zaterdag, augustus 04, 2018

Belichte tomatenteelt

Belgische tomatentelers: zwaardere belichting en LED-tussenlicht
LED-tussenlicht maakt het spel om topkwaliteit te telen nog leuker

Marja en Leo Verdonck- van Dessel van kwekerij Den Boschkant

Vlaamse tomatentelers zijn volop bezig om hun teelt te intensiveren. Twee bedrijven hebben vorig jaar de nieuwste generatie LED-tussenlicht modules laten installeren. Dit doen ze stapsgewijs om de investering te spreiden, maar ook om het effect goed te kunnen vergelijken met alleen toplicht. Het is opmerkelijk dat zij koers zetten op een nog beter product in het winterhalfjaar, waarbij ze productieverhoging als bonus meepikken.

Een voor een verwijdert een medewerker de bedrading van de assimilatiebelichting. Ditmaal voor de laatste keer, want Marja en Leo Verdonck - van Dessel van kwekerij Den Boschkant in Vremde (B) gaan de armaturen vervangen voor een nieuwe installatie. “Ieder voorjaar halen we alle armaturen weg om ze ’s zomers op te slaan, want we willen zoveel mogelijk natuurlijk licht naar binnen laten”, vertelt Marja.
Belgische tomatentelers zijn zeer gefocust op lichtbenutting, zo blijkt uit het rondje dat we samen met Piet Hein van Baar, plantspecialist bij Signify (voorheen Philips Lighting), vandaag maken langs zijn Vlaamse relaties. Zowel Den Boschkant als Primato van Kevin Pittoors in Putte hebben flink geïnvesteerd in belichtingssystemen. Beide bedrijven zijn in omvang enigszins met elkaar te vergelijken. Ze mikken op topkwaliteit, die zij afzetten via veiling BelOrta.

Tomaten en asperges
Het bedrijf van de familie Verdonck is 9 ha groot. In 2005 is het eerste deel gebouwd, waarna in 2010 het tweede deel volgde. Op de oude locatie, waar zij in 1986 begonnen, telen zij nu op 1,7 ha kasasperges. Leo heeft altijd tomaten geteeld, Marja was psychiatrisch verpleegkundige. Die twee activiteiten brachten zij bijeen door op hun bedrijf ‘groene zorg’ aan te bieden. “We bieden hier een zinvolle dagbesteding aan”, legt Marja uit. Het geeft voldoening als we soms nét dat verschil kunnen maken door mensen op weg te helpen.”
Binnen het assortiment op dit bedrijf worden altijd wat bijzondere tomatentypes getest, zoals de kleine tros pruimtomaat Lily. Het hoofdassortiment bestaat uit middensegment Brioso en de grotere pruimtomaten Prunus en Intense. De septemberplanting Prunus wordt halverwege het seizoen vervangen door een tussenplanting met vier koppen.

Veel licht, hoge plantdichtheid
In 2010 besloten zij om 4,3 ha te belichten met 180 µmol/m2/s SON-T lampen. Vorig seizoen zijn op 4,3 ha de derde generatie GreenPower Interlight modules van 75 µmol/m2/s toegevoegd. Daarmee komt de totale belichtingscapaciteit in dit deel van de kas op een forse 255 µmol/m2/s. Binnenkort valt de beslissing welke nieuwe installatie boven het gewas komt te hangen als de oude lampen worden vervangen.
De plantdichtheid is bij aanvang van de teelt hoog. Eigenlijk is Verdonck meteen op de eindafstand gestart van 30 cm (4,2 planten per m2). “We hebben voor dit systeem gekozen omdat we relatief vroeg planten. In september is er nog voldoende natuurlijk licht. Extra koppen aanhouden zou dan precies gebeuren op het moment dat het licht afneemt. Voor mij voelt dat niet helemaal goed. Bovendien vind ik altijd dat het aanhouden van een dief meer ongelijkheid geeft”, zo legt hij uit.

Betere trosstrekking
In het deel met tussenlicht worden de modules in hoogte verhangen, zodat de LED’s altijd ter hoogte van de zich ontwikkelende tros hangen. De plant heeft niet alleen profijt van het extra licht, maar ook van wat warmte. De temperatuur van de modules loopt op tot 38°C.
Sinds de aanvang van het belichtingsseizoen heeft de teler gemerkt dat de trossen zich beter ontwikkelen. Met name de strekking en uniformiteit bij Brioso valt hem op. De kwaliteit van het eindproduct is stabieler, hoewel de teler beseft dat hij wel aan de limiet zit qua plantafstand.
“Wij hoopten dat LED ook verbetering van smaak zou geven”, merkt zijn vrouw op. “Toen wij destijds SON-T lampen installeerden ging de kwaliteit, maar bovendien de smaak in de lichtarme periode erg vooruit. Tussenlicht draagt niet meer bij op dat vlak, is onze ervaring. Dat verschil merken we minder.”

