donderdag, november 30, 2017

LED



Led's in the picture

De roze gloed van Led's valt op. Twee dagen geleden schreef het Algemeen Dagblad nog over 'Het nieuwe 'Westerlicht' of een groot bordeel?' Vandaag trokken de Led's van Koppert Cress de aandacht in The New York Times, ter aankondiging van een tentoonstelling van Rem Koolhaas in het Guggenheim. Met mijn foto. Top!


woensdag, november 29, 2017

Calla op substraat


John Vis schakelt over van vollegrond naar substraat
‘Hoe je deze teelt precies in de vingers krijgt is nog niet bekend’

Overschakelen van vollegrond naar substraatteelt calla’s heeft letterlijk veel voeten in aarde. Maar als het goed lukt zit er een teeltversnelling in en gaat het werkplezier er flink op vooruit. Desondanks is het aftasten hoe de planten reageren op het beperkte substraatvolume. “Het is een grote overgang in het aansturen van de teelt”, vindt John Vis.

Het is hartje zomer. Bij VisCalla in Almere staat een tractor op het pad die het oude gewas met gronddoeken uit de kap naar voren trekt. De heftruck rijdt af en aan. De eerste grondteelt van dit jaar zit er op. Verderop in de kas staat een volwassen gewas in containers op stellingen. “Het is een systeem dat ook bij gerbera’s wordt gebruikt. We hebben de kas op afschot laten egaliseren en zelf de stellingen geplaatst”, vertelt teler John Vis.

Eerste proef
Hij ging niet over één nacht ijs bij deze verandering. Een jaar geleden startte hij eerst een proef van een paar kappen, waarbij de planten op stellingen staan. Langzaamaan breidt het systeem zich uit over zijn hele bedrijf. Hij is nu ongeveer op de helft. Aanleiding voor deze stap is het gevoel dat de grond (zware zavel/klei) na veertien jaar calla’s telen wat uitgeput raakt. Op substraat telen maakt bovendien meerdere handelingen overbodig of lichter, zoals het steeds terugkerende stomen en het diep bukken bij de oogst.
Er zijn meer callatelers die op substraat telen. Populair is de witte 23 liter substraatbak waar meerdere planten naast elkaar staan. “Dat wilde ik niet”, legt hij uit. “Calla is gevoelig voor Erwinia. Als één plant is aangetast kan deze de andere planten besmetten.” Dus koos hij voor een 3 liter container, waar één (knolmaat >20) of twee knollen (knolmaat 14) in staan, die hij makkelijk kan verenkelen als er een plant uitvalt.

Logische keuze
Op zijn zoektocht naar een potgrondleverancier kwam hij uit bij Van der Knaap Groep. Dat was voor hem een logische keuze, want deze leverancier heeft ervaring met dit soort substraatteelten en de begeleiding ervan. Het bedrijf kan bakken en containers compleet geplant aanleveren. “Zelf kies ik daar niet voor, want ik wil graag mijn knollen beoordelen voor en tijdens het planten. Het welslagen van een teelt is voor een groot deel afhankelijk van goed plantmateriaal”, verklaart hij. “Maar hun expertise op het gebied van grondmengsels sprak me aan.”
Accountmanager Marcel Kindermans hielp hem bij het samenstellen van het juiste potgrondmengsel. “We hebben het mengsel dat we ook voor de teelt in bakken gebruiken gekopieerd naar de potten. Het bestaat uit grove kokos, kokosgruis en veen, aangevuld met een voorraadbemesting.”

