donderdag, april 17, 2014

Tulpen sorteren



Karel Bolbloemen heeft inmiddels vier tulpenbosmachines
‘Volautomatisch sorteren en bossen verbetert kwaliteit eindproduct’

Op juiste rijpheid oogsten, snel verwerken, mooi en gelijk sorteren en kort bewaren, passen in de bedrijfsfilosofie van Bert Karel. Hij broeit al jarenlang tulpen voor de Engelse markt. Een markt die hoge eisen stelt aan kwaliteit. Met de komst van meerdere bosmachines heeft de broeier zijn kwaliteit kunnen ‘upgraden’. Voorlopig is hij even klaar met investeren, tenzij er een machine komt die meerdere kleuren tegelijk kan verwerken.

Een blauwe lucht met witte wolken. Dan toont West-Friesland zich in het voorjaar op z’n mooist. Bij Karel Bolbloemen in Bovenkarspel is het hoogseizoen. In twee hallen staan in totaal vier Bercomex tulpenbosmachines op volle toeren te draaien. In de ene hal zijn dat twee nieuwe machines, in de andere hal de eerste grote machine uit 2012 en een compactere ernaast.
Iedere machine draait met een capaciteit van 100.000 stelen per dag. Bert Karel en zijn medewerkers kunnen nu dus 400.000 tulpen bossen als de machines op een hoge capaciteit draaien. Maar daar is het hem niet alleen om te doen, verzekert de ondernemer. Hij wil vooral een mooi, gelijk eindproduct.

donderdag, april 10, 2014

TEDx Binnenhof



TEDx Binnenhof ‘Global Chalenges, Dutch Solutions’
‘Over de muur kijken kan de glastuinbouw inspireren’

Je bent slim, hebt een leuke carrière en je hebt een idee dat je met de hele wereld wilt delen. Dat is de achterliggende motivatie om een gooi te doen naar een plaats op het podium van TEDx. Duurzame land- en tuinbouw, voedselveiligheid, schone energie en klimaatverbetering passeren allen de revue. De ideeën zijn soms toekomstmuziek, maar kunnen wel degelijk betekenis hebben voor glastuinbouwondernemers. Als je het wilt zien.

Bijna twee jaar geleden mocht Rob Baan van Koppert Cress het podium beklimmen van het eerste TEDx Binnenhof evenement, waar hij een pleidooi hield voor de groene apotheek die mensen gezond kan houden. Dit jaar was er geen vertegenwoordiging vanuit de tuinbouw, maar dat maakte het evenement niet minder interessant. Een keur aan sprekers bracht nieuwe ideeën naar voren die ook de tuinbouw kunnen inspireren. Mits je er natuurlijk oog voor hebt en vertaalslagen kunt maken naar het glastuinbouwbedrijf van de toekomst. Misschien gaan we in Nederland geen tomaten plukken, maar planten telen om ze te ‘melken’. Of misschien produceren de gewassen wel genoeg elektriciteit om huizen te verwarmen. Toekomstmuziek? Wellicht. Maar toch iets om rekening mee te houden.

dinsdag, april 01, 2014

Plantsoen



Schoffelaars

“Ze houden het ook niet echt bij, die mannen van de plantsoenendienst’, zegt een mevrouw die langs loopt en even stil blijft staan. Ze kijkt vertwijfelt naar me. Ik heb namelijk een schoffeltik. Als ik veel onkruid zie groeien, dan hoor ik de stem van mijn vader: “In het voorjaar moet je veel schoffelen, meissie. Dan groeit onkruid het hardst. En toevallig ligt er een flink plantsoen naast mijn huis, waar de brandnetels razendsnel opschieten. Pavlof effect. Ik kan het niet laten.

Tussen het onkruid vind ik frisdrankblikjes en plastic zakjes. Langs de randen hondendrollen groot en klein. Verdraaid, het is hier een soort honden uitlaatstrook geworden. Jammer, jammer, en ik schoffel door. Impulsief als ik ben komt er een plan in mij op.

