donderdag, oktober 11, 2012

Over aardappelen en akkerbouw



Akkerbouwer Frank Franzen:
‘We ontkomen er niet aan dat we groeien’

Frank Franzen en zijn familie hebben een akkerbouwbedrijf op het eiland Goeree-Overflakkee. Daarnaast is hij mede-eigenaar in drie handelsbedrijven die compost, biomassa, grond en restproducten verhandelen. Hij noemt zichzelf geen boer, maar ondernemer. Een man die kansen ziet en zoekt.

De nieuwe rooimachine draait rustig zijn banen over de eindeloze akker met aardappelen. In de schuur groeit de berg Berber voor de consumptie. Het is volop oogsttijd als Frank Franzen zijn telefoon neerlegt. Druk en beweeglijk geeft hij uitleg over zijn bedrijf; een echt familiebedrijf waar zijn vader en broers nauw bij betrokken zijn. Hij is de spin in het web van een groot aantal activiteiten, maar dat is niet zonder tegenslagen gegaan.

Een engeltje
Na zijn studie werkte Frank bij een groot loonwerk- en aannemersbedrijf, waar hij heel veel ervaring opdeed zoals het aanleggen van sportvelden, watergangen, wegen en organisatie van het loonwerk. Het ondernemersbloed kriebelde en die kans kreeg hij door in het akkerbouwbedrijf van zijn vader verder te gaan. In het jaar 2000 richtten zij een maatschap op. In datzelfde jaar raakte hij ook betrokken bij een zeer ernstig bedrijfsongeval waarbij hij zijn been verbrijzelde. Het kostte hem enorm veel energie en een jaar revalidatie om zijn werk te hervatten. Frank had een engeltje op zijn schouder, zo heeft hij ervaren.
Niet stil kunnen zitten is een lastige eigenschap als je van nature veel aanpakt. Gebonden aan huis stortte hij zich ter afleiding in eerste instantie op de handel in compost. Die activiteit lukte dermate goed dat hij samen met een compagnon Comgoed bv oprichtte en zich daarbij voornamelijk richtte op compost en biomassa, grond en meststoffen. Inmiddels hebben de hieruit voortgekomen bedrijven een eigen positie in de markt verworven.

Mensen ontzorgen
Ondertussen ontsnapte het akkerbouwbedrijf niet aan de voortschrijdende schaalvergroting. Dat gebeurde op natuurlijke wijze. Zo kwam bijvoorbeeld in 2002 een buurman te koop en maakte het bedrijf daarna verschillende groeimomenten door. Franzen: “Voor de toekomst verwacht ik dat de bedrijven steeds groter zullen worden. Per jaar stopt immers vier procent van de akkerbouwers en op dit moment gaat het zelfs nog sneller.
Onze visie is mensen ontzorgen. Soms betekent dat we een bedrijf kopen, maar het kan ook zijn dat we participeren of huren. Voorop staat dat het altijd een ongedwongen manier van samenwerken moet zijn.” Dat past in onze traditie.
Vaak zoekt Frank de rust van het bewerken van zijn land en de gewassen. “Spuitwerk doe ik meestal nog zelf. Dat zijn de momenten dat ik in alle rust kan nadenken over ondernemersbeslissingen. Voor mijn gevoel versterkt dat elkaar.” De akkerbouwer voert zoveel mogelijk alle werkzaamheden in eigen beheer uit met een eigen machinepark. Met die machines wordt ook loonwerk gedaan. “We hebben een fijne club mensen, die de werkzaamheden doet, aangevuld met stagiaires”, gaat hij door. “De sfeer is goed. Er zijn altijd twee mensen die een machine kunnen bedienen. Zelf ben ik een paar dagen per week van het bedrijf en dan moet het werk gewoon doorgaan.”

Dieper in de keten
“We ontkomen er dus niet aan dat we nog verder doorgroeien in de toekomst”, legt Franzen uit. Die toekomst ligt niet noodzakelijkerwijs in groei van bedrijfsomvang, maar in andere activiteiten. “Ik streef er naar om in 2015 mijn eigen aardappelen en uien verpakken. Het is voor mij een voorwaarde toch dieper de keten in te gaan. Ik besef wel dat we nog een lange weg te gaan hebben voordat het zover is.” Die daad voegt hij bij het woord, want de bouw van twee nieuwe hallen staat al op de planning, één voor bewaring en één voor verpakking van producten.
Meer nieuwe plannen staan op stapel. Frank en zijn broers Marco en Erik werken met meerdere participanten aan de ontwikkeling van een windmolenpark bij Ooltgensplaat. Dat is vooralsnog een conceptplan. Daarnaast hebben zij een aanvraag gedaan voor de bouw van een melkveebedrijf, omdat synergie tussen akkerbouw en veeteelt binnen het huidige mestbeleid een plus is. Het ondernemersbloed kruipt dus waar het niet gaan kan.

Franzen Landbouw
Franzen Landbouw is een akkerbouwbedrijf dat al 65 jaar actief is op het eiland Goeree-Overflakkee. Naast het betelen van circa 400 ha land met een breed scala aan gewassen verleent het bedrijf ook diensten als opslag van agrarische producten en loonwerk. Het bedrijf participeert ook mee in een akkerbouwbedrijf van circa 6.000 ha in de Oekraïne.
Vandaag de dag heeft Frank Franzen de leiding. Zijn vader heeft zich vorig jaar teruggetrokken, maar is op de achtergrond nog aanwezig. Ook zijn broers Marco en Erik zijn zijdelings betrokken bij bedrijfsactiviteiten. Frank heeft daarnaast samen met compagnon Floris van der Paauw handelsbedrijf Comgoed Compost bv, Comgoed Biomassa bv en Comgoed Grond en Reststoffen bv.

donderdag, september 20, 2012

Auberginepromotie



Vijfjarenplan voor betere prijs en afzet

Barbecue geeft aubergine een nieuw culinair gezicht

‘Verdraaid lekker’ vindt teler Ted van Luijk de schijfjes gemarineerde aubergine van de barbecue. Dat de van nature zo neutrale vrucht zo bijzonder van smaak zou zijn had zelfs hij niet verwacht. Deze zomer trekt een speciale truck door het land. Gevolg van de campagne ‘Ik ben ook lekker op de BBQ’.