Hogere stellingen
De eerste proef in containers bleek een flinke zoektocht. Aanvankelijk gaf de teler teveel water, omdat hij uitging van een hoog percentage drain. Dat idee kwam voort uit andere teelten, maar had geen goed effect op calla’s. In het begin van de teelt bleef de potgrond te nat, waardoor veel uitval optrad. “Hoe je deze teelt nu precies in de vingers krijgt, dat is gewoon nog niet bekend”, legt de teler uit. Uiteindelijk viel de oogst mee en was de kwaliteit goed.
Ook bleek al snel dat hij de stellingen iets te laag had gemaakt. Dit gaf problemen bij de teeltwisseling. In de substraatteelt gebruikt hij ook het gronddoek en de ruimte tussen containers en de ondergrond was te klein om de oude planten vlot naar voren te trekken. Afgelopen najaar installeerde hij daarom hogere stellingen in de hele afdeling, waardoor meer ruimte ontstond tussen stelling en kasoppervlak.
In de proef maakte Vis een opstelling van drie containers naast elkaar. De middelste rij bleef iets achter en was moeilijker te oogsten. Daarom veranderde hij de bedbreedte van drie naar twee containers. De plantafstand bleef gelijk, namelijk 8,8 planten per m2. Maar de allergrootste verandering was het watergeefregime. Een drogere start dit voorjaar zorgde voor een veel betere weggroei en minder uitval. Zodra wortels en gewas zich goed ontwikkelden ging hij meer water geven.

Kleine volumes
“Het is een grote overgang van vollegrondsteelt naar substraat in zulke kleine volumes”, vindt Kindermans. “Het grote voordeel van een pot is dat je heel precies kunt sturen met watergift en meststoffen. Dat is meteen de grootste uitdaging.” Vis laat zijn substraat daarom iedere veertien dagen bemonsteren en past naar aanleiding van de uitslag zijn bemestingsschema aan.
Speciaal voor deze teelt schafte hij een tweede waterunit aan, om de grondteelt op de andere helft van zijn bedrijf apart te sturen van de substraatteelt. Op de potten ligt een druppelslang. De volveldse regenleiding bovenin de kas gebruikt hij alleen nog voor een broesje, als de planten nog klein zijn en het klimaat in de kas er om vraagt.

Planten voortrekken
De substraatteelt biedt nieuwe kansen om te ‘spelen’ met het teeltplan. Met de containers kan Vis de teelt versnellen van twee naar drie teeltrondes per jaar. Hij trekt de planten dan vier weken voor op een ander bedrijf dat hij huurt. Ze staan dan op de grond, dicht tegen elkaar aan. Na deze periode komen de planten op de stellingen te staan. “Het gaat prima”, glimlacht hij, “maar het transport naar ons bedrijf is nog een hele organisatie.”
Het voortrekken van de planten vraagt ook om aanpassing van de bemesting. Op de andere tuin kan de teler alleen water geven via de regenleiding, in plaats van de druppelslang. In die fase moet de plant voldoende meststoffen ter beschikking hebben, want bijmesten is dan lastig. Ook dat ging in eerste instantie nog niet helemaal vlekkeloos, maar in overleg is de voorraadbemesting aangepast.

Veel prettiger
Terugkijkend op de eerste periode is Vis tevreden over de verandering. “De kosten voor de substraatteelt liggen hoger, maar niet meer hoeven stomen is een groot voordeel. Bovendien is het werk veel prettiger geworden door de aangepaste hoogte”, vindt hij. Na de teelt ontsmet hij de potten met waterstofperoxide, want hygiëne blijft ontzettend belangrijk.
Er zijn nog voldoende uitdagingen voor de toekomst. Zo wil de teler zijn assortiment verbeteren met soorten die een hogere productie halen. Daarnaast kan hij zijn teeltplan verder optimaliseren, zodat hij zijn productie nog meer kan spreiden.

Op dit moment wordt het drainwater nog niet gerecirculeerd, uit vrees voor ziekteverspreiding. Maar de teler sluit niet uit dat het op termijn wel kan. Ook hij zal op termijn aan de zuiveringsplicht moeten voldoen, dus denkt hij na over mobiele zuivering. Met biologische bestrijding is hij op de goede weg. Trips en luis zijn de meest voorkomende plagen, die hij goed in bedwang kan houden.



zondag, juli 09, 2017

Grassen en vaste planten


Paradijs in Hummelo

“Kom binnen, kijk lekker rond en geniet. Piet heeft zich verstopt, die zit te ontwerpen. Weer een nieuwe opdracht.’ Anja loopt heen en weer tussen de bezoekers en schudt haar hoofd. Ze is gastvrij, maar ook een beetje moe. “We gaan nu voor een maand dicht. Op vakantie. Ergens waar mensen Piet niet herkennen, zodat we rust hebben, kunnen zwemmen en niet aan ons werk hoeven te denken.”