“Geachte mevrouw, mijnheer,

Zoals u kunt zien ligt mijn huis naast een driehoekig stuk plantsoen. Vlak voordat ik het huis kocht is dit stukje gesnoeid en regelmatig zie ik medewerkers van de gemeente langs de randen schoffelen. Toch blijft het een slecht ingericht wild stukje groen, met zwerfvuil, kantbrandnetels en ander onkruid.
Mijn voorstel aan uw is het volgende: ik vind het leuk en prettig om dit stukje plantsoen (vrijwillig) netjes op orde te houden, al was het alleen maar om even lekker buiten te werken. Ik zou het bijzonder fijn vinden om in overleg met u wat veranderingen aan te brengen zoals aanbrengen van wat natuurlijke beplanting, siergrassen, etc..
Dagelijks lopen heel veel mensen met hun hond langs dit groen te wandelen (en laten ook veelvuldig hun hond tussen de struiken poepen). Als dit puntje wat beter is ingericht en ook netjes wordt bijgehouden denk ik dat dit bijdraagt aan het plezier van heel veel mensen in de wijk. Bovendien verwacht ik ook dat mensen het wat minder als uitlaatstrook zien of vuil tussen de struiken gooien. Misschien kan zo'n experiment ook andere bewoners uitdagen om samen met de gemeente het openbaar groen te onderhouden. Graag verneem ik of jullie open staan voor het uitwerken van dit idee.”

De mail is verzonden voordat ik er lang over heb nagedacht. Ik heb geen al te hoge verwachtingen, maar na twee dagen zit er al een antwoord in mijn mailbox:

“Geachte mevrouw van Velden,

Bedankt voor uw bericht. Als gemeente staan we zeer positief tegenover zelfbeheer van groen door bewoners. Ik kom graag even bij u langs om de mogelijkheden en onmogelijkheden met u te bespreken.”

Dat is gaaf, bedenk ik. Plannen heb ik genoeg. Maar voordat ik aan tafel schuif met de gemeenteman vraag ik me af of er in Voorschoten meer mensen rond lopen die mee willen denken over het openbaar groen. Een landschapsarchitect of andere enthousiaste schoffelaars. Dus wie iets wil toevoegen aan deze discussie is welkom.

dinsdag, maart 18, 2014

KOM IN DE KAS

Voor de Kom in de Kas special van Onder Glas schreef ik het volgende opwarmertje. Al jaar en dag is de landelijke open dag Kom in de Kas een enorme publiekstrekker. Ieder jaar ligt het evenement onder vuur. Is dit nu wel of niet een goede manier om de tuinbouw op de kaart te zetten? Er zijn voor- en tegenstanders. Feit is dat de tuinbouw in al die jaren nog geen evenement heeft weten te organiseren dat zo veel free publicity krijgt in alle media. 



Bestuur Kom in de Kas meer dan strijdbaar:
‘Kom in de Kas vraagt creatieve aanpak, maar beloning is onbetaalbaar’

Kom in de Kas staat weer voor de deur. Op 5 en 6 april openen vele telers verspreid over het hele land de deuren voor het publiek. De organisatie achter het evenement moet ieder jaar met iets minder geld rond komen. Dat vraagt een creatieve aanpak. De beloning is echter onbetaalbaar. Verbaasde gezichten en verwondering over de complexe techniek.

Aad van der Wilt, voorzitter van het landelijk bestuur, houdt de schuurdeur open, vergezeld door zijn kwispelende viervoeter Rambo. Voor de vierde maal is de gerberateler voortrekker van het meest populaire tuinbouwevenement Kom in de Kas. Ook in zijn regio is hij actief. “Als ik ermee stop, stopt het hier in Mijdrecht.” Daarmee geeft hij aan hoe moeilijk het is om telers te motiveren hun beste beentje voor te zetten. De economische omstandigheden zijn nu eenmaal niet florissant en dat stemt ondernemers niet vrolijk. Om begin april je paadje letterlijk weer schoon te hebben geveegd lijkt ineens een grote opgave te zijn.
Is het eenmaal zover en het publiek stroomt weer in groten getale binnen, dan slaat de stemming om. Op zo’n moment blijkt weer aan de vele vragen van het publiek dat het, juist in deze tijd van kritische geluiden, meer dan nodig is om in contact te treden met je eindafnemers en hun gezinnen.

maandag, maart 17, 2014

Pioniers of vroege volgers




Buurma onderzoekt groei in Het Nieuwe Telen
‘Ontwikkeling zet pas door als de ondernemer er vertrouwen in krijgt’

Bent u een pionier of een vroege volger? En welke argumenten halen u over de streep om in Het Nieuwe Telen te investeren? Onderzoeker Jan Buurma legde deze vraag voor aan telers die oprecht geïnteresseerd zijn in HNT en concludeert dat deze ondernemers pas toehappen als het onderzoek een antwoord geeft op hun basisvragen. Daar is meer voor nodig dan techniek ontwikkelen.