Hoe mooi de aanblik ook is van het prachtige paars in het groenteschap, aubergines verkopen zichzelf niet. Consumenten uit zuidelijke landen weten er wel raad mee, maar Noordeuropeanen weten nog steeds niet wat ze met een aubergine moeten doen. Zo nu en dan verdwijnt een vrucht in een wokgerecht, moussaka of ratatouille, maar dat is het dan wel zo’n beetje.
Voordat Ted van Luijk in 1999 overstapte van de tomatenteelt op aubergine was hij ook niet bekend met de culinaire mogelijkheden van de paarse vruchten, maar dat is door de jaren wel veranderd. Met een paars schort voorgebonden prijst hij ze aan bij het publiek. Maar meestal is hij gewoon op de tuin te vinden, waar hij samen met zoon Dennis jaarrond aubergines teelt op 26.000 m2.

Krachten bundelen
Het areaal is door de jaren vrij stabiel gebleven, maar ook bij aubergine is de schaalvergroting doorgegaan. Op het moment dat Van Luijk overschakelde waren er nog 67 auberginetelers. Nu zijn er nog ongeveer twintig bedrijven over, gezamenlijk goed voor 100 ha. Dat staat in schril contrast met de 1.800 ha die in Spanje staat en waarvan de vruchten grotendeels op dezelfde afzetmarkt – voornamelijk Duitsland – terecht komen.
De Nederlandse telers moeten zich dus onderscheiden om op te vallen in die markt. Toen in de zomer van 2006 de organisatie A8 werd opgericht was het gezamenlijke doel om krachten te bundelen. De A8 is een samenwerkingsverband van Nederlandse auberginetelers en vertegenwoordigt 80% van het aubergineareaal. Remco van der Hoeven van Florpartners begeleidt de telers. Van Luijk is penningmeester.

Verbeterde rassen
Een belangrijke mijlpaal is het moment waarop de auberginetelers een gezamenlijk kwaliteitsprotocol hebben opgesteld. Daarin hebben zij afgesproken een aantal kwalitatief mindere rassen niet meer te telen en over te stappen op nieuwe, verbeterde rassen die stekelvrij zijn en homogene vruchten hebben. Daarmee hoopten ze op een betere prijsvorming, maar dat is tot nu toe niet echt gelukt. “Wij staan achter de nieuwe rassen, maar het nadeel is wel dat ze minder produceren en er zit meer werk in”, legt de teler uit. “En dan is die mindere prijsvorming natuurlijk een tegenvaller.”

maandag, augustus 20, 2012

Promotie paprika



Promotie paprika bereikt nieuw hoogtepunt
Britse supermarktketen Tesco omarmt bijzondere paprikacampagne

In de eerste week van juli ging een uniek project van start, waarin Nederlandse en Engelse telers samen met supermarktketen Tesco de consumptie van paprika’s op een hoger niveau willen brengen. Groot materieel is ingezet, waaronder kookdemonstraties in de filialen, recepten op de Real Food website van de supermarkt en berichten op Facebook. Bijzonder is dat het Colourfultaste-logo prominent in beeld blijft.

De campagne is een bijzonder project in de glasgroentesector. Door de verdeeldheid binnen de sector is specifiek voor paprika nooit een echte campagne van de grond gekomen. Toen in 2006 P8 (een samenwerkingsverband van 90% van de paprikatelers) werd opgericht, was er meteen een breed draagvlak voor een marketing- en promotiebudget. Samen met het marketingbureau Business Openers werd de campagnenaam Colourfultaste bedacht.

Europese subsidie
De telers kozen bewust om geen aanspraak te maken op GMO-gelden voor deze campagne. Daarom werd in 2007 een Europese subsidie aangevraagd, die 50% van het budget besloeg en drie jaar duurde. De telers legden zelf de andere helft bij. In de praktijk komt dat neer op een heffing per hectare, ongeveer ter grote van 0,1% van de telersprijs voor paprika’s. In totaal is het budget voor drie jaar 1,8 miljoen euro.
Voor dit bedrag is de EU campagne in 2009-2011 succesvol uitgevoerd in Nederland en Duitsland. Ondertussen heeft Brussel ook een tweede aanvraag van de paprikatelers gehonoreerd en wordt de campagne in 2012-2014 vervolgd, nu ook in Engeland.

woensdag, mei 30, 2012

Gewasbescherming


Jo Ottenheim en Harmen Hummelen over het Expert Centre Speciality Crops
‘Positieve energie voor dossier gewasbescherming’

Niets is zo frustrerend als de toelating van gewasbeschermingsmiddelen voor toepassing bij kleine gewassen. Voor de fabrikant is het vaak een kosten-baten analyse, terwijl de gebruiker nauwelijks invloed heeft op procedures. Om dit probleem te tackelen hebben overheid en bedrijfsleven het Expert Centre Speciality Crops opgericht. Jo Ottenheim van Nefyto en Harmen Hummelen van LTO-Groeiservice geven uitleg.



Wat doet het Expert Centre Speciality Crops en hoe is het tot stand gekomen?
Ottenheim: “Al jarenlang is er discussie over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen voor toepassing in kleine gewassen. Dat was jarenlang een overheidstaak, maar met een terugtrekkende overheid heeft het bedrijfsleven een deel van het takenpakket overgenomen. Uiteindelijk zijn we als bedrijfsleven en organisaties tot de conclusie gekomen dat het goed zou zijn alle kennis te bundelen. Bovendien kunnen we ons daarmee als Nederland profileren als expert binnen Europa. Nederland is namelijk kampioen in het telen van kleine gewassen.
In feite is het Expert Centre een kennisnetwerk. Daarin zitten LTO Nederland, Plantum, Nefyto, Ministerie van EL&I, Wageningen UR en het Ctgb. Het noodzakelijke budget om middelen door de toelatingsprocedure te helpen is afkomstig van het Fonds Kleine Toepassingen en wordt voor 50% gefinancierd door de overheid en voor 50% door de Productschappen. De financiële reserve is groot genoeg om voldoende procedures in werking te zetten, is mijn ervaring.”

Een toelating aanvragen is toch heel kostbaar?
Ottenheim: “Ja, dat klopt. Maar er is wel een verschil tussen kosten van een volledige toelating of voor een uitbreiding op het etiket. In het geval van kleine gewassen gaat het meestal om een etiketuitbreiding. Met het Expert Centre beoordelen we een vraag en zetten onderzoek uit. De kosten voor dit onderzoek halen we uit het fonds.”
Hummelen: “Het fonds is niet altijd financier. In veel gevallen neemt de fabrikant de kosten voor onderzoek op zich. Zeker als we in staat zijn om knelpunten al in een vroeg stadium bij de fabrikant neerleggen. Die knelpunten verzamelen we in het CEMP-overleg. Dit zijn de Coördinatoren Effectief Maatregelen Pakket, die samen de hele agrarische sector overzien.”