Constante kwaliteit
Welke vervolgstappen het bedrijf in de toekomst gaat maken op gebied van belichting staat nog niet vast. Voor 100% LED’s zullen zij niet kiezen, omdat ze de warmteafgifte van de SON-T lampen van wezenlijk belang vinden voor het klimaat in de kas. Toch lokken ook de LED’s bovenin de kas, omdat de beperkte warmteafgifte toelaat om een langere periode te belichten.
Hun visie is om klassieke teelt en belichte teelt te blijven combineren, om zo een constant, uniform, duurzaam en lokaal geteeld product te kunnen leveren. Arbeid technisch is dat eveneens interessant. “We werken hier met een vaste ploeg medewerkers. In het verleden piekte de arbeid in de zomer. Nu hebben we op wat golfbewegingen na het hele jaar evenveel werk”, vindt Marja.
Sinds zij zijn gestart met belichten is biologische bestrijding van ziekten en plagen wel een uitdaging. “Het is lastig om plagen op te ruimen als je bedrijf nooit echt leeg is, besluit Leo.


Kevin Pittoors van kwekerij Primato en Piet Hein van Baar, Signify
Snelle groei
Het bedrijf van de familie Pittoors maakte in korte tijd een grote ontwikkeling door. Enkele jaren geleden was het bedrijf nog 3 ha groot, maar sinds zoon Kevin de gelederen versterkt is het gegroeid naar 16 ha. Eind 2015 startte de bouw van 6,2 ha, gevolgd door 6,2 ha in 2017, beide met diffuus glas met AR-coating. Het spiksplinternieuwe bedrijfsgebouw is om door een ringetje te halen.
Drie jaar geleden startte Kevin Pittoors nog met een onbelichte teelt. Inmiddels hangt boven de helft van het bedrijf 180 µmol/m2/s SON-T lampen, in vier stappen afschakelbaar. Sinds vorig jaar heeft 2,6 ha van de belichte afdeling tussenlicht modules gekregen, 75 µmol/m2/s. Het totale vermogen is dus gelijk aan dat van Den Boschkant. “Eigenlijk is het een uit de hand gelopen proef”, vertelt de ondernemer. “Het heeft geen zin om maar in een paar paden LED’s op te hangen. Je moet er ook de watergift op kunnen sturen, want extra belichte planten verdampen meer en hebben dus meer water nodig.”
Pittoors levert zijn middelgrove trostomaten binnen het BelOrta segment Elite. In de onbelichte afdeling teelt hij Foundation, in de belichte afdeling Xandor. Het laatste ras koos hij vooral vanwege het uithoudingsvermogen. Daarnaast teelt hij zowel belichte als onbelichte cherrytomaten Juanita, zonder de LED’s.

Belichting rustig opbouwen
Half oktober (week 42) is de belichte teelt geplant; 2,8 planten per m2. Achtereenvolgens hield hij bij de LED’s extra stengels aan in week 44, 47, 49 en week 10. Daarmee verhoogde hij de stengeldichtheid naar 3,2; 3,7; 4,2 en uiteindelijk 4,4 planten per m2. In de rest van de belichte afdeling is hij naar dezelfde eindafstand gegaan, maar volgens een trager schema. De trossen werden in de SON-T-afdeling gesnoeid op 5, in de LED-afdeling gedeeltelijk op 6.
De teler bouwt zijn belichtingsschema heel geleidelijk op. Pas veertien dagen na het planten gaat hij zijn SON-T lampen gebruiken, eerst op de donkerste dagen. In week 50 zit hij op de maximale belichtingsduur van 18 uur per etmaal. Van Baar: “Er is een wezenlijk verschil in belichtingsregime tussen de Nederlandse en Belgische telers. Nederlanders schakelen sneller over op intensief belichten, terwijl de zuiderburen dat rustiger aan doen.”
Ook het afbouwen in het voorjaar gaat geleidelijk. Op het moment dat de kastemperatuur boven 25°C stijgt, of zodra de instraling boven 700 W/m2 komt schakelt de teler zijn LED’s uit. In week 15 hebben de SONT-T-lampen voor het laatst gebrand. De teler: “Vanaf eind maart, begin april buigen we onze belichtingsstrategie om zodat het gewas ook in de zomer goede kwaliteit tomaten produceert.”

Blad blijft groener
De teler is zijn LED’s gaan inzetten op het moment dat de afstand tot de kop 30 cm was. Vervolgens kwamen ze gedurende de teelt naast de uitgroeiende tros te hangen. “We zagen al vrij snel flinke verschillen”, vertelt hij. “Je merkt dat het blad onderin groen blijft. Met het tussenlicht blijven alle bladeren actief, terwijl ze bij alleen SON-T-toplicht sterk verouderen.”
In het voorjaar, als de SON-T lampen niet meer branden, blijft hij de LED’s wel inzetten, zolang de temperatuur in de kas niet te ver oploopt. In de praktijk is dat vooral in de ochtenduren als kas en gewas nog koel zijn.
Pittoors heeft het afgelopen belichtingsseizoen al veel verschillen gezien tussen de gewassen met of zonder tussenlicht. “We zagen het gewas in de afdeling met LED’s snel sterker worden. Daarom hebben we de etmaaltemperatuur een halve graad omhoog bijgesteld en verschillen gemaakt in het bijzetten van de extra stengels.”
Om alvast een voorproefje te nemen op het volgende teeltseizoen geeft hij aan dat hij zijn LED’s sneller zal inzetten. Bovendien overweegt hij om met 3,75 stengels per m2 te starten. “Dat wilden we dit jaar nog niet doen. De kas, de installatie, alles is nieuw. Dat is niet het moment om de grenzen op te zoeken. Je wilt namelijk niet het risico nemen dat het gewas te zwak komt te staan.”