Tien jaar na de introductie van de term Het Nieuwe Telen (HNT) zijn talloze onderzoeksprojecten uitgevoerd om aan dit begrip invulling te geven. Hoewel het volgens het programma Kas als Energiebron technisch inmiddels mogelijk is om 30 tot 40 procent te besparen op energie, is slechts een aantal pioniers aan de slag gegaan met de beschikbaar gekomen nieuwe technieken. De vroege volgers nemen een afwachtende houding aan. Weliswaar kampt de glastuinbouw nog steeds met de gevolgen van de economische wending, maar dat blijkt niet de enige reden om terughoudend te zijn bij investeringen. LEI-onderzoeker Jan Buurma en zijn collega’s bestudeerden dit fenomeen en hij legt de vinger op de gevoelige plek. Is er eigenlijk wel goed geluisterd naar ondernemers?

zondag, maart 16, 2014

Enegie



Van der Hoorn over zeven jaar ‘Kas zonder Gas’:
‘Als ik opnieuw zou beginnen, koos ik 
voor dezelfde opzet’

In 2006 bouwde Maurice van der Hoorn de eerste kas zonder gas. Zeven jaar later is hij nog steeds enthousiast en heeft hij door voortschrijdend inzicht wat verbeteringen doorgevoerd. De phalaenopsisteelt leent zich goed voor een verwarmings- en koelsysteem met een warmtepomp.

Je hebt telers die bij nieuwbouw kiezen voor een concept op basis van jarenlange ervaring en je hebt pioniers die een uitdaging zoeken. Maurice van der Hoorn is zo’n pionier, hoewel dat geen streven op zich is. “Ik heb altijd belangstelling gehad voor techniek. Op ons oude bedrijf zag ik hoeveel energie er nodig was voor verwarmen en koelen. Die twee wilde ik combineren om energie te besparen”, vertelt hij. Samen met Gerard Peek van Van Zaal werkte hij zijn idee op basis van een warmtepomp uit. Het resultaat was de eerste kas zonder gas, een project dat destijds volop in de publiciteit kwam.

donderdag, februari 13, 2014

Biologisch dynamisch



André en René Poldervaart  over biologische teelt:
‘Je moet sterke zenuwen hebben, maar ieder jaar groeit het beter’

Strakke rijen planten, kaarsrechte paden bedekt met houtsnippers en netjes geschoffelde aarde. Het teelbedrijf van de familie Poldervaart ligt klaar voor het nieuwe seizoen. Vlak onder het teeltoppervlak krioelt het van de beestjes, schimmels en bacteriën die wortels aanvallen of juist sterker maken. Biologisch telen is een missie, maar vooral een vak dat veel ervaring vraagt.

“Als je hier ’s nachts door de tuin loopt met een zaklamp dan krioelt het van de pissebedden. Kun je daar niet tegen, dan slaap je niet meer”, zegt André Poldervaart met doordringende blik. Wie het technisch zeer modern uitgeruste bedrijf van vader André en zoon René nietsvermoedend binnen stapt, zal verbaasd opkijken van de biodiversiteit in de kassen. Tussen de houtsnippers van populieren wemelt het van de beestjes. Soms schadelijk voor de planten, meestal behulpzaam bij het opruimen van bladeren die op de grond vallen. Maar het meest treffende is de geur van het jonge paprikagewas, komkommers en de tomaten die nog naast het plantgat staan. Het ruikt groen en groeizaam.
Poldervaart heeft leren leven met de grillen van de biologisch dynamische teelt, hoewel de omschakeling in 1999 niet eenvoudig is verlopen. “Ik ben groot geworden met chemische bestrijding. Dan is het verschrikkelijk moeilijk om te zien hoe snel planten kunnen worden aangetast door luis of witte vlieg. We hebben echt wel momenten gehad dat er alleen nog paprika’s aan een plant hingen en dat al het blad was afgevallen. En toch komt het na verloop van tijd weer goed. Maar om dat vertrouwen te krijgen duurt wel even.”