Draait het alleen om kosten?
Ottenheim: “Nee. Met deze werkwijze willen we ook snelheid in procedures brengen. Voorheen deed iedere instantie zijn eigen ding. Nu behandelen we vragen gezamenlijk. Met het Expert Centre willen we contacten tussen instanties makkelijker laten verlopen. Tot op heden zit er zo’n vijf jaar tussen het op gang brengen van een procedure en de uiteindelijke uitbreiding van het etiket. Er is nu eenmaal tijd nodig voor het doen van effectiviteit-,  fytotoxiciteit- en residuproeven, maar de afhandeling kan wel sneller”.

Voldoen de eisen die aan middelen worden gesteld nog?
Hummelen: “Eigenlijk willen wij als LTO van dat effectiviteit- en fytotoxiteitonderzoek voor kleine gewassen af, omdat we dat wat achterhaald vinden. Uiteraard moet een midden veilig zijn voor mens en milieu, maar de rest kan omgebogen worden naar aansprakelijkheid voor de teler. Een teler kan zelf uitproberen of een middel werkt en veilig is voor het gewas.”
Ottenheim: Dat is lastig. Die denkrichting nog moet groeien.”
Hummelen: “Op dit moment valt een gewas onder de kleine gewassen als er minder dan 1.000 ha buiten of 500 ha onder glas wordt geteeld. Wij zouden graag willen dat die grens omhoog gaat, Zodat meer gewassen daar binnen vallen. Middelen voor kleine gewassen hoeven namelijk aan minder eisen te voldoen.”

Kunnen telers wel zo lang wachten?
Lange procedures kunnen er toe leiden dat telers in de praktijk bepaalde middelen alvast gaan gebruiken in teelten waarvoor het nog niet is toegestaan. Dat is niet goed, waarbij het ook nog maar de vraag is of die telers het middel dan correct toepassen. Een snelle procedure is dus belangrijk..”

Hoe zal dat gaan als de nieuwe Europese verordeningen worden ingevoerd?
Ottenheim: Volgens de nieuwe Europese verordening is Europa ingedeeld in drie zones. Toelatingen blijven gelden voor ieder land, maar binnen de zone wordt samengewerkt. Het liefst willen wij als Expert Centre zoveel mogelijk toelatingen voor speciality crops naar ons toe halen. Zo houden we kennis in huis en behouden de telers in Nederland ook een voorsprong.”

Hoe zit het met de toelating van een middel als Botanigard?
Hummelen: “Botanigard is een middel van Certis, op basis van een schimmel, dat goed past binnen de geïntegreerde bestrijding en vooral de witte vlieg bestrijdt. Het heeft een toelating in bedekte teelten. Inmiddels is gebleken dat het ook uitstekend werkt tegen een bepaald plaaginsect in buitenteelten. Helaas heeft het middel nog geen toelating in de buitenteelt. We zetten nu dus in op een uitbreiding van het etiket. Daar is onderzoek voor nodig. Zo’n procedure zou via het Expert Centre sneller kunnen gaan dan voorheen het geval was, omdat alle partijen nauwer met elkaar verbonden zijn.”
Ottenheim: “Overigens gaat zo’n procedure niet sneller, omdat het om een biologisch middel gaat. Ieder middel moet aan de eisen voldoen.”

Jullie zijn positief over de instelling van het Expert Centre?
Ottenheim: “Het Expert Centre is een bijzonder project. Niet voor niets is het een showcase binnen het topsectorenbeleid. Ik verwacht er veel van. Dit geeft positieve energie aan een dossier dat vaak zo negatief in het nieuws is.”

woensdag, mei 23, 2012

Schermen

Rood kasdek bij Rosa Natura


Coatings op het kasdek zijn 'hot'. Zo test Hermadix deze zomer een coating uit bij rozenbedrijf Rosa Natura in Honselersdijk. Deze diffuse coating moet ook meer strekking geven aan de rozen. De komende maanden is het afwachten en uittesten of dit ook echt gebeurt.


vrijdag, mei 18, 2012

Kleine gewassen


Gijs van den Bos schakelde van paprika’s over op kasbonen
‘Het is een teelt van grote pieken en diepe dalen’

Ben je in de bonen als je het aantal vierkante meters glas op je bedrijf bewust terug brengt? Niet bepaald. Voor Gijs van den Bos was die stap een weloverwogen keuze. Sinds vier jaar teelt hij geen paprika’s meer, maar aardbeien en sperziebonen onder glas. De aardbeienteelt gaat nu helemaal naar zijn zin. Bij bonen is hij nog zoekende naar het optimale rendement.

Daar waar de nieuwbouw van Brielle het landelijke Vierpolders raakt, ligt het bedrijf van Gijs van den Bos. Het erf ziet er aanlokkelijk uit, met een groot bord wat er precies wordt geteeld in de kas en een automaat waar je boontjes en aardbeien kunt kopen. Aan alles kun je merken dat consumenten hier meer dan welkom zijn. Van den Bos heeft een goede reputatie opgebouwd, die al stamt uit de periode dat hij nog niet op deze locatie tuinde, maar waar nu huizen staan.

 Nieuwe tuin
Tot vier jaar geleden teelde hij paprika’s op een bedrijf van 25.000 m2, met een mogelijkheid tot uitbreiding naar 40.000 m2. Toen een reële optie. De gemeente Brielle stak daar een stokje voor, want de tuin kreeg een nieuwe bestemming. In goed overleg werd de ondernemer uitgekocht.
“Ik was toen rond de vijftig en stond voor de keuze”, vertelt Van den Bos. “Op een andere locatie nieuw bouwen of een alternatief bedenken. Op dat moment was er al zoveel uitbreiding in de paprika’s dat ik twijfelde. Ik vond het vak te leuk om achter me te laten. Bovendien werk ik met een vaste groep mensen en we hebben een hechte band.” Dus kocht hij een bestaande tuin van 12.000 m2, paste die volledig aan en stapte over op aardbeien en bonen. Met beide teelten had hij al ervaring op kleinere schaal.