Langere levensduur
Beide bedrijven hebben een hogere productie gehaald in de afdelingen met LED’s. Het productievoordeel weegt uiteraard mee in de afweging of een dure belichtingsinstallatie rendeert en die doelstelling is ruimschoots gehaald. Het al dan niet inzetten van LED’s als tussenbelichting moet bijdragen aan productie, kwaliteit en bedrijfszekerheid. Pittoors had bijvoorbeeld op 1 mei een meerproductie van 25% in de afdeling met LED’s.
“Iedere mol toplicht levert bijvoorbeeld tien gram tomaat op. Iedere mol tussenlicht heeft een efficiëntie die anderhalf keer hoger ligt”, zegt Van Baar. Per watt leveren de LED’s 3 µmol/m2/s groeilicht, tegenover 1,8 µmol/m2/s SON-T licht. “Daar komt dan nog – zoals wij dat noemen – een X-factor bij, vanwege de volledige benutting van het lichtspectrum en de plaats van het licht in het gewas.”
Deze verbetering in rendement moet het verschil goedmaken tussen de investering in SON-T lampen of een hybride installatie met LED’s. Het grote voordeel van de LED’s is dat ze minimaal drie keer zo lang meegaan als SON-T lampen. Voor Belgische telers is de investering in efficiëntere LED’s iets sneller rond te rekenen dan voor Nederlandse telers, vanwege de hogere elektriciteitsprijzen.










maandag, mei 14, 2018

Bouvardia


Vreeken Bouvardia over duurzaam energiegebruik:
‘Overschakeling naar gelijkspanning kan flinke energiebesparing opleveren’

In tuinbouwgebied PrimA4a vinden volop experimenten plaats met duurzaam energieverbruik. Vreeken Bouvardia laat momenteel de belichtingsinstallatie ombouwen van wisselspanning naar gelijkspanning, want dit kan een behoorlijke besparing op elektriciteit opleveren. Het is een spannend project, maar Vreeken ziet het wel zitten. Hij gaat een flinke uitdaging niet uit de weg.

In tegenstelling tot veel andere sierteeltgewassen hoef je bouvardia’s niet permanent te belichten. Eens per tien tot twaalf weken worden de bloemen geoogst en het gewas teruggesnoeid. Daarna volgt de vegetatieve fase, waarin het gewas de eerste veertien dagen met minder licht toe kan en de lampen niet permanent hoeven te branden. Dat gebeurt nu nog niet, omdat zo’n vak gewoon mee loopt in het totale belichtingsschema.
Hoe mooi zou het zijn als je op elektriciteit kan besparen door boven bepaalde plantvakken lampen aan en af te schakelen of te dimmen via een mobiele app of via de computer? Deze gedachten spelen door het hoofd van Jaap Vreeken in Rijsenhout sinds hij betrokken is bij het project Demonstratie Ontwikkeling Energie-infrastructuur DC (DOE DC) in tuinbouwgebied PrimA4a.

maandag, mei 07, 2018

Radijs



Zülküf Yilmaz eerste radijsteler met hybride belichting
‘Met belichten kan ik mijn teelt beter plannen en sturen’


De speciale strook zandgrond langs de Westlandse kust, die zich uitstrekt van Hoek van Holland tot voorbij Monster, is het territorium van Zülküf Yilmaz, beter bekend als ‘Zoef’. Een half jaar geleden heeft hij als eerste radijsteler in Nederland een hybride belichtingsinstallatie laten installeren. De eerste resultaten van het belichten bevallen hem goed.

Op deze heldere voorjaarsdag is het niet echt nodig om de belichtingsinstallatie te gebruiken, maar Zülküf Yilmaz is zo vriendelijk om deze toch aan te zetten. Via een signaal van zijn mobiele telefoon schakelen de strengen LED’s kap voor kap aan. Radijs onder belichting, het is een volledig nieuwe ontwikkeling binnen deze teelt. Dat geldt ook voor de vele andere ideeën die de ondernemer wil gaan toepassen. Binnen een tijdsbestek van twintig jaar groeide Yilmaz volledig op eigen kracht uit tot de grootste radijsteler van Nederland, waarbij hij goede contacten onderhoudt met zijn collega’s.

zaterdag, januari 13, 2018

Tuinbouw Ondernemersprijs 2018


De Lepelaar, Sint Maarten

Duurzaamheid loopt als een rode draad door ons bedrijf

Op het vlakke land van Noord-Holland, tussen gras, kool en bloembollen, ligt biologisch dynamische bedrijf De Lepelaar. Het bijzondere bedrijf heeft zich in ruim 45 jaar ontwikkeld van een klein initiatief tot vollegrondskwekerij en glastuinbouwbedrijf van meer dan 70 ha. Oprichter Jan Schrijver en zijn vrouw Inge willen op weg naar duurzaamheid een relatie aangaan met de natuur. Hun opvolgers vervolgen die missie en combineren principiële waarden met moderne methoden.  