donderdag, februari 06, 2014

Rozen



Ed en Marc Sassen toveren met rozen

‘We zijn er achter gekomen dat we eigenlijk geen telers zijn’


De pure en natuurlijke uitstraling van rozen staat in contrast met verven en waxen van deze mooie bloemen, vinden velen. Die mening kan veranderen als je de rozen van Ed en Marc Sassen onder ogen krijgt. Met mooie namen als Frostwax, Sugar, Glitter, Satin, Snowy, Marshmallow en Bling Bling prijzen zij verschillende behandelmethoden aan, die de verbluffend mooie rozen een extra dimensie geven. Het uit nood geboren idee is de status van kitsch allang ontstegen. 

“Waarom zou je je geliefde een rode roos geven met Valentijnsdag”, vindt Marc Sassen van VIP Roses. Hij houdt als alternatief een witte Avalanche omhoog met een zachtroze bepoederde kern en daarin een hartje gestoken. Dit is het resultaat van een jarenlange zoektocht naar behandelmethoden, vakkundig uitgevoerd met de juiste stoffen die bloemen een echte meerwaarde meegeven. “We houden het natuurlijke bloeiproces niet tegen”, vertelt hij. “Deze rozen zijn net zo lang houdbaar als iedere onbehandelde roos. Tijdens de bloeiperiode veranderen ze steeds van karakter.”


Jaarrond en seizoen
Marc en Ed Sassen begonnen ooit op het ouderlijke bedrijf van 1 ha in Ter Aar, puur als rozentelers. In 1995 kochten ze een bedrijf in Nieuwveen en later het bedrijf van de buren, waar ze nu jaarrond rozen telen.

zondag, december 22, 2013

Verbouwen



Terras leggen, girrrlpowerrrr!

Mooi hoor, zo’n seventies-huis, maar de oranje tegeltjes en schrootjes binnen verraden eigenlijk al dat er ook grindtegels in de achtertuin liggen. Oerlelijk en groen begroeid. En zoals velen voor mij hebben ervaren is na de immense verbouwing mijn portemonnaie leeg. Geen knappe, handige Lodewijk achter de hand, noch een ander manspersoon. Hoe los je zoiets op?

Als vrouw alleen dacht ik dat het me never nooit zou lukken om de achtertuin weer op orde te krijgen. Immer ziek, zwak en misselijk en bovendien een giga-verbouwingsklus achter de rug zonk de moed me in de schoenen. Maar wie niet sterk is moet slim zijn en oude tegels hebben ook hun charme. Zo toog ik naar de plaatselijke tuinmaterialenhandel en vond achter op het terrein een halve pallet rode waaltjes, die ik voor een habbekrats kon kopen. Heel vriendelijk werden deze voor mijn huis gezet, samen met een berg zand.

Iedere dag een uurtje buffelen, dacht ik. Eerst maar eens een pad uitgraven. Daarmee begon de ellende al. Een oude boom in de achtertuin had vrolijk mijn hele tuin bezet met zijn wortels. Dat was hakken, bikken en zagen, maar het lukte. Het duurde weliswaar een paar dagen, maar de aanhouder wint. Daarna verplaatste ik met een kruiwagen alle grond van de ene kant van de tuin naar de andere kant en het zand van de voorkant naar de achtenkant van mijn huis. Met flinke pauzes ertussen om bij te komen. In jaren niet zoveel spierpijn gehad.

Tegelijkertijd kwam de lokale Overheid ook op het idee de stoepen te renoveren, dus werd ik nieuwsgierig gadegeslagen door een paar rasechte, getatoeëerde stratenmakers. Een blik van verstandhouding en wij begrepen elkaar al snel. Ik toonde mijn oprechte bewondering voor de enorme oppervlakte stoep die zij vakkundig waterpas legden, terwijl ik ondertussen mijn grindtegels stuk voor stuk omdraaide. Wij voerden dialogen over iets aflopende zandbedden en aan twee kanten van de schutting zongen we mee op de Top 40. Gul doneerden zij een kruiwagen brekerzand en ik gaf hen het zand dat ik teveel bestelde. Vriendelijk ruimden ze de hoop op waar ik eigenlijk geen raad mee wist. Ik kreeg er steeds meer plezier in.

