en weerbaarder.
Onze visie is dat je in de tuinbouw ‘natuur-inclusief’ behoort te denken. Wij hechten er grote waarde aan dat de grutto, kievit, en scholekster op ons land kunnen broeden en een kans hebben te overleven.” Niet voor niets koos Jan destijds voor de bedrijfsnaam ‘De Lepelaar’, omdat deze vogel dreigde te verdwijnen.

Samenwerking gelijkgestemden
Het bedrijf zoekt zoveel mogelijk naar samenwerking met gelijkgestemde ondernemers die kringlopen kunnen sluiten. Zo werkt het samen met biologische veehouderij de Buitenplaats en biologisch bollenbedrijf Huiberts voor de uitwisseling van goederen en diensten. De koeien eten bijvoorbeeld het afval van kool en leveren weer mest voor de akkers. Het netwerk groeit gestaag met schapenhouders en een paardenhouderij.
Eind jaren negentig is een bijzondere samenwerking ontstaan tussen De Lepelaar en Bejo Zaden uit Warmenhuizen voor de ontwikkeling van een goed assortiment biologische rassen. Op één van de percelen doet het veredelingsbedrijf teeltproeven. Ook andere veredelaars mogen er hun biologische assortiment testen.
De biodiversiteit wordt gestimuleerd door langs de akkers randen aan te leggen waar veel verschillende kruiden en bloemen bloeien. Dat ziet er niet alleen heel aantrekkelijk uit, maar het heeft een positief effect op nuttige insecten en vogels.

Van directe afzet naar coöperatie
In de beginjaren leverde De Lepelaar aan groepen consumenten en winkels. Sinds 1980 zijn er twee coöperaties opgericht waar het bedrijf lid van werd. De laatste jaren zijn Udea in Veghel en Odin in Geldermalsen de grootste afnemers, die op hun beurt supermarkten en speciaalzaken beleveren.
Het rechtstreeks leveren aan winkels is dus voorbij. Wél heeft het bedrijf nog een winkel aan huis, die druk wordt bezocht. “We leveren veel aan consumenten in de Randstad”, legt Schrijver uit. Het zijn vaak de iets beter verdienende consumenten die voor biologisch kiezen. Aangezien deze groep relatief weinig nadelen heeft ondervonden van de economische crisis heeft De Lepelaar weinig last gehad van omzetdaling in die jaren.
Daarentegen heeft het bedrijf ook mindere tijden doorgemaakt. Tussen 1980 en 1990 waren zware tijden voor de Lepelaar en haar afnemers. In die tijd heeft de familie door kunnen gaan dankzij toenemende vraag uit het buitenland. Die tijd ligt inmiddels ver achter hen.

Gestage groei
De Lepelaar heeft door de jaren een gestage groei doorgemaakt. Het is een zeer arbeidsintensief bedrijf, met negen vaste medewerkers en rond de tien scholieren die een handje helpen. Het team kan cursussen volgen om hun vaardigheden te verbeteren.
De familie heeft een warme band met de Warmonderhof in Dronten, de MBO opleiding voor biologisch-dynamische landbouw. Stagiaires, ook uit het buitenland, zijn er meer dan welkom. Zo ook Joris Kollewijn, die als zeventienjarige binnenkwam en nooit meer vertrok. “Instappen was voor mij niet moeilijk”, vertelt hij. Op jonge leeftijd kwam hij al in aanraking met de biologisch dynamische teelt via zijn ouders. Een eigen bedrijf was zijn grootste droom.
Reinout is al zijn hele leven verweven met het familiebedrijf, maar is er sinds twee en een half jaar daadwerkelijk werkzaam. “Ik sta nog twee dagen in de week voor de klas als natuurkundeleraar. De afwisseling tussen bedrijf en onderwijs vind ik prettig.”

Groot materieel
Met de groei van het bedrijf heeft automatisering zijn intrede gedaan. “Die groei was nodig voor de commerciële kant van de onderneming, maar ook om voldoende ruimte te hebben voor vruchtwisseling”, legt Kollewijn uit. Het duurt twee jaar voordat een nieuw perceel geschikt is voor de biologische teelt. In die tijd kiest hij voor gewassen en meststoffen die de bodem verbeteren. Gezond bodemleven ligt immers ten grondslag aan de teelt.