Op perlite
Op het oude bedrijf had de teler een kasje van 500 m2 waar hij het doordragende bonenras ‘Coby’ teelde. In die kleine ruimte wist hij hoge opbrengsten te halen. Het liefst had hij nu ook de 6.000 m2 die hij voor bonen heeft ingericht vol gezet met dit ras, maar helaas is het uit de handel gehaald. Daarom teelt hij vroeg in het seizoen de minder lichtgevoelige ‘Armando’ en daarna ‘Farba’. Van zaai tot begin oogst duurt de teelt zeven tot acht weken, waarna de oogst vier weken in beslag neemt.
Begin januari gaat de eerste teelt van start. Dan zaait Van den Bos zijn bonen in perlite. Na tien dagen plant hij de bonen in de kas in bakken met dezelfde substraatsoort. Het teeltsysteem met recirculatie heeft hij zelf uitgedacht. Twee jaar lang kan hij de korrels gebruiken. Daarna zitten er zoveel wortels in de bak dat dit ten koste gaat van de productie. Half maart komen de eerste bonen in productie. Door opeenvolging van plantingen loopt deze door tot half juli. Dan stopt de voorjaarsteelt. Heel even is het dan rustig op de tuin. Tot half augustus ligt de kas leeg, waarna de herfstteelt op gang komt tot eind december.

 Opvolgende plantingen
‘Armando’ en ‘Farba’ zijn geen doordragende rassen zoals ‘Coby’. De planten produceren ongeveer vier weken bonen en daarna is het voorbij. De teler werkt daarom met meerdere, elkaar opvolgende plantingen om een gelijkmatige productie op gang te houden. Hij experimenteert ook met tussenplantingen, waarbij hij een deel van de oude planten nog even laat staan en het jonge gewas op gang laat komen. Verder doet hij proeven met andere rassen om te kijken of daar een verbetering in zit, of dat de productie nog iets kan worden verbeterd of verlengd. “Ik ben wel tevreden met het resultaat, maar wat mij betreft mag het nog iets beter”, vindt Van den Bos.

Arbeid is bottleneck
Als de oogst eenmaal is begonnen dan is het buffelen. Arbeid is nu eenmaal de grootste kostenpost van de bonenteelt. Een goede plukker kan gemiddeld zo’n vijf kistjes bonen per uur plukken met een inhoud van vier kilo. De oogst verloopt dus relatief langzaam. Dit is meteen de beperkende factor om het areaal te laten groeien. En dat is eigenlijk maar goed ook. Kasbonen zijn een niche. Komen er te veel dan zakt de prijs in elkaar.

Smaak van vroeger
Van den Bos voert aan bij The Greenery. Een deel van zijn oogst kan hij via huisverkoop slijten, waardoor hij meteen een goede feedback krijgt van klanten. Binnen het enorme aanbod goedkope bonen is de kasboon een specialiteit, die zich behoorlijk onderscheidt in prijs. “Ik merk dat het vooral ouderen zijn die de smaak van Hollandse kasbonen waarderen. Die kennen ze van vroeger. En verder zijn het jonge mensen die door hun ouders de smaak hebben leren kennen.”
Op Voorne weten mensen het bedrijf wel te vinden, dus voorziet de teler de lokale markt met super verse producten. Dit is een bevoorrechte positie, omdat er in de omgeving geen vergelijkbare bedrijven zijn. “Concurrentie tussen bonentelers is er zeker”, legt hij uit. “Dat is logisch, want een kleine overproductie doet de prijs dalen. Het is een moeilijke teelt. Je kunt tot grote pieken komen, maar ook diepe dalen meemaken.”

Veel leuker
De vraag rest hoe de teler uiteindelijk de overschakeling heeft ervaren. Was het telen van paprika’s niet veel veiliger dan de overstap naar aardbeien en bonen? Van den Bos: “Ik was eigenlijk wel klaar met de paprika’s op het moment dat het product één grote bulk werd. Persoonlijk denk ik dat er toekomst is voor niche-producten in lokale cirkels. Natuurlijk is mijn teeltplan nu veel hectischer dan in het verleden, maar ik vind dit veel leuker.”
Nu ziet het er nog niet naar uit dat hij een opvolger krijgt, maar dat is niet uitgesloten. “Dan kan ik altijd nog de overstap maken naar iets anders. Die weg ligt nog steeds open. Voorlopig hebben we het hier met mijn familie en medewerkers erg naar ons zin.”



maandag, april 23, 2012

Mobiel drama

Waarom heet ik geen Youp (deel II)

@KPNwebcare grijpt in

Vanmorgen nam @KPNwebcare contact met me op naar aanleiding van mijn weblog. Na enig heen en weer getwitter heeft Menno van @KPNwebcare ook dit tweede incident helpen oplossen. De rekening is grotendeels kwijtgescholden. Inmiddels heeft mijn dochter een (kleine) databundel gekregen, zodat dit niet nog eens gebeurt.
Ik ben natuurlijk opgelucht dat dit probleem uit de wereld is, maar een knagend gevoel blijft hangen. Ik raad KPN aan om proactief met klanten om te gaan. Als er een plotseling hoog verbruik is geconstateerd kun je een klant een alternatief bieden in de vorm van een ander, passend abonnement. Een goed voorbeeld daarvan is de Amerikaanse provider in mijn verhaal die dit wel doet. Daarmee houd je tevreden klanten. 
Mij schoot deze rekening heel erg in het verkeerde keelgat omdat we diezelfde dag werden gebeld door een dame van KPN met de zoveelste voordeelaanbieding voor mobiele telefonie om nog goedkoper te bellen. 

zaterdag, april 21, 2012

Mobiel drama


Waarom heet ik geen Youp?

Wat Youp met T-Mobile heeft, heb ik met KPN. Alleen heet ik geen Youp en de telefonistes van KPN hoeven tegenover mij geen inlevingsvermogen te tonen. Ze houden koeltjes vast aan hun voorgekauwde leveringsvoorwaarden en hebben hun assertiviteitstraining met succes afgerond. Of gewoon een bord voor hun kop.

Mijn dochter van twaalf was dolblij toen zij een gratis mobiel telefoontje in haar hand gedrukt kreeg. Eindelijk lekker cool het internet op. Alleen stak ik daar een stokje voor: ze kreeg een sim-only abonnement van KPN(Hi) en mocht binnenshuis via onze wifi surfen. Ik heb tenslotte al twee kinderen, die al dan niet gesubsidieerd door moeder via T-Mobile het web op gaan. Duur zat, dacht ik zo.