Wie kon in 1971 bedenken dat de biologische land- en tuinbouw nog eens zo’n belangrijke rol zou spelen binnen de samenleving? Jan Schrijver waarschijnlijk niet. Hij startte zijn bedrijf vanuit de fundamentele visie dat het ecosysteem onder druk kwam te staan, waardoor een verstoring van de planten- en dierenwereld optrad. De duurzaamheidsfilosoof was destijds nog een roepende in de woestijn, tegenwoordig vallen de keiharde feiten niet meer te ontkennen.
“Er waren tijden dat mensen van heinde en verre met het openbaar vervoer naar De Lepelaar kwamen om hun voorraden biologische groenten in te slaan”, vertellen zijn zoon Reinout Schrijver en zijn medevennoot Joris Kollewijn. Deze twee zijn inmiddels mede-eigenaar geworden van het grootste deel van het onroerend goed.

donderdag, januari 11, 2018

Tuinbouw Ondernemersprijs 2018


Royal Lemkes, Bleiswijk

Geen maximale winst, maar maximale impact

Royal Lemkes vormt een belangrijke schakel tussen sierteeltbedrijven en de grootschalige retail in Europa. Wie denkt dat het bedrijf puur gericht is op het behalen van maximale winst heeft het mis. De leiding wil met name impact maken naar hun medewerkers, hun klanten en binnen de samenleving. De missie is ‘duurzame groei’ van medewerkers, relaties en de wereld waarin Royal Lemkes opereert.

Zet een toegewijd ondernemer, een door de wol geverfde manager en een logistiek specialist bij elkaar en er ontstaat iets bijzonders. Grotere verschillen in persoonlijkheid en achtergrond kun je niet bedenken tussen het drietal dat leiding geeft aan Royal Lemkes. Het is dat ze werden geattendeerd op deelname aan de Tuinbouw Ondernemersprijs, want in hun aard zijn deze mensen bescheiden. “Maar wacht even, misschien is de tijd er wel rijp voor”, dachten ze.
In een paar jaar tijd heeft een professionaliseringsslag plaatsgevonden binnen het bedrijf dat planten en diensten aanbiedt aan de grootschalige retail in Europa. Er waait een fris briesje uit een nieuwe windrichting. “We zijn er nu klaar voor”, vinden Cees van der Meij, Michiel den Haan en Michiel van Veen, die trots zijn op hun Lemkes-familie. “We mogen het vieren dat we zover zijn gekomen, vooral voor onze mensen die het bedrijf dragen. Bovendien willen we graag anderen inspireren om ook bezield te ondernemen.”

dinsdag, januari 09, 2018

Ondernemerschap



Tien jaar Thanet Earth en de naderende Brexit
‘Niet bang zijn om onverwachte strategische zetten te doen’

Glastuinbouwbedrijven met expansiedrift zullen in de toekomst vaker kiezen voor een buitenlandse locatie in de buurt van hun directe afzetmarkt. Thanet Earth in het Verenigd Koninkrijk is een antwoord op de vraag naar ‘British produced’. Tien jaar na dato is het bedrijf succesvol gegroeid dankzij de intensieve samenwerking tussen Nederlandse telers en een Engelse handelspartij. ‘Zo’n alliantie werkt’, vertellen de initiatiefnemers.

Engeland is altijd een belangrijk afzetland geweest voor Nederlandse glasgroenten. Het begon in de crisisjaren van de vorige eeuw met export van tomaten vanuit het Westland en het groeide uit tot intensieve contacten tussen teeltbedrijven, handel en Engelse retailers.

Over de grens telen
Telen aan de overkant van het kanaal, op een plaats dichtbij de afzetmarkt, was de volgende zet op het schaakbord. Nederlandse telers namen de gezamenlijk de stap om het glastuinbouwbedrijf Thanet Earth te bouwen. Zij speelden daarmee in op de ‘local for local’ trend, omdat Engelse consumenten graag Brits product kopen. De eerste locaties waren nauwelijks in productie toen de bankencrisis uitbrak, maar het bedrijf wist zich goed te ontplooien. Inmiddels tien jaar later is het zesde bedrijf in aanbouw en is het in areaal verdubbeld. Het gaat eigenlijk heel goed met het modernste glastuinbouwbedrijf van Groot Brittannië.

maandag, januari 08, 2018

Ondernemerschap

Het hele directieteam van AgroCare. Van links naar rechts: Nic van Roosmalen, Marco Zuidgeest, 
Kees van Veen, Ad van Kester, Philip van Antwerpen, Bas Eilander en Paul Grootscholten


Eén jaar na de fusie tussen Agro Care en Kesgro

‘Groei is nodig om je mensen kansen en uitdagingen te bieden’

De fusie tussen Agro Care en Kesgro was geen hele grote verassing. De bedrijven werkten al op veel punten samen. Juist die samenwerking vormt nu de basis voor een evenwichtige cultuur binnen het nieuwe bedrijf. Een jaar later zijn de jeugdvrienden Philip van Antwerpen en Kees van Veen zichtbaar tevreden. “Als je allemaal graag wilt, verloopt zo’n samensmelting vlot.”