‘We telen bij voorkeur gewassen die passen bij het jaargetijde of weinig energie vragen’

Voor bewerking van de grond is groot materieel nodig. Kollewijn: “We hebben bijvoorbeeld tractoren nodig, maar liefst voortgedreven op elektriciteit. Die zijn er nog niet.” Wel heeft hij een ‘wiedbed’ in bestelling, aangedreven op zonne-energie.
De Lepelaar wil energieneutraal telen. Dat is het bedrijf aan haar stand verplicht. De nieuwe bedrijfshal uit 2014 heeft zonnepanelen gekregen. Hierdoor kan het bedrijf al voor 70% in haar elektriciteitsbehoefte voorzien en het streeft er naar om over een aantal jaren energieneutraal te produceren.
“Ons bedrijf heeft bestaansrecht dankzij de wisselwerking tussen natuur, mens en dier. Die balans is belangrijk. Wij moeten daarin een voorbeeld geven. Wij juichen het toe dat steeds meer bedrijven omschakelen naar biologisch en het contact met consumenten herstellen, want zij vragen naar een gezond product.”


Oordeel van de jury
De jury vindt dat de Lepelaar vanaf het begin een consistent uitgevoerde, sterke bedrijfsfilosofie en lange termijn visie heeft op de biologisch dynamische teelt. De ondernemers zijn echte voorlopers en voortrekkers van de sector, want zij laten zien dat deze teelttechniek tot goede resultaten leidt. Het gaat goed, want de schaalvergroting in deze sector is zeer bijzonder. Met hun visie brengen de ondernemers gedachten op gang in de reguliere tuinbouw. De voedingstuinbouw schuift steeds verder op in de richting van de biologische teelt en kan nog meer leren van de principes over rentmeesterschap: we moeten onze aarde goed achter laten voor de volgende generatie. Het bedrijf is sterk in samenwerking met andere biologische bedrijven en veredelingsbedrijven voor ‘beheersing van de kringloop’, maar ook binnen keurmerk Demeter. Dit alles om steeds verder te komen met de ontwikkeling van de biologisch-dynamische land- en tuinbouw.

De Lepelaar is voorgedragen door Bejo Zaden, ondersteund door Triodosbank en Stichting Demeter.

donderdag, januari 11, 2018

Tuinbouw Ondernemersprijs 2018


Royal Lemkes, Bleiswijk

Geen maximale winst, maar maximale impact

Royal Lemkes vormt een belangrijke schakel tussen sierteeltbedrijven en de grootschalige retail in Europa. Wie denkt dat het bedrijf puur gericht is op het behalen van maximale winst heeft het mis. De leiding wil met name impact maken naar hun medewerkers, hun klanten en binnen de samenleving. De missie is ‘duurzame groei’ van medewerkers, relaties en de wereld waarin Royal Lemkes opereert.

Zet een toegewijd ondernemer, een door de wol geverfde manager en een logistiek specialist bij elkaar en er ontstaat iets bijzonders. Grotere verschillen in persoonlijkheid en achtergrond kun je niet bedenken tussen het drietal dat leiding geeft aan Royal Lemkes. Het is dat ze werden geattendeerd op deelname aan de Tuinbouw Ondernemersprijs, want in hun aard zijn deze mensen bescheiden. “Maar wacht even, misschien is de tijd er wel rijp voor”, dachten ze.
In een paar jaar tijd heeft een professionaliseringsslag plaatsgevonden binnen het bedrijf dat planten en diensten aanbiedt aan de grootschalige retail in Europa. Er waait een fris briesje uit een nieuwe windrichting. “We zijn er nu klaar voor”, vinden Cees van der Meij, Michiel den Haan en Michiel van Veen, die trots zijn op hun Lemkes-familie. “We mogen het vieren dat we zover zijn gekomen, vooral voor onze mensen die het bedrijf dragen. Bovendien willen we graag anderen inspireren om ook bezield te ondernemen.”

Een stapje opzij
Edelman nam in 2007 koninklijk tuinbouwbedrijf Lemkes over, nadat zij jarenlang als goede buren het Bleiswijkse bedrijventerrein langs de A12 deelden. Eigenaar Van der Meij voerde daarna jarenlang de directie van het ontstane fusiebedrijf dat verder ging onder de naam Royal Lemkes. In 2015 benoemde hij een nieuwe directie en deed zelf een stapje opzij. “Het werd voor mij tijd om meer ruimte te maken om creatief en innovatief bezig te zijn, zowel zakelijk als maatschappelijk”, vertelt Van der Meij. Hij is dus vooral betrokken op strategisch vlak en adviseert daarnaast desgevraagd de directie op tactische onderwerpen.