Het is zaterdagmiddag. Een mooie dag in juli. Windstil en zonnig. Ik geef mijn ogen de kost. Voor me ligt de privétuin van Piet en Anja Oudolf. De plek waar ze jarenlang een kwekerij hadden, maar die inmiddels volledig is omgetoverd tot een paradijstuin waar Adam en Eva jaloers op zouden zijn. Prairiegrassen, schijnbaar achteloos door elkaar geplant. Hier en daar piepen kleurige bloemen boven het gras uit of verrijst een contrasterende structuur. Alsof een onzichtbare hand klakkeloos wat zaadjes heeft gestrooid die toevallig precies op het ideale plekje zijn gevallen. Diepblauwe kogeldistels, oranje Asclepias en forse Baptisia-struiken. Steeds valt er weer iets nieuws te bewonderen. Ik raak niet uitgekeken. Het enige geluid dat je hoort zijn gedempte stemmen van wat plantenliefhebbers die ruimschoots worden overstemd door het gezoem van bijen en lome, zware hommels. Vlinders strijken neer op de bloemen van de rode zonnehoed en laten hun vleugels zachtjes heen en weer wiegen.

Oudolf, zijn er nog plantenliefhebbers die zijn werk niet kennen? Ongeveer vier jaar geleden kocht ik het boek ‘Plannen en planten’ dat hij samen maakte met Noel Kingsbury. Het was voor mij een eyeopener, een inspiratiebron voor het herinrichten van het plantsoen naast mijn huis. De gemeente rooide op mijn verzoek alle oude struiken en ik mocht plantmateriaal uitzoeken. In ruil daarvoor zou ik het landje schoon houden. Dat plan stond me niet tegen, want schoffelen is voor mij een beetje meditatie. Het doet me wegdromen naar de tijd waarin mijn vader en ik de moestuin achter het huis onderhielden. Met de voorbeelden uit het boek in mijn achterhoofd leek me het onderhouden van een grassentuin een peulenschilletje vergeleken een bewerkelijke moestuin.

De werkelijkheid is natuurlijk weerbarstiger. Ik krijg wat gezonde tegenwerking van heermoes en brandnetels. Niet erg, de aanhouder wint. Wie mijn enthousiaste posts een beetje heeft gevolgd weet dat de tuin er na drie jaar best-wel-oké uitziet voor een goedwillende ‘beginner’. Durf ik mijn neus om de hoek van mijn voordeur te steken dan krijg ik veel veren in mijn, eh, bips gestoken van alle buren die dagelijks hun rondje met hondje lopen. Al die schouderklopjes hebben mij een beetje overmoedig gemaakt.

Maar dan Hummelo. Ik sta meteen weer met twee voeten op de grond. Wat heb ik nog veel te leren, bedenk ik. Wat ben ik nog een amateur. Onder een afdakje in de schaduw zit ik een beetje te mijmeren en nieuwe plannen te maken. In de verte zie ik een witte kuif boven de graspluimen uitsteken. Hij sluipt door zijn tuin naar de schuur en verdwijnt geruisloos uit het zicht van zijn fans. Anja komt nog even naast me staan. “Ach ja, ze komen van heinde en verre. Vanmorgen nog een taxi op de dam met Australiërs. Speciaal voor hem gekomen. Amerikanen, Aziaten, allemaal op bedevaart.”


Het laatste jaar is aangebroken voor het openstellen van hun privétuin, vinden Anja en Piet. Dan is het genoeg geweest. Een nieuwe generatie plantenkwekers en hoveniers neemt het stokje over. De tuin van Eden is dan alleen nog van Adam en Eva, waar ze in alle vrijheid onbespied kunnen rollebollen. Maar de ideeën leven voort. Hiernaast in mijn plantsoen, bijvoorbeeld. En inmiddels ook een paar huizenblokken verder. En in een wijk verderop. Allemaal heel verschillende paradijsjes, waar mensen schop en schoffel oppakken. Piet’s visie woekert als onkruid en vindt een vruchtbare bodem.