Hoogtepunt was ongetwijfeld de klinkerknipper, die ik bij de bouwmarkt huurde. Wat een ongemeen zwaar kreng was dat. Ik, hulpeloze vrouw, kreeg het voor elkaar dat de bouwmarktmannen het gevaarte netjes in mijn auto ploften en een buurman was weer zo vriendelijk om zijn spierballen te laten rollen. Heerlijk dat mannen zo graag laten zien hoe sterk ze zijn. Verbeeld ik me het nu, of kunnen ze het wel waarderen dat ik in ieder geval probeer lastige ‘mannenklussen’ aan te pakken?

Het duurde een week, maar het lukte toch uiteindelijk om een redelijk recht terras te leggen. Nog nooit zoveel voldoening gehad als ik iedere morgen naar het kippenhok loop om de dames te voederen. Dus aan iedere vrouw met een gruwelijk lelijk achtertuintje zou ik willen zeggen: niet je man vragend aankijken, jij kunt dit ook. Girrrlpowerrrr! O ja, nog afgevallen ook. Dat willen wij vrouwen toch allemaal?





vrijdag, december 20, 2013

Dokument



Tuinbouwdocument

De bankencrisis heeft in de glastuinbouw een vliegwiel op gang gebracht dat processen versnelt. Voor je het weet zijn dingen gebeurd en alweer vergeten.

De crisis in de tuinbouw versnelt een aantal processen. Steeds meer ondernemers zetten al dan niet vrijwillig een punt achter hun eigen bedrijf om hun geluk elders te beproeven. Anderen nemen hun bedrijf over en kiezen voor schaalvergroting, in de hoop om –soms kostprijs gedreven- een goed belegde boterham te verdienen. Weer een andere groep zoekt het niet in schaalvergroting, maar in specialisatie. Zij proberen op dezelfde vierkante meters onderscheid te maken of waarde toe te voegen. Iedereen is zoekende naar een rol die hem of haar past, alleen gaat het allemaal wat sneller dan voorheen.
Keuzes en beslissingen. Daar zitten gecompliceerde persoonlijke verhalen achter, waarbij het in de tuinbouw relatief om veel familiebedrijven gaat. Die beslissingen zijn bijna altijd ingrijpend en hebben verstrekkende gevolgen voor hele families.

Hart en ziel
Wie mijn weblogs met enige regelmaat leest weet dat ik al zo’n vier, vijf jaar kanttekeningen plaats bij ontwikkelingen in de (glas)tuinbouw om mensen aan het denken te zetten. 
Als vervolg daarop zou ik graag tijd ter beschikking stellen om een paar tuinbouwfamilies voor een langere periode te volgen op basis van wederzijds vertrouwen. Hun verhalen opschrijven en vastleggen in een tuinbouwdocument. Starten, stoppen, vergroten, consolideren, specialiseren, innoveren, nieuwe wegen in slaan, verduurzamen; het zijn thema’s die niet alleen mij interesseren, maar heel veel mensen in de samenleving. Ik wil graag dit proces inzichtelijk maken aan de hand van portretten en beelden van mensen die hun hart en ziel verpand hebben aan dit mooie vak en trots zijn op wat zij doen. Mijn uiteindelijke doel is om te onderzoeken en tot uitdrukking te brengen wat dit tijdsgewricht betekent voor de Nederlandse glastuinbouw en de kansen die er liggen voor de toekomst.

Tips
Ik zoek ondernemers, jong en oud, die bereid zijn hun verhaal op te laten tekenen. Tips waar ik achter aan moet gaan, met een motivatie waarom. Ik zoek ook bedrijven en organisaties die me helpen om dit project te realiseren, door me te ondersteunen met goede raad.