’We hebben een groot hart en geloven in planten’


Algemeen directeur Michiel de Haan heeft een lange weg afgelegd als leidinggevende bij multinationals en grote winkelketens, eerst in Duitsland, later in Nederland. “Ik voel me beter op mijn plaats bij bedrijven waarvan de familie de aandelen in handen heeft, en die gericht zijn op de lange termijn.”
De jongste van de drie, Michiel van Veen, was jarenlang in dienst van Royal FloraHolland. Met zijn kennis van logistiek en ICT neemt hij de rol van operationeel directeur voor zijn rekening. “We streven elke dag naar Operational Excellence, waarbij de mensen op de vloer het verschil maken, onder andere doordat we werken met LEAN”, legt hij uit.

Transparante keten
Door de samensmelting is Royal Lemkes uitgegroeid tot een krachtige speler, een bedrijf dat in dertig landen voor twaalf retailketens (discount supermarkten, full-service supermarkten, doe-het-zelf, tuincentra en wonen) bijna 2.500 winkels belevert. Van Veen: “Het verschil in klanten is groot, maar ze profiteren allemaal van onze kennis van planten en een heel efficiënte supply chain. Ons doel is steeds om klanten te ontzorgen. Dat doen we zo transparant mogelijk en met een flexibel aanvullend dienstenpakket vanuit de visie van Customer Intimacy. We zijn de afgelopen twee jaar bij al onze klanten gegroeid.”
Het bedrijf heeft ook aandacht voor haar leveranciers, de productiebedrijven die er voor zorgen dat het assortiment compleet is. Dit gebeurt onder andere door de introductie van Supply Chain Finance. Deze werkwijze zorgt er voor dat de leveranciers zelf aan de knoppen van rekeningen zitten, direct betaald kunnen worden, en kosten uit de financiële supply chain kunnen reduceren.

Elke dag beter
Ondanks deze inspanningen blijft de bedrijfscultuur bescheiden. “Het is mooi om deze wapenfeiten te kunnen benoemen, maar geen reden om naast onze schoenen te lopen. Er is nog zoveel te verbeteren”, vindt De Haan.
Het bedrijf heeft de ambitie om fors verder te groeien, omdat de directie gelooft dat schaal er toe doet. Maar maximalisatie van de winst is niet het streven, juist de maximalisatie van impact voor collega’s, klanten, de branche en de wereld waarin het bedrijf opereert. Het motto daarbij is om ‘elke dag beter en efficiënter voor onze klanten’ te zijn, met als doel om de samenleving te vergroenen en de sector te verduurzamen. ‘Let’s plantify the future together’, ofwel “We hebben een groen hart en geloven in planten”, zoals De Haan uitlegt.

Stapsgewijs duurzamer
Het bedrijf heeft in de loop van de jaren stappen gezet om steeds duurzamer te opereren. In 1984 werd op de kwekerij al warmte opgeslagen in de bodem. In 2011 kreeg het dak van het pand in Bleiswijk 3.600 zonnepanelen, en werd daarmee het grootste dak van Nederland dat energie van de zon opvangt. Daarna volgden LED lampen en warmtepompen, waardoor de CO2 footprint is gehalveerd. Het overschot aan groene stroom wordt opgeslagen in een grote batterijcontainer en medewerkers kunnen thuis hun stroom van het dak van Lemkes ontvangen.


’Het is onze intentie om ons werk met bezieling te doen’


Het project ‘Aanvoerlogistiek’, waaraan Royal Lemkes deelneemt, bundelt het transport van planten naar distributiecentra, waardoor minder transportbewegingen nodig zijn en dus minder CO² vrijkomt. Ook wil het bedrijf de impact op biodiversiteit verkleinen. Het heeft daarvoor initiatief genomen om met collega’s Dutch Flower Group, Waterdrinker, Royal FloraHolland en Fleura Metz telers te inspireren en te helpen duurzamer te opereren.

