donderdag, oktober 24, 2013

Gypsophila



Jan Duijndam leeft al vijfendertig jaar met Gypsophila
‘Het is gewoon een superbloem die overal tussen past’

Oubollig? Welnee, het is maar hoe je Gypsophyla verwerkt in bloemwerk, vindt Jan Duijndam. Hoewel er in Nederland niet zoveel gips meer staat als twintig jaar geleden is het een niet weg te denken snijbloem binnen het assortiment. Er komen nog steeds nieuwe rassen bij.

Het is hoogzomer in Noordwijk. In de kas van Jan Duijndam is de Gypsophila geoogst. Een nieuwe snee is onderweg. Buiten staat het veld vol met een wolk van bloemen. Terwijl de pinken in de naastgelegen weide nieuwsgierig staan toe te kijken oogst één van de medewerkers armen vol bloemen. Dat valt niet mee, want het bed staat boordevol takken, die allemaal door elkaar groeien. Duijndam lacht. “Je leert het snel, hoor. Het ene ras is gewoon wat voller dan het andere.”

Grote rage
Duijndam heeft in zijn leven al veel verschillende snijbloemen geteeld. Eind zeventiger jaren kwam Gypsophila op zijn pad en hij was daarmee meteen de eerste teler in Nederland. Hij teelde het gewas zowel in de kas als buiten.
In die jaren was Gypsophila een rage en de teelt maakte grote opgang. De combinatie van rozen met gips in gemengde boeketten was erg populair. Tegenwoordig vinden veel mensen gips oubollig, maar daar is hij het niet mee eens. Kwestie van goed combineren, vindt hij.
Gypsophila kwam destijds vanuit Israël naar Nederland. Ook daar wordt het gewas veel geteeld. De productie valt gunstig ten opzichte van de Nederlandse aanvoerperiode. In de winter loont het niet meer om hier gips te telen. Productie uit andere landen concurreert met het Nederlandse product. Zo zijn Kenya, Ecuador en Ethiopië de belangrijkste producenten. Het is dus logisch dat na de hype van de tachtiger jaren minder telers zijn overgebleven. De opkomst van de teelt in andere landen heeft het areaal in Nederland terug doen lopen tot vermoedelijk vijftien tot twintig hectare. Exacte cijfers zijn er niet.
Op dit moment zijn en zo’n dertig telers die Gypsophila telen. Duijndam kent ze allemaal, want hij blijkt ook leverancier van de planten te zijn.

Zware takken telen
In de schuur maakt een medewerker de geoogste bossen veilingklaar. Iedere bos wordt zorgvuldig nagekeken. “Soms kunnen we wat last hebben van trips”, legt de teler uit. Trips tast de bloemen aan. Als dat gebeurt loopt de prijs voor de klok snel terug. Het loont dus om de bossen goed na te kijken.
De prijs die het product voor de klok opbrengt ligt om en nabij de € 0,01 per gram. Het is dus zaak om zware takken te telen. In het voorjaar lukt dat goed onder glas. Na de oogst en het terugsnoeien van de planten volgt nog een tweede snee, maar er groeien minder takken terug en de productie daarvan ligt dus een stuk lager. De buitenteelt begint dan in juli.


Veel variatie
Buiten staan bedden die volop in bloei staan en bedden met planten die nog niet zover zijn. Er staan verschillende rassen, maar ook wat proeven met nieuwkomers. Ook de roze ‘My Pink’ staat er tussen, die volgens de teler het beste groeit in Nederland. “Dit is een aanwinst op het assortiment”, vindt hij.
In de jaren negentig kwam ‘Million Stars’ op de markt, een ras dat tot op heden nog steeds geliefd is om z’n vele takken met kleine bloemen. Daarop volgde andere rassen, zoals de middelgrootbloemige ‘Stella Maris’ en de grootbloemige ‘Xlence’, die het goed doet op de Oosteuropese en Russische markt. Al deze rassen zijn afkomstig van veredelaar Danziger die de bewortelde stekken levert.

Stek op pot
Nederlandse telers geven echter de voorkeur aan een plant in 9 cm pot. Dat bracht Duijndam op het idee om planten op te kweken voor zijn collega’s. In zijn kas laat hij de stekken in vier weken tijd uitgroeien tot een flinke plant.
“Het is een lange dag plant. Door ze te verduisteren kan ik een compacte plant telen die meer scheuten geeft”, legt hij uit. Half februari begint hij met oppotten. Het opkweekseizoen loopt door tot half juli. Van stek tot bloei neemt elf weken in beslag. De eerste oogst onder glas begint in mei, maar dat is een snee van ‘oude’ planten van het vorig jaar.
Naast het opkweken voor collega’s blijft hij ook zelf bloemen telen in zijn 4.000 m2 grote kas. Achter de kas ligt nog één hectare voor de buitenteelt.

Portugal
De import van stekken en de opkweek van planten bleef niet beperkt tot Nederland. “Zo’n 90% van alle stekken gaat naar Portugese telers, die Gypsophila telen voor de binnenlandse markt”, vertelt de teler die handelaar werd. “Ik heb ook klanten in Duitsland en Frankrijk. De stekken komen vanuit Israël aan met het vliegtuig. Vervolgens gaan ze in de vrachtwagen op transport naar de klanten. Samen met een collega bezoekt hij vier keer per jaar klanten om weer nieuwe orders binnen te halen. In het winterseizoen komen de stekken uit Israël, later in het jaar uit Kenya. Dit heeft te maken met de kwaliteit van het uitgangsmateriaal, dus stevige, harde stekken.

Afbouwen
Inmiddels heeft Duijndam de leeftijd bereikt om wat rustiger aan te doen. Een deel van zijn land is verhuurd aan een boer, die er zijn koeien laat grazen. Op andere stukken wil hij bomen gaan planten. “Ik wil er voor mezelf iets moois van maken”, zegt hij. “Met bomen en paden waar je kunt wandelen.” Hij houdt van tuinieren en wil daar straks meer tijd aan gaan besteden.



4 opmerkingen:

Martine van der Meer zei

Nostalgie voor mij.....

Wat heb ik dat werk veel gedaan zeg. Heerlijk buiten in de zomer! Sommige takken waren zo zwaar dat het zowat een bos was qua gewicht. En dan moest zo'n bundel nog in zo'n hoes passen. Het was diep bukken en rennen als er weer zo'n horzel achter je aan zat........

Martine van der Meer zei

Nostalgie voor mij.....

Wat heb ik dat werk veel gedaan zeg. Heerlijk buiten in de zomer! Sommige takken waren zo zwaar dat het zowat een bos was qua gewicht. En dan moest zo'n bundel nog in zo'n hoes passen. Het was diep bukken en rennen als er weer zo'n horzel achter je aan zat........

Liesbeth Schellekens, Bisselingskaat zei

Het is nog altijd dé favoriete bloem van mijn moeder. Niks oubollig, het is en blijft een erg mooi product.

Liesbeth Schellekens, Bisselingskaat zei

Het is dé favoriete bloem van mijn moeder. Niks oubollig, het is en blijft een erg mooi product.