Had ik maar nooit zo geredeneerd en was ik maar niet zo klakkeloos naar KPN gestapt. Maar ja, als je al meer dan twintig jaar zowel zakelijk als privé bij dezelfde telefoonmaatschappij zit, verwacht je geen problemen. Zo dacht ik in mijn naïviteit. Tot er begin december een rekening op de deurmat viel van € 962,08 die meteen ook even automatisch van mijn rekening werd afgetrokken. Ik schrok behoorlijk. Wat was er mis gegaan? Een klein onderzoekje op het mobieltje van mijn dochter wees uit: vermoedelijk door push berichten was het ding van onze wifi op data roaming gesprongen. Maar liefst 382 Mb had ze binnengehaald voor het lieve bedrag van ruim € 2,00 per Mb. Bij dezelfde maatschappij ook verkrijgbaar voor € 7,50 per maand in de vorm van een bundel. Een vreemde tariefstructuur, dunkt me.

Daar moet toch iets aan te doen zijn, was mijn reactie. Dit is een misverstand. Verbaasd en oprecht vriendelijk belde ik de dames van de klantenservice om vervolgens bits terecht gewezen te worden. Had ik maar een ander abonnement met bundel moeten kiezen. Dat had ik juist niet gedaan om de kosten van mijn gezin een beetje beheersbaar te houden. Wat me eigenlijk nog het meeste stak is dat KPN precies weet wat wij als gezin maandelijks consumeren en netjes tijdig betalen, maar mij helemaal niet wees op deze toch wel schokkende plotselinge onregelmatigheid in mijn bestedingen. Mijn bank doet dat namelijk wel, zeker als ze vermoeden dat mijn pasje is geskimd of mijn kreditcardnummer blijkt gehacked.

Aan de andere kant van de oceaan overkwam mijn zus ongeveer hetzelfde. Toen zij per ongeluk teveel Mb’s binnen haalde via haar mobiele telefoon belde haar provider meteen op: “Mevrouw, uw rekening loopt nu wel heel erg op. Mag ik u adviseren een ander abonnement af te sluiten met een bundel? Dan laten we deze rekening vervallen en maken er meteen een ander abonnement van.” Zo doen ze dat in Amerika. En ik moet zeggen dat die service me erg aanspreekt.

Ik kreeg dus weinig compassie van onze Hollandse KPN-dames. Wacht eens even, dacht ik. Laat ik het eens via twitter proberen KPN te bereiken. KNP reageerde natuurlijk niet, want die zijn allang niet meer bang voor twitterpubliciteit. Wel een bevriend twitteraar, die me er op wees dat hem hetzelfde was overkomen en hem een rekening was kwijtgescholden. Van hem kreeg ik een direct mailadres. Ik schreef een tamelijk overtuigende brief –een kind van twaalf kent nu eenmaal niet alle instellingen van een telefoon- en wonder boven wonder kreeg ik meteen een antwoord. Eenmalig werd me het bedrag kwijtgescholden, op honderd euro na. Of ik nooit meer zo onvoorzichtig wilde zijn.

Ik was enorm opgelucht. Een klein sprongetje in de lucht deed ik. Na een dubbele inspectie van het mobieltje van mijn dochter gaf ik het ding terug aan haar. Voortaan op de wifi laten staan, droeg ik haar op. En dat zou ze doen.

Het ging heel even goed, tot de rekening van maart in de bus viel. Deze keer ging het om € 541,25 en het bedrag was ook weer direct van mijn rekening afgeschreven. En ja hoor, bij nadere inspectie van het mobieltje van mijn dochter bleek het ding weer op data roaming te zijn gesprongen. Op dat moment ging mijn echtgenoot door het lint. Hij zou eens even bellen met de klantenservice. Ik dacht nog: dit is een zinloze actie, maar je weet het nooit. Ze leggen de schuld toch bij ons. Een half uur heb ik hem boven horen razen en tieren tegen de zoveelste juf aan de lijn. Hij zou teruggebeld worden. Iets dat tot op de dag van vandaag niet is gebeurd.

Ik draaide de automatische betaling terug. Niet dat ik in de veronderstelling was dat ik onder dit bedrag uit zou komen, maar gewoonweg uit nieuwsgierigheid wat er zou gaan gebeuren. Een tijd lang hoorde ik niets tot uiteindelijk vandaag een aanmaning in de bus viel. Een paar citaten:

‘Ondanks de herinnering die we je hebben gestuurd (welke?), heb je nog steeds niet betaald. Betaal je niet of na de vervaldatum dan zullen we je mobiele telefoonaansluiting volledig afsluiten waarna heraansluiting niet meer mogelijk is. Bovendien melden we je aan bij .... Gevolg van registratie kan zijn, dat je in de toekomst geen nieuw abonnement meer kunt afsluiten! Groeten van Hi.’

Natuurlijk zal ik die factuur een keer moeten betalen. Ik ben alleen ernstig verbaasd over de manier waarop ik wordt behandeld. KNP, die per maand een flink bedrag van ons beurt, is natuurlijk een klant kwijt. Voor zover hen dat iets uitmaakt. Zodra onze contracten zijn verlopen gaan we fijn naar T-Mobile, waar onze andere kinderen geen enkel probleem hebben. Het is maar dat u het weet.

Er is nog niet veel veranderd bij andere telefoonaanbieders sinds het moment dat Youp T-Mobile aan de schandpaal nagelde. Mededogen en klantgerichtheid zijn nog ver te zoeken. Onze dochter durft haar mobieltje niet meer aan te raken. Wij ook niet.



dinsdag, april 10, 2012

Succulenten


Jan en Liesbeth Arkesteijn zijn tevreden telers:
‘Een dag niet geplant, is een dag niet geleefd’

Wijnneusjes, vetertjes, Jan Arkesteijn heeft voor elk vetplantje een toepasselijke naam. Samen met zijn vrouw Liesbeth vermeerdert en teelt hij Echeveria, Aloë en Sedum en levert ze af als halfwasproduct voor andere bedrijven. Dat loopt goed, vindt hij. Behoefte aan opschaling heeft hij niet.

In de bedrijfsruimte zijn Anouk en Mareille Arkesteijn vanmorgen bezig met het sorteren en uitzoeken van zaaibakken met Aloë. Na het lostrekken moeten de planten een paar dagen indrogen, voordat ze worden opgepot. Als dit niet gebeurt, groeien ze niet weg, maar verrotten ze. Dat betekent veel uitval.
Hun vader, Jan Arkesteijn, heeft vanmorgen hoofdpijn. Afgelopen weekend betrapte hij inbrekers bij de nieuwbouw van de overburen. Voor dat hij het wist kreeg hij een stalen 51-er tegen zijn hoofd, waarbij hij de klap nog net kon opvangen met zijn schouder. Het was misschien een impulsieve daad om op onderzoek uit te gaan, maar zulke praktijken druisen in tegen zijn aard. “Dat laat je toch niet zomaar gebeuren”, vindt hij. Het was een hele klopjacht in Nootdorp, maar gelukkig zitten de twee daders inmiddels vast.