“We hebben allebei het vak geleerd bij Jos Looije van Looye Kwekers.” Philip van Antwerpen en Kees van Veen kijken elkaar lachend aan. Ze waren jong, net van school, met veel, heel veel ambitie en respect voor hun leermeester. Meer dan twintig jaar later kijken ze vanuit hun kantoor over de kasdekken van het Westland. Beneden in de hal van Greenpack gaat het sorteren en verwerken van hun tomaten en de producten van nog drie grote vruchtgroentebedrijven continu door.
Heel erg veranderd lijken ze niet. Toch lijkt Philip, die net terug is uit Tunesië, nu pas te beseffen wat er in die vijfentwintig jaar is gebeurd. Toen keek hij met groot respect op tegen toonaangevende tomatentelers. Nu is Agro Care onderdeel van die groep.

vrijdag, januari 05, 2018

Interview

Agnes van Ardenne één jaar voorzitter van Naktuinbouw




‘Zoeken naar consensus, dat is
 mijn manier van werken’





Een jaar na het aantreden van voorzitter Agnes van Ardenne waait er een fleurige frisse wind door het pand van Naktuinbouw als haar snelle hakjes door de gangen tikken. Met een flinke zwaai aan de deurknop valt ze met de deur in huis. Deze omgeving past haar als een jas. “Het is gewoon als thuiskomen”, zegt ze met een glimlach.


“Dat ik voor deze functie ben gevraagd is bijzonder.” Aan het woord is Agnes van Ardenne, die in januari 2017 Henk Lange opvolgde als voorzitter van Naktuinbouw. Bevlogen vertelt zij over de nationale en internationale ontwikkelingen van de tuinbouw en de rol die de keuringsdienst daarin kan vervullen.
Geboren als Westlandse tuindersdochter werkte zij zich met een gezonde dosis goed verstand op tot staatssecretaris en minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Na haar politieke carrière was zij Permanent Vertegenwoordiger van Nederland bij de Wereldvoedselorganisatie FAO in Rome. Bijna vier jaar leidde zij het Productschap Tuinbouw, onder andere door de woelige periode van de EHEC crisis, naar de afbouw van het schap. Sinds kort heeft ze ook de taak van waarnemend burgemeester van de gemeente Westland op zich genomen. Het ontbreekt haar niet aan energie en een flinke dosis doorzettingsvermogen.

donderdag, november 30, 2017

LED



Led's in the picture

De roze gloed van Led's valt op. Twee dagen geleden schreef het Algemeen Dagblad nog over 'Het nieuwe 'Westerlicht' of een groot bordeel?' Vandaag trokken de Led's van Koppert Cress de aandacht in The New York Times, ter aankondiging van een tentoonstelling van Rem Koolhaas in het Guggenheim. Met mijn foto. Top!


woensdag, november 29, 2017

Calla op substraat


John Vis schakelt over van vollegrond naar substraat
‘Hoe je deze teelt precies in de vingers krijgt is nog niet bekend’

Overschakelen van vollegrond naar substraatteelt calla’s heeft letterlijk veel voeten in aarde. Maar als het goed lukt zit er een teeltversnelling in en gaat het werkplezier er flink op vooruit. Desondanks is het aftasten hoe de planten reageren op het beperkte substraatvolume. “Het is een grote overgang in het aansturen van de teelt”, vindt John Vis.

Het is hartje zomer. Bij VisCalla in Almere staat een tractor op het pad die het oude gewas met gronddoeken uit de kap naar voren trekt. De heftruck rijdt af en aan. De eerste grondteelt van dit jaar zit er op. Verderop in de kas staat een volwassen gewas in containers op stellingen. “Het is een systeem dat ook bij gerbera’s wordt gebruikt. We hebben de kas op afschot laten egaliseren en zelf de stellingen geplaatst”, vertelt teler John Vis.

Eerste proef
Hij ging niet over één nacht ijs bij deze verandering. Een jaar geleden startte hij eerst een proef van een paar kappen, waarbij de planten op stellingen staan. Langzaamaan breidt het systeem zich uit over zijn hele bedrijf. Hij is nu ongeveer op de helft. Aanleiding voor deze stap is het gevoel dat de grond (zware zavel/klei) na veertien jaar calla’s telen wat uitgeput raakt. Op substraat telen maakt bovendien meerdere handelingen overbodig of lichter, zoals het steeds terugkerende stomen en het diep bukken bij de oogst.
Er zijn meer callatelers die op substraat telen. Populair is de witte 23 liter substraatbak waar meerdere planten naast elkaar staan. “Dat wilde ik niet”, legt hij uit. “Calla is gevoelig voor Erwinia. Als één plant is aangetast kan deze de andere planten besmetten.” Dus koos hij voor een 3 liter container, waar één (knolmaat >20) of twee knollen (knolmaat 14) in staan, die hij makkelijk kan verenkelen als er een plant uitvalt.

zondag, juli 09, 2017

Grassen en vaste planten


Paradijs in Hummelo

“Kom binnen, kijk lekker rond en geniet. Piet heeft zich verstopt, die zit te ontwerpen. Weer een nieuwe opdracht.’ Anja loopt heen en weer tussen de bezoekers en schudt haar hoofd. Ze is gastvrij, maar ook een beetje moe. “We gaan nu voor een maand dicht. Op vakantie. Ergens waar mensen Piet niet herkennen, zodat we rust hebben, kunnen zwemmen en niet aan ons werk hoeven te denken.”