donderdag, juni 29, 2017

Korte ketens

Dit interview verscheen in het themanummer Korte Ketens van Agrarisch Nieuws, ABN AMRO


Drees Peter van den Bosch
‘Extreem belangrijk om verbinding te houden met je eten’

Herinrichten van de voedselketen is een missie die Drees Peter van den Bosch op het lijf is geschreven. Voedselsystemen die binnen een straal van driehonderd kilometer zelfvoorzienend zijn leveren naast besparing op transport ook nieuwe verbindingen op. Burgers en boeren leren elkaar begrijpen. Korte ketens zijn de toekomst, vindt hij.

Zoek naar de juiste weg die als ondernemer bij je past. Dat kenschetst de weg die Drees Peter van den Bosch aflegt. Als zoon van een dierenarts met melkveehouderij en student Agrosysteemkunde aan Wageningen University&Research, is hij geïntrigeerd door duurzame lokale en wereldwijde landbouwproductiviteit die voedselzekerheid waarborgt.
“Interesse voor de voedselketen hoort gewoon bij me”, legt hij uit. “Als kleine jongen hield ik de melkprijzen al bij voor mijn vader.” Vol enthousiasme begon hij aan een veelbelovende carrière bij Unilever.

‘Wij willen in totaliteit een alternatieve voedselketen zijn’


Maar onderwijl begon het te schuren. Hij zag welke impact de huidige inrichting van de voedselketen heeft op landbouwbedrijven en op transportafstanden. Bovendien groeide het besef dat hij zijn kinderen wilde grootbrengen met verse, gezonde maaltijden. Samen met collega Willem Treep richtte hij daarom in 2009 Willem&Drees op, dat supermarkten en cateringbedrijven voorziet van lokale, verse producten. Van den Bosch: “Wij willen het mensen makkelijk maken om voedsel uit hun regio te kopen.”

Kwekersrecht


Preventie inbreuk op kwekersrecht

‘Zonder snelheidscontroles rijdt 
iedereen te hard’

Illegale vermeerdering van kwekersrechtelijk beschermde rassen kan een incident zijn, maar ook dermate grote proporties aannemen dat het de sector schaadt. Een web van bedrijven en organisaties houdt zich wereldwijd dagelijks bezig met plantaardig recherchewerk. Een pittige veroordeling werkt preventief, zo blijkt.

Ze kennen elkaar goed. Af en toe delen ze hun kennis en adviseren ze elkaar. Toch heeft iedereen zijn eigen specialisatie. Geert Staring bijvoorbeeld, vertegenwoordigt de belangen van veredelaars van aardappelen en graszaden namens het in Brussel gevestigde Breeders Trust. In hetzelfde gebouw houdt Casper van Kempen van het Anti Infringement Bureau (AIB) kantoor. Hij houdt zich bezig met de belangen van groentezadenveredelaars en –vermeerderaars. In ’s-Gravenzande is Royalty Administration International(RAI) gevestigd. Dit bedrijf begeleidt veredelaars van sierteeltgewassen bij het aanvragen en innen van royalties. Maarten Leune zwaait er de scepter. De klantenkring van Reinier van Rijssen van het bedrijf Planttipp uit IJsselstein, bestaat voornamelijk uit veredelaars van bomen, heesters en vaste planten.
Centraal in hun werk staat het beheren en bewaken van het intellectueel eigendom van veredelingsproducten. Doorgaans verloopt dat goed en naar ieders tevredenheid. Maar alertheid is geboden, want er zijn bedrijven die de regels rond afdracht van royalties bewust aan hun laars lappen. Om dat te bewijzen maken zij gebruik van de diensten van Naktuinbouw en laboratoria over de hele wereld. Via de Variety Tracer kunnen zij mogelijke fraude aantonen.

dinsdag, april 25, 2017

Paprika


Intensief gebruik scherminstallatie door Het Nieuwe Telen
‘Dubbel scherm speelt sleutelrol in zoektocht naar evenwichtig klimaat’

Je moet geen oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt, vindt paprikateler Stephan Persoon. Toch gaat hij samen met teeltmanager Roel Klapwijk de weg van Het Nieuwe Telen verkennen. In plaats van vervangen van het oudere schermdoek kozen zij juist voor de aanleg van een tweede klimaatscherm. Het was nog even puzzelen om deze installatie goed uit te voeren.