Breed assortiment
Achter de naam MicroFlora in Nootdorp gaat een zeer gespecialiseerd bedrijf schuil dat zo’n dertig verschillende soorten succulenten opkweekt tot halfwas product. Het gaat met name om Echeveria, Aloë en Sedum, maar er zijn meer soorten. Het is een breed assortiment, dat is afgestemd op de wensen van hun afnemers. Jan en zijn vrouw Liesbeth hebben in totaal 6.000 m2 glas en kunnen samen het werk goed aan. Als hun dochters even niet studeren of voor opdrachten buitenshuis zijn, springen ze bij. Er hangt een gemoedelijke sfeer.

Van rozen naar vetplanten
Hoe ze ooit in de succulenten terecht kwamen is een heel verhaal. Arkesteijn had een rozenbedrijf van 4.000 m2 aan de Lookwatering in Den Hoorn. Hoewel hij verknocht was aan de rozenteelt werd rond 1995 duidelijk dat zijn bedrijf niet mee kon in de schaalvergroting die bij rozen doorzette. Aangemoedigd door een kennis zette hij daarom de eerste zaaikisten met vetplanten neer. “Nooit meer heb ik zulke mooie zaailingen gehad als toen”, vertelt hij. “Dat kwam voornamelijk door de klimaatomstandigheden in de rozen. Lekker warm.” Het project beviel zo goed dat hij de rozen verruilde voor succulenten.

Van Den Hoorn naar Nootdorp
Rond de eeuwwisseling werd de familie uitgekocht, vanwege ontwikkeling van de afvalwaterzuiveringsinstallatie in de Harnaschpolder. Arkesteijn moest uitkijken naar een nieuw bedrijf. Dat was een gevoelig punt, want de familie was echt gesetteld in Den Hoorn. Uiteindelijk vonden ze een chrysantenbedrijf van ruim 1 ha aan de Nieuwkoopseweg in Nootdorp. Aangezien het voor hun doen groot genoeg was, braken ze wat glas af. De teler trok anti-worteldoek door de hele kas en liet stalen tafels lassen. Op deze tafels liggen dikke tempexplaten als ondergrond voor de potjes.
Op het achterste stuk van het bedrijf is nu ruimte voor een paard en een kleine kudde alpaca’s. De alpaca’s zijn een hobby van Liesbeth, die deze samen met één van haar dochters wilde uitbouwen tot een kleine fokkerij. Maar helaas verloopt de handel in deze dieren momenteel niet zo vlot. Ze overweegt nu of ze ermee door zal gaan of misschien gaat afstoten.

Halfwas planten
Sinds het verdwijnen van de rozen komt Arkesteijn nog maar weinig op de veiling. Vanaf het moment van de overstap wist hij zijn halfmateriaal op andere wijze te verkopen. Zo is er een goede band met Hans Ammerlaan van het Bleiswijkse Ovata. Een groot deel van het assortiment is afgestemd op de wensen van dit bedrijf, die de planten afkweekt en verhandelt. De teler heeft zo meerdere afnemers voor zijn materiaal.
“Eigenlijk zou ik weer wat vaker op de veiling moeten komen”, denkt hij hardop. Wandelend door het bedrijf staan er ook proefjes met gemengde bakjes met miniplantjes. Daarmee onderzoekt hij welke combinatie de meest aantrekkelijke is.

Water geven luistert nauw
Hoewel vetplanten anders suggereren, is het telen ervan precisiewerk. Met name het water geven luistert nauw. De teler geeft zijn planten handmatig water en moppert als hij een plekje ziet waar wat lekkage is geweest. De planten blijken erg gevoelig voor Botrytis.
Water geven luistert nauw. “Aloë’s kunnen scheuren als ze te veel water krijgen”, legt hij uit. Hetzelfde geldt voor de luchtvochtigheid in de kas. Smet ligt altijd op de loer. Arkesteijn neemt zijn taak zo serieus dat hij eigenlijk nooit vakantie neemt. De keren dat hij in het buitenland verbleef, belde hij drie keer per dag naar huis om te controleren wat de raamstand was. Maar eigenlijk komt het er op neer dat hij het liefst op de tuin is tussen zijn planten. Onder het motto ‘een dag niet gepoot is een dag niet geleefd’ doet hij dagelijks zijn taak.

Moerplanten
In het achterste deel van de kas staan de moerplanten. Daar staan de crassula’s vrolijk te bloeien tot grote vreugde van de Nootdorpse populatie kwikstaartjes die er graag hun nestje bouwen als ze de kans krijgen.
Succulenten worden gezaaid of vegetatief vermeerderd. De kleurrijke Echeveria ‘Parel van Neurenberg’ wordt bijvoorbeeld vermeerderd door de afzonderlijke blaadjes in een grondmengsel te steken, waarna zich langs de randen kleine planten ontwikkelen. En zo geldt het voor veel succulenten. Zijn de jonge planten eenmaal opgepot dan staan ze gemiddeld negen maanden op het bedrijf, waarna ze weg gaan naar een teler die ze afkweekt.










woensdag, maart 28, 2012

Food Revolution



Het kersverse logo van 'Building The Food Revolution. Eigen ontwerp. Best wel trots.

vrijdag, maart 23, 2012

Food Revolution



UITNODIGING

Building the Foodrevolution!

Zaterdag 31 maart, 14.00 uur

De verdeling van voedsel in de wereld wordt er niet beter op. Eén miljard mensen eet te veel en verkeerd, een ander miljard heeft bijna niets te eten. Dat onrecht wordt alleen maar groter.  Ondertussen hebben de dieren en de natuur het nakijken.
Het goede nieuws is dat consumenten samen mét producenten hier iets aan kunnen doen. Consumenten betalen immers alle rekeningen en hebben daarom veel stille macht. Krijgen ze eenmaal door hoe ze die kunnen bundelen, dan ontstaan nieuwe markten die bedrijven graag zullen volgen.

Urgenda en Foodlog vinden het hoog tijd voor een ‘eetrevolutie’: een grondige herziening van de manier waarop we ons eten consumeren en produceren. Als we ons baseren op een stel slimme principes, dan zijn we met zijn allen in staat om de balans te herstellen. Deze principes worden enthousiast ondersteund door wetenschappers, maatschappelijke organisaties, jongeren, journalisten, boeren, tuinders en andere ondernemers. Zij organiseren binnen de principes van de revolutie, elk hun eigen activiteiten.
Graag nodigen we u uit om samen de revolutie af te trappen en het daaraan gekoppelde actie-seizoen te openen!