Het is zaterdagmiddag. Een mooie dag in juli. Windstil en zonnig. Ik geef mijn ogen de kost. Voor me ligt de privétuin van Piet en Anja Oudolf. De plek waar ze jarenlang een kwekerij hadden, maar die inmiddels volledig is omgetoverd tot een paradijstuin waar Adam en Eva jaloers op zouden zijn. Prairiegrassen, schijnbaar achteloos door elkaar geplant. Hier en daar piepen kleurige bloemen boven het gras uit of verrijst een contrasterende structuur. Alsof een onzichtbare hand klakkeloos wat zaadjes heeft gestrooid die toevallig precies op het ideale plekje zijn gevallen. Diepblauwe kogeldistels, oranje Asclepias en forse Baptisia-struiken. Steeds valt er weer iets nieuws te bewonderen. Ik raak niet uitgekeken. Het enige geluid dat je hoort zijn gedempte stemmen van wat plantenliefhebbers die ruimschoots worden overstemd door het gezoem van bijen en lome, zware hommels. Vlinders strijken neer op de bloemen van de rode zonnehoed en laten hun vleugels zachtjes heen en weer wiegen.

Oudolf, zijn er nog plantenliefhebbers die zijn werk niet kennen? Ongeveer vier jaar geleden kocht ik het boek ‘Plannen en planten’ dat hij samen maakte met Noel Kingsbury. Het was voor mij een eyeopener, een inspiratiebron voor het herinrichten van het plantsoen naast mijn huis. De gemeente rooide op mijn verzoek alle oude struiken en ik mocht plantmateriaal uitzoeken. In ruil daarvoor zou ik het landje schoon houden. Dat plan stond me niet tegen, want schoffelen is voor mij een beetje meditatie. Het doet me wegdromen naar de tijd waarin mijn vader en ik de moestuin achter het huis onderhielden. Met de voorbeelden uit het boek in mijn achterhoofd leek me het onderhouden van een grassentuin een peulenschilletje vergeleken een bewerkelijke moestuin.

De werkelijkheid is natuurlijk weerbarstiger. Ik krijg wat gezonde tegenwerking van heermoes en brandnetels. Niet erg, de aanhouder wint. Wie mijn enthousiaste posts een beetje heeft gevolgd weet dat de tuin er na drie jaar best-wel-oké uitziet voor een goedwillende ‘beginner’. Durf ik mijn neus om de hoek van mijn voordeur te steken dan krijg ik veel veren in mijn, eh, bips gestoken van alle buren die dagelijks hun rondje met hondje lopen. Al die schouderklopjes hebben mij een beetje overmoedig gemaakt.

Maar dan Hummelo. Ik sta meteen weer met twee voeten op de grond. Wat heb ik nog veel te leren, bedenk ik. Wat ben ik nog een amateur. Onder een afdakje in de schaduw zit ik een beetje te mijmeren en nieuwe plannen te maken. In de verte zie ik een witte kuif boven de graspluimen uitsteken. Hij sluipt door zijn tuin naar de schuur en verdwijnt geruisloos uit het zicht van zijn fans. Anja komt nog even naast me staan. “Ach ja, ze komen van heinde en verre. Vanmorgen nog een taxi op de dam met Australiërs. Speciaal voor hem gekomen. Amerikanen, Aziaten, allemaal op bedevaart.”


Het laatste jaar is aangebroken voor het openstellen van hun privétuin, vinden Anja en Piet. Dan is het genoeg geweest. Een nieuwe generatie plantenkwekers en hoveniers neemt het stokje over. De tuin van Eden is dan alleen nog van Adam en Eva, waar ze in alle vrijheid onbespied kunnen rollebollen. Maar de ideeën leven voort. Hiernaast in mijn plantsoen, bijvoorbeeld. En inmiddels ook een paar huizenblokken verder. En in een wijk verderop. Allemaal heel verschillende paradijsjes, waar mensen schop en schoffel oppakken. Piet’s visie woekert als onkruid en vindt een vruchtbare bodem.

donderdag, juni 29, 2017

Korte ketens

Dit interview verscheen in het themanummer Korte Ketens van Agrarisch Nieuws, ABN AMRO


Drees Peter van den Bosch
‘Extreem belangrijk om verbinding te houden met je eten’

Herinrichten van de voedselketen is een missie die Drees Peter van den Bosch op het lijf is geschreven. Voedselsystemen die binnen een straal van driehonderd kilometer zelfvoorzienend zijn leveren naast besparing op transport ook nieuwe verbindingen op. Burgers en boeren leren elkaar begrijpen. Korte ketens zijn de toekomst, vindt hij.

Zoek naar de juiste weg die als ondernemer bij je past. Dat kenschetst de weg die Drees Peter van den Bosch aflegt. Als zoon van een dierenarts met melkveehouderij en student Agrosysteemkunde aan Wageningen University&Research, is hij geïntrigeerd door duurzame lokale en wereldwijde landbouwproductiviteit die voedselzekerheid waarborgt.
“Interesse voor de voedselketen hoort gewoon bij me”, legt hij uit. “Als kleine jongen hield ik de melkprijzen al bij voor mijn vader.” Vol enthousiasme begon hij aan een veelbelovende carrière bij Unilever.

‘Wij willen in totaliteit een alternatieve voedselketen zijn’


Maar onderwijl begon het te schuren. Hij zag welke impact de huidige inrichting van de voedselketen heeft op landbouwbedrijven en op transportafstanden. Bovendien groeide het besef dat hij zijn kinderen wilde grootbrengen met verse, gezonde maaltijden. Samen met collega Willem Treep richtte hij daarom in 2009 Willem&Drees op, dat supermarkten en cateringbedrijven voorziet van lokale, verse producten. Van den Bosch: “Wij willen het mensen makkelijk maken om voedsel uit hun regio te kopen.”