De eerste groene paprika’s zijn geoogst, bij Personal Vision in Bleiswijk. Het nieuwe seizoen staat voor de deur. Er zijn veranderingen op komst op het 7 ha grote bedrijf van Stephan en Thea Persoon, want sinds kort versterkt zoon Roy het team. Het bedrijf teelt drie verschillende hoofdrassen rode paprika’s. Daarnaast staan er proeven met nieuwe rassen van verschillende veredelingsbedrijven. Dit brede pallet hangt samen met het karakter van deze onderneming. Persoon regelt zijn eigen afzet, zonder tussenkomst van een telersvereniging. Iedere handelspartij heeft zo zijn voorkeur en met meerdere rassen in huis kan Persoon aan deze wensen voldoen.

maandag, maart 27, 2017

Bijvriendelijk


Potplantenteler lanceert label ‘Bee friendly grown’
‘Voorzichtig met onze bijen, dat moeten 
we vertellen’

Niet alleen burgers maken zich zorgen om de bijenstand, telers denken daar net zo over. Tim Koene bijvoorbeeld wil alleen middelen toepassen die niet schadelijk zijn voor bestuivers. Dat doet hij met het label ‘Bee Friendly Grown’. Om deze boodschap duidelijk en krachtig over te brengen zoekt hij naar collega’s die daar net zo over denken.

Het is topdrukte bij Beauty Plants in Maasland. Terwijl vader Nol Koene in de auto met aanhanger het erf af rijdt heeft zoon Tim zijn mobieltje in de aanslag. De bestellingen rollen binnen. Op het 4,5 hectare grote bedrijf zijn vader en zoon actief in drie takken van sport. De hoofdteelt is de bloeiende heester Camellia, die verwant is aan de theeplant. Het tweede gewas is Anigozanthos, ofwel het kangoeroepootje. Deze plant wordt voornamelijk geteeld als snijbloem, maar de familie Koene teelt deze als potplant. Het derde gewas is de kuipplant Mandeville, waarvan de familie Koene de serie Sundaville teelt.

maandag, februari 13, 2017

Biobased Economy

Kenniscentrum Plantenstoffen maakt zich sterk voor inhoudsstoffen
‘Serieuze vergroening blijft niet lang meer uit ’


Gaan we weer natuurlijke indigo gebruiken als kleurstof van spijkerbroeken? Zal de grootste fabrikant van cola straks weer echte vanille gebruiken in plaats van synthetische smaakmakers? Veel consumenten kiezen bewust voor producten op natuurlijke basis. De glastuinbouw kan goed op deze trend inspelen door zich te specialiseren in de teelt van bijzondere grondstoffen. We staan aan de vooravond van een bijzondere transitie, voorspelt Jan Smits.

Vanille is één van de duurste specerijen ter wereld. De prijs van de gedroogde, gefermenteerde peulen van de vanilleplant varieert van 25 tot 500 dollar per kilo op de wereldmarkt en stabiliseerde de laatste jaren rond de 100 dollar per kilo. Het is een gecompliceerde markt, die wordt beïnvloed door aanbod van synthetische vanille en sterk schommelend areaal. Stijgt de prijs, dan wordt er meer aangeplant. De boeren op Madagaskar, die ongeveer twee derde van de wereldproductie voor hun rekening nemen, worden er niet rijk van. Bovendien schommelt de kwaliteit van het eindproduct in kwaliteit, mede omdat de verwerking van het eindproduct zeer specialistisch werk is en afhangt van de grilligheid van de natuur.