Pieternel van Velden

Kids Marketing




Consumptie van groenten en fruit stimuleren bij kinderen
Maak de beleving vooral leuk, 
spannend en lekker’

Hoe haal je kinderen over gezonder te eten? Het ene onderzoek spreekt het andere tegen. Gezonde voeding moet vooral lekker smaken en ouders kunnen hun kinderen het beste van jongs af aan leren gevarieerd te eten, is de gemene deler. Tomatenteler Roel de Bakker fietst met kinderen van kas naar kas. Als vader van zo’n stel weet hij dat je zo’n beleving gewoon leuk moet maken.

“Je treft het”, zegt Roel de Bakker. “Mijn vader heeft vanmorgen een badeend tussen de tomaten gevonden.” Hij steekt een enorme vleestomaat naar voren, die verdacht veel op een eendje lijkt. “Kijk, zo moet je dat aan kinderen vertellen”, legt hij uit. “Interesse wekken, spannend maken.”
Roel heeft samen met zijn broer Bart 6 ha trostomaten in Kwintsheul. Vader Frans, die al jaren met pensioen is, biedt nog steeds hand- en spandiensten op het bedrijf. Boven de bedrijfsruimte staan zo’n dertig spinningfietsen voor B2B-activiteiten en beneden een hal vol fietsen met een ‘bakkie’. Hoe kan het anders? Als je ene opa fietsenmaker was en de ander tuinder, dan krijg je vanzelf een tomatenteler met een hardnekkige fietsverslaving.

 ‘Bakkie Fietsen’
Sinds een aantal jaren is De Bakker bekend van ‘Bakkie Fietsen’. Groepen kunnen bij hem fietsen huren met een bakkie voorop. Daarmee fietsen ze, met of zonder gids, langs tuinbouwbedrijven waar ze verse groenten en bloemen kunnen verzamelen. In combinatie met andere activiteiten kunnen zij dit uitbreiden tot een compleet familie- of bedrijfsuitje.
Het idee ontstond spontaan na de nieuwbouw in 2006, toen de teler tien transportfietsen voor het bedrijf aanschafte en daarmee met wat vrienden en familie buiten het bedrijf op stap ging. Inmiddels is ‘Bakkie Fietsen’ goed aangeslagen en opgenomen in allerlei activiteitenprogramma’s en ontvangt De Bakker veel groepen op zijn bedrijf.

Ook voor jeugd
Zoiets zou ook leuk en nuttig zijn voor kinderen, vond hij. Dus startte hij met ‘Jeugd Bakkie Fietsen’, voor kinderen vanaf tien, elf jaar. Een leeftijd waarop je ze ook goed iets kunt uitleggen over de tuinbouw en wat er in die kassen gebeurt. Samen met een teler stappen leerlingen op de fiets en brengen ze een bezoek aan verschillende bedrijven in het Westland. De Bakker: “De helft van de kinderen die hier komt is nog nooit in een kas geweest en sommigen reageren echt verbaasd over wat er achter de gevel gebeurt.”
Samen met zijn collega’s van Prominent, de afdeling Natuur- en Milieueducatie (NME) van de gemeente Den Haag, GGD Den Haag, De Braadslee en plantenkwekerij Vreugdenhil heeft de teler het educatieprogramma FETfit ontwikkeld. FETfit (fietsen, eten en tuinbouw) is een educatieprogramma om kinderen al jong en op speelse wijze kennis te laten maken met gezonde voeding en ze stimuleren meer te bewegen. De officiële aftrap was op 2 oktober 2013 door de Haagse en Westlandse wethouders van Onderwijs Ingrid van Engelshoven en Marga de Goeij.

FETfit
Het programma bestaat uit meerdere bouwstenen voor basisscholen. ‘Jeugd Bakkie Fietsen’ is een belangrijk onderdeel daarvan. Daarnaast kunnen scholen een groentekist of een komkommerplant voor de klas bestellen en een kookworkshop doen. Tot slot is er door Prominent lesmateriaal over de tuinbouw gemaakt voor het digitale schoolbord en zijn er tuinbouwlessen beschikbaar via NME.
De Bakker ontvangt nu schoolklassen op zijn bedrijf en vertelt over tomaten en de tuinbouw. “Ik wil de kinderen graag bewust maken waar hun eten vandaan komt en ze interesseren voor dit mooie vak. Misschien komen ze zelfs op het idee dat ze later in de tuinbouw willen werken.” Inmiddels zijn al heel wat Haagse schoolklassen op bezoek geweest in Kwintsheul en het programma begint echt aan te slaan. “Ik hoop het idee nu verder uit te rollen en het FETfit-programma ook in het Westland zelf verder aan te laten slaan.”
Ondertussen denkt hij ook na om zijn bedrijf meer geschikt te maken voor bezoekers, waarbij de nadruk ligt op bedrijfshygiëne. Dus mensen volop laten genieten, zonder dat zij per ongeluk met het gewas in aanraking komen.