Kwekersrecht


Preventie inbreuk op kwekersrecht

‘Zonder snelheidscontroles rijdt 
iedereen te hard’

Illegale vermeerdering van kwekersrechtelijk beschermde rassen kan een incident zijn, maar ook dermate grote proporties aannemen dat het de sector schaadt. Een web van bedrijven en organisaties houdt zich wereldwijd dagelijks bezig met plantaardig recherchewerk. Een pittige veroordeling werkt preventief, zo blijkt.

Ze kennen elkaar goed. Af en toe delen ze hun kennis en adviseren ze elkaar. Toch heeft iedereen zijn eigen specialisatie. Geert Staring bijvoorbeeld, vertegenwoordigt de belangen van veredelaars van aardappelen en graszaden namens het in Brussel gevestigde Breeders Trust. In hetzelfde gebouw houdt Casper van Kempen van het Anti Infringement Bureau (AIB) kantoor. Hij houdt zich bezig met de belangen van groentezadenveredelaars en –vermeerderaars. In ’s-Gravenzande is Royalty Administration International(RAI) gevestigd. Dit bedrijf begeleidt veredelaars van sierteeltgewassen bij het aanvragen en innen van royalties. Maarten Leune zwaait er de scepter. De klantenkring van Reinier van Rijssen van het bedrijf Planttipp uit IJsselstein, bestaat voornamelijk uit veredelaars van bomen, heesters en vaste planten.
Centraal in hun werk staat het beheren en bewaken van het intellectueel eigendom van veredelingsproducten. Doorgaans verloopt dat goed en naar ieders tevredenheid. Maar alertheid is geboden, want er zijn bedrijven die de regels rond afdracht van royalties bewust aan hun laars lappen. Om dat te bewijzen maken zij gebruik van de diensten van Naktuinbouw en laboratoria over de hele wereld. Via de Variety Tracer kunnen zij mogelijke fraude aantonen.

dinsdag, april 25, 2017

Paprika


Intensief gebruik scherminstallatie door Het Nieuwe Telen
‘Dubbel scherm speelt sleutelrol in zoektocht naar evenwichtig klimaat’

Je moet geen oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt, vindt paprikateler Stephan Persoon. Toch gaat hij samen met teeltmanager Roel Klapwijk de weg van Het Nieuwe Telen verkennen. In plaats van vervangen van het oudere schermdoek kozen zij juist voor de aanleg van een tweede klimaatscherm. Het was nog even puzzelen om deze installatie goed uit te voeren.

De eerste groene paprika’s zijn geoogst, bij Personal Vision in Bleiswijk. Het nieuwe seizoen staat voor de deur. Er zijn veranderingen op komst op het 7 ha grote bedrijf van Stephan en Thea Persoon, want sinds kort versterkt zoon Roy het team. Het bedrijf teelt drie verschillende hoofdrassen rode paprika’s. Daarnaast staan er proeven met nieuwe rassen van verschillende veredelingsbedrijven. Dit brede pallet hangt samen met het karakter van deze onderneming. Persoon regelt zijn eigen afzet, zonder tussenkomst van een telersvereniging. Iedere handelspartij heeft zo zijn voorkeur en met meerdere rassen in huis kan Persoon aan deze wensen voldoen.

maandag, maart 27, 2017

Bijvriendelijk


Potplantenteler lanceert label ‘Bee friendly grown’
‘Voorzichtig met onze bijen, dat moeten 
we vertellen’

Niet alleen burgers maken zich zorgen om de bijenstand, telers denken daar net zo over. Tim Koene bijvoorbeeld wil alleen middelen toepassen die niet schadelijk zijn voor bestuivers. Dat doet hij met het label ‘Bee Friendly Grown’. Om deze boodschap duidelijk en krachtig over te brengen zoekt hij naar collega’s die daar net zo over denken.

Het is topdrukte bij Beauty Plants in Maasland. Terwijl vader Nol Koene in de auto met aanhanger het erf af rijdt heeft zoon Tim zijn mobieltje in de aanslag. De bestellingen rollen binnen. Op het 4,5 hectare grote bedrijf zijn vader en zoon actief in drie takken van sport. De hoofdteelt is de bloeiende heester Camellia, die verwant is aan de theeplant. Het tweede gewas is Anigozanthos, ofwel het kangoeroepootje. Deze plant wordt voornamelijk geteeld als snijbloem, maar de familie Koene teelt deze als potplant. Het derde gewas is de kuipplant Mandeville, waarvan de familie Koene de serie Sundaville teelt.

maandag, februari 13, 2017

Biobased Economy

Kenniscentrum Plantenstoffen maakt zich sterk voor inhoudsstoffen
‘Serieuze vergroening blijft niet lang meer uit ’


Gaan we weer natuurlijke indigo gebruiken als kleurstof van spijkerbroeken? Zal de grootste fabrikant van cola straks weer echte vanille gebruiken in plaats van synthetische smaakmakers? Veel consumenten kiezen bewust voor producten op natuurlijke basis. De glastuinbouw kan goed op deze trend inspelen door zich te specialiseren in de teelt van bijzondere grondstoffen. We staan aan de vooravond van een bijzondere transitie, voorspelt Jan Smits.