Beste werkgever
De 200 medewerkers vormen het hart van het bedrijf. De Haan: “Duurzame groei is zeker ook gericht op onze mensen. Wij stimuleren dat zij persoonlijk kunnen groeien en daarbij zelf de verantwoordelijkheid nemen. Je kunt namelijk pas aan je relaties gaan werken als je zelf in balans bent.” Medewerkers kunnen externe opleidingen volgen, maar intern zijn er ook diverse programma’s voor persoonlijke groei.
Van der Meij vindt dit een belangrijke ontwikkeling die past binnen zijn overtuiging. “Als je je hart open durft te stellen ga je ook anders met elkaar om. Het is onze intentie om ons werk met bezieling te doen. Dat is belangrijk en zo maak je het onderscheid. Wie goed doet, goed ontmoet.”
In oktober ontving Royal Lemkes het predicaat ‘Beste werkgever 2017-2018’, gekozen door werknemers. Zij gaven het bedrijf een 8,5 voor medewerkersbetrokkenheid. “Wij zijn hier ontzettend trots op, veel meer nog dan welke waardering ook.”

Oordeel van de jury
De jury vindt dat de ondernemers initiatief nemen en hun verantwoordelijkheid tonen voor veel projecten die het bedrijf en de keten duurzamer maken. Royal Lemkes stimuleert het clusteren van groepsvervoer per regio waardoor minder vervoersbewegingen ontstaan. Royal Lemkes gaat duurzame relaties aan met hun leveranciers en klanten. Daarnaast beperkt het bedrijf haar eigen footprint en levert opgewekte zonne-energie aan het personeel. Uniek is het personeelsbeleid, waarbij het uitgangspunt is dat zij en hun omgeving centraal staan. Vanuit die positie kan het bedrijf samen met haar medewerkers zorgen voor haar klanten. Royal Lemkes heeft een goed samengesteld managementteam, met ieder hun eigen expertise. Het heeft een sterke bedrijfsidentiteit en heeft een voorbeeldfunctie voor de sector.




dinsdag, januari 09, 2018

Ondernemerschap



Tien jaar Thanet Earth en de naderende Brexit
‘Niet bang zijn om onverwachte strategische zetten te doen’

Glastuinbouwbedrijven met expansiedrift zullen in de toekomst vaker kiezen voor een buitenlandse locatie in de buurt van hun directe afzetmarkt. Thanet Earth in het Verenigd Koninkrijk is een antwoord op de vraag naar ‘British produced’. Tien jaar na dato is het bedrijf succesvol gegroeid dankzij de intensieve samenwerking tussen Nederlandse telers en een Engelse handelspartij. ‘Zo’n alliantie werkt’, vertellen de initiatiefnemers.

Engeland is altijd een belangrijk afzetland geweest voor Nederlandse glasgroenten. Het begon in de crisisjaren van de vorige eeuw met export van tomaten vanuit het Westland en het groeide uit tot intensieve contacten tussen teeltbedrijven, handel en Engelse retailers.

Over de grens telen
Telen aan de overkant van het kanaal, op een plaats dichtbij de afzetmarkt, was de volgende zet op het schaakbord. Nederlandse telers namen de gezamenlijk de stap om het glastuinbouwbedrijf Thanet Earth te bouwen. Zij speelden daarmee in op de ‘local for local’ trend, omdat Engelse consumenten graag Brits product kopen. De eerste locaties waren nauwelijks in productie toen de bankencrisis uitbrak, maar het bedrijf wist zich goed te ontplooien. Inmiddels tien jaar later is het zesde bedrijf in aanbouw en is het in areaal verdubbeld. Het gaat eigenlijk heel goed met het modernste glastuinbouwbedrijf van Groot Brittannië.

maandag, januari 08, 2018

Ondernemerschap

Het hele directieteam van AgroCare. Van links naar rechts: Nic van Roosmalen, Marco Zuidgeest, 
Kees van Veen, Ad van Kester, Philip van Antwerpen, Bas Eilander en Paul Grootscholten


Eén jaar na de fusie tussen Agro Care en Kesgro

‘Groei is nodig om je mensen kansen en uitdagingen te bieden’

De fusie tussen Agro Care en Kesgro was geen hele grote verassing. De bedrijven werkten al op veel punten samen. Juist die samenwerking vormt nu de basis voor een evenwichtige cultuur binnen het nieuwe bedrijf. Een jaar later zijn de jeugdvrienden Philip van Antwerpen en Kees van Veen zichtbaar tevreden. “Als je allemaal graag wilt, verloopt zo’n samensmelting vlot.”