Overgewicht
In 2010/2012 had 15% van alle kinderen en jongeren tussen 2 en 25 jaar overgewicht. Bij 3% was er zelfs sprake van ernstig overgewicht. Naarmate het inkomen in het huishouden lager is, neemt het percentage overgewicht toe (Bron: CBS). Het Convenant Overgewicht, tegenwoordig het Convenant Gezond Gewicht genoemd, heeft het bewustzijn voor dit groeiende probleem vergroot. De NNGB (Nederlandse Norm Gezond Bewegen) is aan het stijgen en ook de fitnorm bij pubers neemt toe. Scholen hebben tegenwoordig een groter aanbod van activiteiten en met name het voortgezet onderwijs legt de nadruk op een gezond assortiment in de schoolkantine.

Geldstroom droogt op
Het GroentenFruit Bureau heeft de afgelopen jaren veel energie gestoken om jonge mensen meer groenten en fruit te laten eten ter bevordering van een gezonde leefstijl, maar helaas komen veel campagnes stil te liggen door opdrogende geldstromen.
Marja Slagmoolen legt bijvoorbeeld de nadruk op de inmiddels gestopte 2x2 campagne (2 ons groenten en 2 keer fruit, elke dag). “Kinderen zijn in het gezin belangrijke beslissers wat er ’s avonds op tafel komt. Als zij steeds meer belangstelling krijgen voor een gezonde leefstijl, dan trekken ze het hele gezin mee. Andersom vervullen de ouders een belangrijk voorbeeldfunctie.” Alleen het woord ‘gezond’ is voor kinderen geen overtuigend begrip. Belangrijk is dat de maaltijd lekker is en gezellig.
Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de schoolkantines, weet zij. Uit onderzoek onder schoolkantines van twintig scholen in Eindhoven (Voedingscentrum) blijkt dat leerlingen eigenlijk niet vanwege het assortiment buiten school gaan eten. Ook niet als dit gezonder is gemaakt. Ze hebben de neiging om buiten de school te gaan snacken als de schoolkantine ongezellig is. Dus als scholen veel aandacht besteden aan de sfeer in de kantine kan dit meehelpen een gezond eetpatroon te ontwikkelen. Het is een opvallend gegeven dat extra aandacht vraagt. Kinderen laten zich niet voor de gek houden. Ze willen gewoon een gezellige omgeving waar het eten lekker smaakt.

Voorlichtingsmateriaal
Het is een onzekere tijd voor de promotie van groenten en fruit. Zo maakte het GroentenFruit Bureau een speciaal doe-boekje voor ouders met jonge kinderen, verspreid via onder andere consultatiebureaus en GGD’s. Inmiddels zijn er 600.000 exemplaren verspreid en er blijkt veel vraag te zijn naar goed voorlichtingsmateriaal voor jonge moeders. Helaas ontbreekt het geld om ermee door te gaan. “Veel van onze activiteiten verdwijnen vooralsnog in de la. Dat is jammer”, legt Slagmoolen uit.

Nationaal voedingsdebat
Begin november is voor het eerst het Nationaal Voedingsdebat gehouden in Poeldijk. De INVD (Initiatiefgroep Nationaal Voedingsdebat) bestaat uit Rob Baan (Koppert Cress), Mart Valstar (Best Fresh Group), Arne Weverling (Gemeente Westland), Maurice Wubben (Str3tch) en Janke van der Zaag (Phoenix Interactive Partners). De eerste dag was vooral bedoeld om het belang van gezonder eten te onderstrepen. Geen passieve bijeenkomst, want de aanwezigen mochten de lezingen aanhoren, terwijl ze op de spinningfietsen van Roel de Bakker rondjes draaiden.
De tweede dag was voor de jeugd. Op de groentemarkt mochten zij vooral proeven en praten met tuinders. Voor de kinderen was er een kookwedstrijd onder leiding van televisiekok Julius Jaspers. De YFM (Youth Food Movement) ging in discussie over voedselverspilling in de vorm van een ketenspel.
Alles aan deze twee dagen ademde een verlangen naar gezond oud worden zonder chronische ziekten, mede door het eten van groenten en fruit. Voor de kleintjes gebeurde dit op speelse wijze en voor de volwassenen door pittige lezingen.