Vanille is één van de duurste specerijen ter wereld. De prijs van de gedroogde, gefermenteerde peulen van de vanilleplant varieert van 25 tot 500 dollar per kilo op de wereldmarkt en stabiliseerde de laatste jaren rond de 100 dollar per kilo. Het is een gecompliceerde markt, die wordt beïnvloed door aanbod van synthetische vanille en sterk schommelend areaal. Stijgt de prijs, dan wordt er meer aangeplant. De boeren op Madagaskar, die ongeveer twee derde van de wereldproductie voor hun rekening nemen, worden er niet rijk van. Bovendien schommelt de kwaliteit van het eindproduct in kwaliteit, mede omdat de verwerking van het eindproduct zeer specialistisch werk is en afhangt van de grilligheid van de natuur.

LED

LED’s combineren met duurzame cherrytomatenteelt
Dit jaar veel aandacht voor verzamelen en bestuderen van data

Op zoek naar ‘De duurzame smaaktomaat’ is de titel die de jongste proef met LED’s bij het Delphy Improvement Centre heeft meegekregen. Na de rassen Komeett en Merlice is het nu de beurt aan Juanita om deel te nemen aan dit experiment. De relatie plantgewicht, gemiddeld vruchtgewicht en smaak krijgt veel aandacht. Een jaar van meten en wegen.



woensdag, januari 18, 2017

Winter

Rijp


Ben ik even blij dat ik vorige week het gras nog niet heb gemaaid. Zo'n uitzicht vanaf mijn werkplek is toch onbetaalbaar. 








donderdag, januari 12, 2017

Tuinbouw Ondernemersprijs 2017

Op 11 januari 2017 viel JUBHolland uit Noordwijkerhout in de prijzen. Dit familiebedrijf won de Tuinbouw Ondernemersprijs 2017. En wel in het hart van de bollenstreek: De Keukenhof. 
JUB Holland gaat zorgzaam om 
met milieu en kwaliteit


Hoe maak je het onderscheid in de bollensector waar de concurrentie groot is? Dat kan alleen door het heel erg goed te doen, betrouwbaar te zijn en door zorg te dragen voor de leefomgeving. JUB Holland is al meer dan honderd jaar actief en heeft een goede naam in de sector. Jaap-Jan Uittenbogaard geeft een impressie van het familiebedrijf, maar is vooral bescheiden over de positie die het inneemt.

In de tuinen van Paleis Het Loo, Villa Eikenhorst en Paleis Huis ten Bosch bloeien ieder jaar bolbloemen van JUB Holland (Jac. Uittenbogaard & Zonen). Al ruim veertig jaar levert het bloembollenbedrijf uit Noordwijkerhout tulpen, narcissen en andere bloembollen aan de koninklijke familie.
“Sinds ons honderdjarige bestaan, zes jaar geleden, mogen we ons als enige bloembollenbedrijf Hofleverancier noemen”, vertelt Jaap-Jan Uittenbogaard die het woord voert namens zijn familie. Hij is trots op dit predicaat. “Je hoeft hiervoor niet noodzakelijkerwijs aan het Koninklijk Huis te leveren, maar we zijn zeer vereerd dat wij dit wel mogen doen. Het wil toch zeggen dat onze naam bekend is bij de Koninklijke Familie.

maandag, januari 09, 2017

Bedrijfsovername

Prof.dr. Pursey Heugens, Rotterdam School of 
Management Erasmus University


‘Snoeien doet groeien, geldt voor 
overname familiebedrijf’

Noem het een zaagtandeffect. Bij familiebedrijven gebeurt de overdracht van de ene op de andere leidinggevende veel minder frequent en meer schoksgewijs dan in andere takken van het bedrijfsleven, waar CEO’s en bestuurders regelmatig wisselen. Tel daarbij op dat de aftredende generatie soms lastig de touwtjes uit handen geeft en zich ertoe moet zetten om de nieuwe generatie vrijheid te geven. Zo’n situatie ondermijnt de ontwikkeling van een gezond bedrijf en maakt het kwetsbaar.

Familiebedrijven lopen bij de overdracht bovengemiddeld grote risico’s ten opzichte van bedrijven waar familiebanden niet spelen. Slechts 30% van de familiebedrijven overleeft de eerste generatiewisseling. Na de tweede wisseling is dat nog maar 13% en na de derde nog maar 3%. Deze keiharde feiten liegen er niet om. Ze zijn aanleiding tot een gesprek met Pursey Heugens, die met helikopterblik het Nederlandse en internationale bedrijfsleven bekijkt.
Zijn kantoor is maar een steenworp verwijderd van Westland en Oostland. Hij kent de tuinbouw goed. “Hier komen veel eerste generatie studenten, afkomstig van tuinbouwbedrijven” vertelt hij. Hij ziet echter niet veel verschillen in structuur tussen familiebedrijven in de tuinbouw en familiebedrijven in andere sectoren van het bedrijfsleven.
Heugens deed onderzoek naar strategieverandering na generatiewisseling in familiebedrijven. “We verzamelden data van grote, deels beursgenoteerde familiebedrijven, maar die komen in alle sectoren voor”, meent hij. De conclusies van dit onderzoek gelden volgens hem net zo goed voor de land- en tuinbouw.