“We hebben allebei het vak geleerd bij Jos Looije van Looye Kwekers.” Philip van Antwerpen en Kees van Veen kijken elkaar lachend aan. Ze waren jong, net van school, met veel, heel veel ambitie en respect voor hun leermeester. Meer dan twintig jaar later kijken ze vanuit hun kantoor over de kasdekken van het Westland. Beneden in de hal van Greenpack gaat het sorteren en verwerken van hun tomaten en de producten van nog drie grote vruchtgroentebedrijven continu door.
Heel erg veranderd lijken ze niet. Toch lijkt Philip, die net terug is uit Tunesië, nu pas te beseffen wat er in die vijfentwintig jaar is gebeurd. Toen keek hij met groot respect op tegen toonaangevende tomatentelers. Nu is Agro Care onderdeel van die groep.

vrijdag, januari 05, 2018

Interview

Agnes van Ardenne één jaar voorzitter van Naktuinbouw




‘Zoeken naar consensus, dat is
 mijn manier van werken’





Een jaar na het aantreden van voorzitter Agnes van Ardenne waait er een fleurige frisse wind door het pand van Naktuinbouw als haar snelle hakjes door de gangen tikken. Met een flinke zwaai aan de deurknop valt ze met de deur in huis. Deze omgeving past haar als een jas. “Het is gewoon als thuiskomen”, zegt ze met een glimlach.


“Dat ik voor deze functie ben gevraagd is bijzonder.” Aan het woord is Agnes van Ardenne, die in januari 2017 Henk Lange opvolgde als voorzitter van Naktuinbouw. Bevlogen vertelt zij over de nationale en internationale ontwikkelingen van de tuinbouw en de rol die de keuringsdienst daarin kan vervullen.
Geboren als Westlandse tuindersdochter werkte zij zich met een gezonde dosis goed verstand op tot staatssecretaris en minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Na haar politieke carrière was zij Permanent Vertegenwoordiger van Nederland bij de Wereldvoedselorganisatie FAO in Rome. Bijna vier jaar leidde zij het Productschap Tuinbouw, onder andere door de woelige periode van de EHEC crisis, naar de afbouw van het schap. Sinds kort heeft ze ook de taak van waarnemend burgemeester van de gemeente Westland op zich genomen. Het ontbreekt haar niet aan energie en een flinke dosis doorzettingsvermogen.

donderdag, november 30, 2017

LED



Led's in the picture

De roze gloed van Led's valt op. Twee dagen geleden schreef het Algemeen Dagblad nog over 'Het nieuwe 'Westerlicht' of een groot bordeel?' Vandaag trokken de Led's van Koppert Cress de aandacht in The New York Times, ter aankondiging van een tentoonstelling van Rem Koolhaas in het Guggenheim. Met mijn foto. Top!


woensdag, november 29, 2017

Calla op substraat


John Vis schakelt over van vollegrond naar substraat
‘Hoe je deze teelt precies in de vingers krijgt is nog niet bekend’

Overschakelen van vollegrond naar substraatteelt calla’s heeft letterlijk veel voeten in aarde. Maar als het goed lukt zit er een teeltversnelling in en gaat het werkplezier er flink op vooruit. Desondanks is het aftasten hoe de planten reageren op het beperkte substraatvolume. “Het is een grote overgang in het aansturen van de teelt”, vindt John Vis.

Het is hartje zomer. Bij VisCalla in Almere staat een tractor op het pad die het oude gewas met gronddoeken uit de kap naar voren trekt. De heftruck rijdt af en aan. De eerste grondteelt van dit jaar zit er op. Verderop in de kas staat een volwassen gewas in containers op stellingen. “Het is een systeem dat ook bij gerbera’s wordt gebruikt. We hebben de kas op afschot laten egaliseren en zelf de stellingen geplaatst”, vertelt teler John Vis.

Eerste proef
Hij ging niet over één nacht ijs bij deze verandering. Een jaar geleden startte hij eerst een proef van een paar kappen, waarbij de planten op stellingen staan. Langzaamaan breidt het systeem zich uit over zijn hele bedrijf. Hij is nu ongeveer op de helft. Aanleiding voor deze stap is het gevoel dat de grond (zware zavel/klei) na veertien jaar calla’s telen wat uitgeput raakt. Op substraat telen maakt bovendien meerdere handelingen overbodig of lichter, zoals het steeds terugkerende stomen en het diep bukken bij de oogst.
Er zijn meer callatelers die op substraat telen. Populair is de witte 23 liter substraatbak waar meerdere planten naast elkaar staan. “Dat wilde ik niet”, legt hij uit. “Calla is gevoelig voor Erwinia. Als één plant is aangetast kan deze de andere planten besmetten.” Dus koos hij voor een 3 liter container, waar één (knolmaat >20) of twee knollen (knolmaat 14) in staan, die hij makkelijk kan verenkelen als er een plant uitvalt.