LED

LED’s combineren met duurzame cherrytomatenteelt
Dit jaar veel aandacht voor verzamelen en bestuderen van data

Op zoek naar ‘De duurzame smaaktomaat’ is de titel die de jongste proef met LED’s bij het Delphy Improvement Centre heeft meegekregen. Na de rassen Komeett en Merlice is het nu de beurt aan Juanita om deel te nemen aan dit experiment. De relatie plantgewicht, gemiddeld vruchtgewicht en smaak krijgt veel aandacht. Een jaar van meten en wegen.



woensdag, januari 18, 2017

Winter

Rijp


Ben ik even blij dat ik vorige week het gras nog niet heb gemaaid. Zo'n uitzicht vanaf mijn werkplek is toch onbetaalbaar. 








donderdag, januari 12, 2017

Tuinbouw Ondernemersprijs 2017

Op 11 januari 2017 viel JUBHolland uit Noordwijkerhout in de prijzen. Dit familiebedrijf won de Tuinbouw Ondernemersprijs 2017. En wel in het hart van de bollenstreek: De Keukenhof. 
JUB Holland gaat zorgzaam om 
met milieu en kwaliteit


Hoe maak je het onderscheid in de bollensector waar de concurrentie groot is? Dat kan alleen door het heel erg goed te doen, betrouwbaar te zijn en door zorg te dragen voor de leefomgeving. JUB Holland is al meer dan honderd jaar actief en heeft een goede naam in de sector. Jaap-Jan Uittenbogaard geeft een impressie van het familiebedrijf, maar is vooral bescheiden over de positie die het inneemt.

In de tuinen van Paleis Het Loo, Villa Eikenhorst en Paleis Huis ten Bosch bloeien ieder jaar bolbloemen van JUB Holland (Jac. Uittenbogaard & Zonen). Al ruim veertig jaar levert het bloembollenbedrijf uit Noordwijkerhout tulpen, narcissen en andere bloembollen aan de koninklijke familie.
“Sinds ons honderdjarige bestaan, zes jaar geleden, mogen we ons als enige bloembollenbedrijf Hofleverancier noemen”, vertelt Jaap-Jan Uittenbogaard die het woord voert namens zijn familie. Hij is trots op dit predicaat. “Je hoeft hiervoor niet noodzakelijkerwijs aan het Koninklijk Huis te leveren, maar we zijn zeer vereerd dat wij dit wel mogen doen. Het wil toch zeggen dat onze naam bekend is bij de Koninklijke Familie.

maandag, januari 09, 2017

Bedrijfsovername

Prof.dr. Pursey Heugens, Rotterdam School of 
Management Erasmus University


‘Snoeien doet groeien, geldt voor 
overname familiebedrijf’

Noem het een zaagtandeffect. Bij familiebedrijven gebeurt de overdracht van de ene op de andere leidinggevende veel minder frequent en meer schoksgewijs dan in andere takken van het bedrijfsleven, waar CEO’s en bestuurders regelmatig wisselen. Tel daarbij op dat de aftredende generatie soms lastig de touwtjes uit handen geeft en zich ertoe moet zetten om de nieuwe generatie vrijheid te geven. Zo’n situatie ondermijnt de ontwikkeling van een gezond bedrijf en maakt het kwetsbaar.

Familiebedrijven lopen bij de overdracht bovengemiddeld grote risico’s ten opzichte van bedrijven waar familiebanden niet spelen. Slechts 30% van de familiebedrijven overleeft de eerste generatiewisseling. Na de tweede wisseling is dat nog maar 13% en na de derde nog maar 3%. Deze keiharde feiten liegen er niet om. Ze zijn aanleiding tot een gesprek met Pursey Heugens, die met helikopterblik het Nederlandse en internationale bedrijfsleven bekijkt.
Zijn kantoor is maar een steenworp verwijderd van Westland en Oostland. Hij kent de tuinbouw goed. “Hier komen veel eerste generatie studenten, afkomstig van tuinbouwbedrijven” vertelt hij. Hij ziet echter niet veel verschillen in structuur tussen familiebedrijven in de tuinbouw en familiebedrijven in andere sectoren van het bedrijfsleven.
Heugens deed onderzoek naar strategieverandering na generatiewisseling in familiebedrijven. “We verzamelden data van grote, deels beursgenoteerde familiebedrijven, maar die komen in alle sectoren voor”, meent hij. De conclusies van dit onderzoek gelden volgens hem net zo goed voor de land- en tuinbouw.