De TuindersRaad, samengesteld uit bezorgde tuinbouwvertegenwoordigers, omarmt het initiatief van Urgenda en Foodlog en biedt aan deze revolutie de starten in een glastuinbouwomgeving. Nederland is immers wereldwijd koploper in innovatie, maar door gigantische investeringen en scheefgegroeide machtsverhoudingen komen de tuinbouwondernemers niet meer uit een vicieuze cirkel van produceren tegen de laagste kostprijs. De verbinding tussen teler en consument is daarbij verloren gegaan en verdient volledig herstel. Laat het zaad voor nieuwe verbindingen ontkiemen.

Programma zaterdag 31 maart
13.30 uur:            Ontvangst in GreenQ, Violierenweg 3, 2665 MV Bleiswijk
14.00 uur:            De eetrevolutie! Aftrap door Dick Veerman en Sandra van Kampen
14.15 uur:            Rob Baan (Koppert Cress): tuinbouwrevolutie!   
14.30 uur:            Joris Lohman (Youth Food Movement):  jonge mensen in actie voor beter eten
14.45 uur:            Prof. Jaap Seidell (VU):  obesitasrevolutie!
15.00 uur:            Het eten van de toekomst: proeven van NIeuwVerse producten.
15.30 uur:            Einde

Voor meer informatie kijk op www.nieuwvers.nu. U kunt zich opgeven bij Marja.cottaar@urgenda.nl

vrijdag, maart 16, 2012

Eucharis


Astrid Valstar pleit voor meer aandacht kleine gewassen
‘Eucharis heeft meer fans bij bloemisten dan bij handelaren’

Bijna geen bloem kan tippen aan de schoonheid van eucharis. Er is een hechte band tussen de familie Valstar en dit fraaie bolgewas. Toch valt het Astrid Valstar moeilijk om een successtory te brengen nu de middenprijs al lange tijd onder de kostprijs is gedaald. Nog even en de kleine gewassen gaan het onderspit delven, vreest zij. Een gezamenlijke aanpak kan misschien het tij keren.

Geen royal wedding zonder eucharis. Kroonprinses Victoria van Zweden huwde vorig jaar haar personal trainer Daniel, vergezeld van een groot bruidsboeket met eucharis. Fragiel, elegant, sierlijk, is de omschrijving die deze bloem mee krijgt. Onmisbaar voor de liefhebbers, onbekend bij het grote publiek.
Toen Astrid Valstar haar man John leerde kennen kwam de bloem ook in haar leven. De passie van haar schoonvader groeide uit tot kwekerij JovaPlant in Naaldwijk, gespecialiseerd in zowel potplanten als snijbloemen van dit bijzondere gewas. In Nederland zijn twee kwekerijen met eucharis als hoofdgewas.
De productie van de snijbloemen gaat jaarrond door. Een deel van de bollen wordt in september op pot gezet, voor bloei rond Moederdag. De hoeveelheid bol op pot is bescheiden, want de markt is snel overvoerd.

 Potplant of snijbloem
Valstar heeft zorgen over het voortbestaan van de eucharis als snijbloemgewas. De kleine gewassen staan onder druk, merkt zij. Dat is niet tijdelijk door de huidige omstandigheden, maar een feit dat ze al veel langer constateert. Voortdurend heeft zij contact met de handel en bloemisten om haar snijbloemen onder de aandacht te brengen. Een aantal afnemers pakt dit heel goed op, maar de meesten reageren lauwtjes. Het tegenovergestelde gebeurt bij de potplanten. Op de FloraHolland Trade Fair merkt ze juist enthousiasme van de handel voor de potplanten. “Als je daar iets nieuws laat zien, zijn de reacties juist heel positief. Er is een groot verschil tussen de verkoop van potplanten en snijbloemen”, legt zij uit.

Bijzonder assortiment
“Het valt me zo ontzettend tegen dat iedereen in het vak juist een oproep doet om je te onderscheiden, maar vervolgens niet de daad bij het woord voegt”, legt ze uit. Dit geluid hoort ze vaak bij de handel. Bedrijven willen graag een bijzonder assortiment voeren, maar de kleine eucharis lijkt een beetje te ontsnappen aan hun aandacht.
Hoewel de aanvoer van de snijbloem jaarrond vrij constant is zitten er nauwelijks pieken in de prijsvorming. Soms komt het ineens voor dat de bloemen duur zijn, maar er is doorgaans geen peil op te trekken waarom dat gebeurt. Zelfs als de aanvoer stokt, blijft de telersprijs op hetzelfde niveau hangen. “Maar als er in het algemeen weinig bloemen verkrijgbaar zijn, dan mist de handel het product en bellen ze op”, legt Valstar uit.
Ze verdeelt de aanvoer over alle veilpunten om zoveel mogelijk spreiding te krijgen. Zelden staat er meer dan één kar voor de klok, dus van een echte overproductie is geen sprake.

Last of meerwaarde
Ondanks deze status quo zit ze niet bij de pakken neer. Ze steekt veel energie in het bezoeken van handelaren om haar product onder de aandacht te brengen. Bij enkele handelaren resulteert dat in een vaste afname, maar het merendeel lijkt de eucharis meer als een last te ervaren dan een meerwaarde voor het assortiment.
Vorig jaar bezocht ze veel bloemisten. Daar blijkt het tegengestelde het geval. Die spreken veel waardering uit voor de bloem en gebruiken deze regelmatig in hun bloemwerk. Voor mengen in een boeket vinden ze dit product echter te duur. “Maar dat is geen wonder”, constateert zij. Terwijl Valstar voor de klok gemiddeld 40 cent per steel ontvangt betaalt de bloemist 100 cent inkoop. “Dat is een schrikbarend groot verschil”, vindt ze. “Bij grote producten als bijvoorbeeld rozen is die marge veel kleiner. Als die situatie in stand blijft, is het bijna onmogelijk dat eucharis – of welk klein product dan ook – extra kans maakt op groei.”

Veel geduld
De kostprijs van eucharis ligt een flink stuk hoger dan de gemiddelde prijs die de teler ontvangt. De bol is moeilijk te telen en de verwerking vraagt veel geduld. Iedere steel krijgt een flesje water mee. De bloemen liggen met twintig stelen in een doos, netjes verpakt met schuimrubber laagjes om beschadiging te voorkomen. Van elke bloem worden de schudblaadjes handmatig verwijderd. In elke doos ligt een folder met informatie over behandeling en houdbaarheid. Alles om de bloemen in goede conditie bij de eindklant te krijgen.
Inmiddels heeft het bedrijf een eigen website, facebookpagina en twitteraccount. Valstar: “Ik merk de laatste tijd dat het bezoek aan de website omhoog gaat. Dat is ook een gevolg van mijn deelname aan social media. Of dat echt iets op gaat leveren is nog afwachten.”