Opmaat discussie
Het voedingsdebat is een mooie opmaat voor een discussie die de tuinbouw kan gaan voeren met allerlei geledingen, zoals artsen, diëtisten, politici en zorgverzekeraars, zo riep Rob Baan van Koppert Cress op. Jammer genoeg waren andere sectoren, zoals vlees, vis en zuivel nog niet vertegenwoordigd, hoewel ze wel waren uitgenodigd. Het moet groeien, is de conclusie van de organisatoren. En wellicht is het handiger om een volgende editie niet midden in het Westland plaats te laten vinden, maar in één van de grote steden. Dat zou wat meer publiek kunnen trekken.

Nadrukkelijk sector promoten
Wat levert zo’n debat nu op voor groente- en fruittelers in Nederland? Wellicht zet het tuinbouwondernemers aan het denken. Zoals Roel de Bakker bijvoorbeeld, die naast het telen van tomaten nadrukkelijk bezig is om zijn grote hobby als sporter met overtuiging over te brengen op (jonge) consumenten. Hij maakt de tuinbouw meer toegankelijk voor buitenstaanders en promoot en passant zijn tomaten.
Het contact met zijn bezoekers levert hem veel nieuwe informatie op. Vraag het zijn achterbuurman, aubergineteler Ted van Luijk en je krijgt een even enthousiast verhaal te horen. Van Luijk levert namelijk de aubergines voor ‘Bakkie Fietsen’, maar gaat met De Braadslee door het land om zijn vruchten te promoten. Dat geeft hem nieuw inzicht, laat hij weten.
Misschien gaat het nadrukkelijk promoten van de sector wel een vast onderdeel worden van de bedrijfsvoering van het toekomstige tuinbouwbedrijf. Juist het persoonlijk contact tussen teler en consument en het vertellen van een eerlijk verhaal heeft hoge prioriteit. Dat kan de consumptie van groenten en fruit verhogen.






maandag, november 11, 2013

Help, mijn moeder is klusser























De trap

De een heeft zijn moeder nodig, de ander haar beste vriendin. Weer een ander een therapeut. Ik heb de trap. De trap die zich verzet, maar zich uiteindelijk laat bedwingen.

Vijfendertig jaar ligt hij verborgen onder wollen gemêleerd tapijt, vastgehecht met stevige lijm en honderden krammetjes. Voetstappen, naar boven en weer terug, van vlugge voeten die door de jaren strammer, stijver werden. Op een dag maakte de leuning plaats voor een geleidingsrail voor de traplift. Verbleekt, stoffig en versleten verloor de trap zijn verbindingsfunctie als spil van het huis.

Op de eerste dag dat wij dit nieuwe leven binnen stapten kreeg de trap heel wat te verwerken. Mijn kinderen trokken genadeloos het tapijt van de treden. Zo’n woeste aanval nam de trap ons niet in dank af. De wol liet los, maar de lijmresten niet. Schuurpapier, cola, lijmverwijderaar en föhn konden het verzet niet breken. Respect eiste de trap, het hart van ons nieuwe huis.

In de daarop volgende weken deed ik verschillende pogingen om de trap in oude glorie te herstellen met weken, stomen en krabben. Tot mijn vingers er van open lagen. Tree voor tree kwam de oude, donkerbruine ondergrond naar boven. Het koste tijd. Heel veel tijd. Dat kwam mooi uit, want zo kon ik uitgebreid nadenken over de afgelopen jaren.

Dertien treden, dertien stappen voorwaarts en omhoog. Langzaam geeft de trap zich bloot. Schuren, schilderen, snijden, plakken, schroeven en boren. Donker verandert in licht. De trap krijgt nieuwe, lichtvoetige vrienden. De een rent, de ander springt. En weer een ander loopt een nieuw leven tegemoet.