Onzekere toekomst
Intussen zoekt de teler naar producten die mee kunnen lopen in het teeltschema op het bedrijf. Alleen inzetten op de eucharis betekent een onzekere toekomst. “Wij hebben gewoon zorgen”, legt ze uit. “Als het zo doorgaat moeten we echt gaan minderen, hoe graag we ook deze bloemen telen. Toch bereiken ons genoeg signalen dat we er mee door moeten gaan. Ik weet zeker dat er kansen liggen als er exporteurs bereid zijn samen met ons de schouders er onder te zetten. Dan lukt het zeker.”

donderdag, maart 08, 2012

Gewasbescherming

Twee jaar geleden bezocht ik het bedrijf Pireco. Een kleine onderneming, opgezet door een man met idealen. In het kader van de discussie rond de RUB-regeling is dit verhaal ineens weer actueel.



Wim van Garderen en Ronald Kiel:
‘Wij zijn zakenmensen met een portie idealisme’

Er zijn twee benaderingen om planten gezond te houden: symptomen van plagen en ziektes bestrijden of planten sterk en weerbaar maken. Pireco is de naam van een bedrijf, maar ook van een productlijn van natuurlijke middelen om planten en gewassen juist vitaler en dus sterker te maken.

Een industrieterrein in Lelystad is de thuisbasis van een met knoflookgeur omgeven bedrijf dat pionierswerk verricht op basis van eeuwenoude wijsheden uit oost en west. Oud-boomkweker Wim van Garderen en zakenman Ronald Kiel bedenken hier methoden om planten gezond te houden. In de productieruimte van het bedrijf staan grote vaten met kruidenmengsels. Gefermenteerde en geconcentreerde extracten – in totaal elf - van bijvoorbeeld knoflook of plantenblad zijn ingrediënten voor Pireco. Het bedrijf maakt een productlijn voor kruidachtige planten en houtige gewassen, vloeibare middelen, korrels, granulaat en capsules.

 Weerbaar maken
Van Garderen liep in zijn tijd als boomkweker tegen moeilijk te bestrijden ziektes aan, zoals schurft in sierappels. Hij bedacht dat het veel logischer was de planten weerbaar te maken, dan dat hij maar steeds curatief aan de slag moest. Hij filosofeerde over de kringloop van het plantenleven. “Eenzijdige bemesting met nitraten maakt de plant zwak”, redeneerde hij. “Bovendien gaan wij anders met onze cultuurgewassen om dan de natuur zou doen. Wij halen in de herfst het blad weg, waarvan de essentiële stoffen niet meer terug komen in de boden en beschikbaar zijn voor de wortels.”
Daarnaast speelt het probleem van plaagdieren. Van oudsher is bekend dat plagen bepaalde planten mijden. Dus als je extracten van die planten op laat nemen door plantenwortels van cultuurgewassen dan zijn ze daardoor onaantrekkelijk geworden.
Op basis van die theorie begon hij met het verzamelen van natuurlijke stoffen en kruiden en startte met experimenteren. En met succes.

Geduld hebben
“Pireco is niet de enige oplossing voor problemen”, gaat hij door. “In de professionele land- en tuinbouw is men gewend direct resultaat te zien van beschikbare middelen. Hier moet je geduld hebben.” De oud-boomkweker legt uit dat het een tijdje duurt voordat een teler resultaat ziet van de toepassing. De wortels moeten de gelegenheid krijgen om het middel op te nemen. Bovendien moet hij werken aan meer factoren om planten en gewassen in een betere conditie te krijgen. Dat moet hij dus eerst leren. Het is dus logisch dat Van Garderen ook veel vragen krijgt vanuit de sector en daarmee graag samenwerkt. “Je moet van Pireco geen wonderen verwachten”, geeft hij aan, “maar door intensieve samenwerking kunnen goede resultaten worden behaald.”

Beginnende industrie
Het zoeken naar nieuwe methoden en gebruik van effectieve ingrediënten gaat onverminderd door. Binnen de duurzame land- en tuinbouw past de aanpak volgens het principe van dit bedrijf prima. Ronald Kiel: “Dit is echt een beginnende industrie, waar we nog veel over moeten leren. In december hebben we het SKAL certificaat behaald. Dat is een goed stap. Het geeft ons nu de mogelijkheid om ook de biologische landbouw te ondersteunen.”
Niet voor niets heeft het bedrijf zich midden in de polders gevestigd. Zo zitten ze in het hart van de akkerbouw, waar zij hun missie het eerst in de praktijk willen brengen. Ook zetten zij proeven uit bij officiële instanties en in de praktijk, om de werking aan te tonen en te verbeteren.

Minder aantrekkelijk
Hoe zit het nu met die knoflook? Van Garderen glimlacht. “Planten die stoffen uit knoflook opnemen zijn minder aantrekkelijk voor plagen. Neem nu gras op sportvelden. Engerlingen kunnen daar flink in huishouden. Aangezien de engerlingen verder naar beneden kruipen als gevolg van het injecteren of spuiten, vreten ze niet meer aan de graswortels. En als een rozenstruik de stoffen opneemt, dan vinden luizen ze niet aantrekkelijk meer. Nee, planten gaan hierdoor niet naar knoflook smaken.”
Vaak gaat de telefoon als er een ziekte of plaag optreedt die moeilijk is te bestrijden met gangbare middelen. Zoals in het geval van eikenprocessierups. Op dat moment worden er proeven gedaan om een probleem te tackelen. Maar zeker bij een houtig gewas is dat een gecompliceerd verhaal, waarbij de groeiomstandigheden en de samenstelling van de grond ook een belangrijke rol spelen.

Verder ontwikkelen
Van Garderen en Kiel geloven in hun product, maar dat maakt hen geen fantasten. Sinds enige tijd heeft het bedrijf een eigen onderzoeker in dienst, die tot taak heeft het gedachtegoed verder te ontwikkelen. “Noem ons maar zakenmensen met een portie idealisme en realisme”, vindt Kiel. “Onze producten moet je dus niet zien als wondermiddel”, vult Van Garderen aan. “Ze zijn er niet om ziektes te bestrijden, maar om ze te voorkomen.”